Nu vechten om de steun van de Afghanen

De troepen in Afghanistan zullen zich minder met het doden van Talibaan gaan bezighouden. Het wordt vanaf nu harten en hoofden winnen in het groot

U.S. Army Gen. Stanley McChrystal, the commander of NATO forces in Afghanistan, points to a map he drew of the Afghan theater, at a briefing for coalition and Afghan officers at the Kandahar Airfield, southern Afghanistan, Wednesday, Dec. 2, 2009. (AP Photo/Kevin Frayer) AP

Op een stafkaart van Afghanistan zien de plannen van generaal McChrystal er waarschijnlijk overzichtelijk uit. De 30.000 extra Amerikaanse militairen worden ingezet in de „gebieden met de hoogste prioriteit”. Meer wil hij er niet over zeggen, maar hoge officieren in Kabul noemden de afgelopen dagen de voor de hand liggende provincies: in de eerste plaats Kandahar en Helmand in het zuiden, waar de strijd tegen de Talibaan het hevigst is. En verder de oostelijke provincies – met name Khost, Paktya en Paktika – waar het extremistische Haqqani-netwerk aan invloed wint.

Maar McChrystals plannen bestaan niet alleen uit versterkingen. De internationale militairen moeten ook anders gaan opereren, met een nieuwe manier van denken. Meer dan voorheen gaan ze zich toeleggen op het beschermen van de bevolkingscentra. Kleine posten in afgelegen gebieden worden al opgegeven. Volgens de Amerikaanse generaal gaat het niet om hoeveel Talibaanstrijders je doodt, maar om hoeveel burgers je ervan overtuigt de regering te steunen. Het is de kern van de strategie die McChrystal sinds zijn aantreden in juni probeert in te voeren. Met de versterkingen kan hij dat nu grondiger aanpakken. Het wordt harten en hoofden winnen in het groot, en daarvoor moet beter worden samengewerkt met diplomaten en ontwikkelingswerkers.

„We hebben in de afgelopen jaren een aantal erg domme dingen gedaan”, zegt de Amerikaanse kolonel John Agoglia, commandant van het opleidingscentrum voor counterinsurgency in Kabul. Hier krijgen alle nieuwe Amerikaanse militairen vijf dagen cursus in McChrystals strategie. „,Militairen, diplomaten en ontwikkelingswerkers hebben te lang langs elkaar heen gewerkt en elkaar gewantrouwd. Dat leidt ertoe dat er scholen zijn gebouwd waar de bevolking ze niet wilde hebben. Of dat er waterputten zijn geslagen op plaatsen waar ze sluimerende conflicten tussen dorpsbewoners aanwakkerden in plaats van ze te helpen.” Dit ten koste van de steun van de bevolking voor de internationale troepenmacht en de regering.

Het is collegestof voor eerstejaars studenten ontwikkelingsstudies. „Blijkbaar hebben we er jaren voor nodig gehad om te leren zo alomvattend te denken”, zegt Agoglia. „En we moeten de neuzen van 43 landen dezelfde richting op krijgen.” Hij zou het liefst zien dat alle militairen, ook die van de andere troepen leverende landen, zijn cursus volgen. „Het ene land doet het echt niet beter dan het andere. Landen die zichzelf op de borst kloppen praten echt onzin. De situatie is in elke provincie weer anders. De corruptie en krijgsheren in het noorden zijn even ontregelend als de Talibaan in het zuiden.”

De kolonel ziet de eerste resultaten van de strategie in Helmand, zegt hij. Daar zijn deze zomer 4.000 Amerikaanse mariniers naartoe gestuurd, om de Britten bij te staan die te weinig troepen hadden en terrein verloren aan de Talibaan. „We hebben Talibaannetwerken ontwricht en de leiders gedood. Ik verwacht dat daar het komende jaar veel minder bermbommen zullen ontploffen.”

Deze aanpak van de opstand vergt meer tijd dan conventionele oorlogsvoering, bevestigt hij. President Obama kondigde dinsdag juist aan haast te willen maken, en in juli 2011 te beginnen met de terugtrekking van Amerikaanse militairen. „Dat betekent niet dat dan ook de ontwikkelingswerkers en de diplomaten gaan vertrekken”, legt Agoglia uit.

Toch vertrekken de militairen te snel, vindt Fazel Wardak, onderzoeker van de Asia Foundation. Dat is een denktank die jaarlijks een groot onderzoek uitvoert naar de levensstandaard van de Afghanen. „Ook tegen die tijd zullen we de steun van de internationale gemeenschap nog hard nodig hebben – in alle opzichten. Het leger en de politie zijn dan nog niet sterk genoeg om zelf voor veiligheid te zorgen. Kan Obama werkelijk in anderhalf jaar doen wat de afgelopen acht jaar niet gelukt is? Hij zou realistischer moeten zijn.”

Hij vervolgt: „Gewone Afghanen zijn werkelijk bang dat ze weer zullen worden genegeerd, zoals de Amerikanen hebben gedaan na de sovjet-bezetting, toen het land in een burgeroorlog raakte. En ze zijn bang dat de Talibaan en Hezb-i-Islami [het netwerk van de extremistische krijgsheer Hekmatyar, red.] weer aan de macht komen.”

Wardak vindt dan ook dat de Nederlandse militairen in Uruzgan moeten blijven, hoewel hij ontevreden is over hun resultaten. „Ik zal niet zeggen dat ze niets gedaan hebben, maar het is niet veel en niet genoeg. Als ze echt vertrouwen bij de bevolking willen opbouwen zouden ze niet overal hun machinegeweren moeten meenemen. De internationale gemeenschap geeft nog altijd de verkeerde pillen aan dit zieke land. Je kunt beter de tijd nemen om uit te zoeken hoe je tastbare verbeteringen kunt brengen. Snelheid is niet de oplossing.”

    • Hanneke Chin-A-Fo