Keuris ging eigen weg

Nederland, 1994 Tristan Keuris. Componist. (Amersfoort, 3 oktober 1946 – Amsterdam, 15 december 1996) Foto: Marco Borggreve, Hollandse Hoogte Marco Borggreve/Hollandse Hoogte

CD Klassiek

Tristan Keuris: Complete Works *****

Als er een cd-box met de ‘complete works’ van een componist wordt uitgegeven, is dat vaak een laatste eerbetoon, een afsluiting. Denk aan de dozen met alle muziek van componisten als Ton Bruynèl (1934-1998) of Peter Schat (1935-2003): van beiden wordt in de concertzaal nog zelden iets gespeeld. De box is een toevluchtsoord voor wie hun nalatenschap toch nog eens wil beluisteren.

Bij Tristan Keuris (1946-1996) ligt dat anders. Zijn muziek leeft nog volop, want bij tal van kleine en grote ensembles stond zijn werk de afgelopen jaren nog op het programma, net zoals tijdens zijn leven, ondanks een reputatie als ‘outsider’.

Iedereen houdt van Keuris, lijkt het. Musici bewonderen zijn muzikanteske schrijfstijl, met gevoel voor de natuurlijke mogelijkheden van hun instrument. Componisten hebben ontzag voor zijn moed: Keuris durfde zijn eigen, soms neoromantische weg te gaan in een periode waarin modernisme vaak nog móést. En luisteraars vergapen zich aan de verleidelijke, exotische kleurenpracht, de zangerige melodieën en het gevoel voor beweging in zijn muziek.

Geen laatste strohalm dus, deze box, maar een waardevolle bijdrage aan het voortleven van Keuris’ muziek, en een geweldige mogelijkheid om meer van zijn composities te leren kennen. Op chronologische volgorde komen die allemaal voorbij in uitstekende uitvoeringen.

Een enkele opname is nieuw: het Koninklijk Concertgebouworkest tekende voor Antologia (1991), waarvan het vorig jaar de Nederlandse première verzorgde. Maar de meeste opnames zijn historisch, zoals die uit 1977 van een broeierige Sinfonia (1974) door dirigent Edo de Waart en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Hiermee vestigde Keuris destijds zijn reputatie. In het begeleidende boekje heeft Leo Samama het terecht over een muziek van ‘hollen en stilstaan’: geregeld neemt het orkest een aanloop, om op het hoogtepunt dan onverwachts te verstillen. Dat is Keuris.

Met onder meer strijkkwartetten, koorwerken, orkeststukken en soloconcerten bediende Keuris het hele instrumentarium. Prachtig zijn het Tweede vioolconcert, met verwijzingen naar Sibelius en Berg, en het koorwerk To Brooklyn Bridge (1988).

Echt op dreef was Keuris als hij voor blazers schreef. In het vroege Saxofoonconcert (1971), bijvoorbeeld, met stevige Messiaen-invloeden, of in het Klarinetkwintet (1988), dat de luisteraar heen en weer slingert tussen mysterieuze verstilling en extreme dramatiek. Dat deze box maar tot veel nieuwe uitvoeringen mag inspireren.

    • Jochem Valkenburg