Pas op voor witte bonen

Theerlijk avondjis gekomen, tavondje van Sinterklaas. Maar owee wat bittre smart, kregen wij voor koek een gard, maar owee wat bittre smart, kregen wij voorkoekengard.

Fijn is zingen toch. Begreep er vroeger niets van van dat ‘voorkoekengard’. Het is duidelijk niet zo’n modern Sinterklaasliedje. De gard bestaat al helemaal niet meer, behalve als garde in de keuken. Ontdekte trouwens laatst toen ik bij iemand anders stond te kloppen, dat het wel degelijk zin heeft om een grote garde te hebben. Dat klopt heerlijk weg! Dus zo’n bittre smart zou het niet zijn als wij voor koek een gard kregen, als het maar een flinke gard is. De koek bakken we zelf wel.

De hedendaagse Piet is een stuk lieflijker dan die uit de liedjes die je zomaar mee kon nemen in de zak van Sinterklaas of je op de roe kon trakteren. Maar daarom moeten we nog niet denken dat Piet tandeloos is geworden. Ik las laatst dat ouders op verlanglijstjes van hun kinderen het verzoek deden of de Pieten niet zo hard met de pepernoten wilden gooien. Een moderne Piet kijkt vriendelijk maar bekogelt de kinderen intussen keihard met strooigoed.

Zo zijn er allerlei misstanden.

Van de week werd er aangebeld aan het begin van de avond. Op de stoep stond een man met een stapel dozen. „Ik loop met letters voor de muziekvereniging”, zei hij. Zeg daar maar eens nee tegen. Dat kan gewoonweg niet. Iemand die in het pikkedonker langs de wegen fietst om overal aan te bellen en voor het goede doel banketletters ter verkoop aan te bieden, weiger je geen klandizie. En het waren nog ‘M’s ook.

Maar dan ligt zo’n letter op het aanrecht en nadat je eerst tevreden het woord ‘roomboter’ op z’n verpakking hebt zien staan, ga je eens wat preciezer kijken naar wat er zoal in zit.

Niets goeds. Dat wil zeggen: bepaald geen amandelen. Spijs van witte bonen en allerlei zuren en conserveermiddelen en – bah! Wat een vieze letter!

Om een tegenwicht te bieden tegen dergelijke verschrikkelijke praktijken gaan we zelf gevulde speculaas maken. Met echte spijs, gekocht bij de notenwinkel en gemaakt van amandelen met suiker en een beetje citroenrasp. In mijn zeer oude recept staat nog dat je het zelf maakt en daarbij gebruik maakt van de ‘amandelmolen’. Ik weet eigenlijk niet wat dat is voor een molen. Maar het kan vast ook in de keukenmachine: 3 ons amandelen, 3 ons suiker, 1 ei, geraspte schil van een halve citroen. Amandelen weken in kokend water, pellen en met de rest van de ingrediënten malen. Even laten rusten.

Voor het deeg: boter door het meel snijden met twee messen tot een fijne kruimelstructuur. Suiker en speculaaskruiden erdoor doen en met behulp van de melk tot een samenhangende massa kneden. In tweeën delen en op het met bloem bestoven aanrecht uitrollen tot twee niet te dunne lappen (ong. ½ cm).

Leg een stuk ingevet bakpapier op een bakplaat en vlij daarop een van de deeglappen. Daaroverheen gelijkmatig het vulsel verdelen tot ongeveer 1 cm van de rand. De tweede lap erop leggen en de rand aandrukken. De bovenkant met eierdooier bestrijken en versieren met de blanke amandelen.

Bak de koek op 180 graden in een half uur gaar. Laat rusten en afkoelen – liefst een paar uur of een halve dag.