In Nederland buitelen ze over elkaar heen

Het kabinet zou niets zeggen over de plannen in Uruzgan, maar de spanning in de coalitie stijgt weer eens.

Trouw aan de bondgenoten of trouw aan de eerdere beloftes: dat is de afweging.

Afghanistan, Nabighan, 2 februari 2007 De militairen samenstelling van de Nederlandse Task Force Uruzgan is heel divers. Een patrouille die de poort van Kamp Holland uitgaat kan dan ook samengesteld zijn uit infanteristen, belast met de veiligheid van de gehele patrouille. Maar ook militairen van het PRT (Porvinciaal Reconstruction Team) deze militairen hebben een meer inventariserende en adviserende rol naar dorpsoudsten en de lokale bevolking. Foto: Militairen van het PRT op de ANP (Afghan National Police) post ingesprek met dorpsoudsten in de omgeving van Nabighan. HILCKMANN, SJOERD

Stilte rond Uruzgan. Daar vroeg de Tweede Kamer het kabinet twee maanden geleden om. De Kamerleden werden tureluurs van de verschillende meningen die de ministers ventileerden over de vraag of Nederland na volgend jaar wel of niet moest doorgaan met de in 2006 begonnen militaire missie in de zuidelijke provincie van Afghanistan.

Weggaan, zoals afgesproken, was te horen van PvdA-ministers. Onze ogen niet sluiten voor nieuwe omstandigheden, zeiden CDA-ministers. En de derde coalitiepartner, de kleine ChristenUnie, maar wel leverancier van de minister van Defensie, worstelde een beetje met de vraag of er al dan niet moest worden vertrokken. Enerzijds was er de belofte, ook aan de militairen, dat de veeleisende operatie in 2010 definitief zou worden beëindigd. Maar anderzijds was er wel die grote krijgsmacht. Die was toch niet bedoeld om binnen de kazernes op de Veluwe te houden?

De Tweede Kamer wilde geen uiteenlopende meningen, maar een ordentelijk besluit van het kabinet. Een besluit waar vervolgens over kon worden gedebatteerd. Namens het voltallige kabinet beloofde premier Balkenende beterschap. Uiterlijk 1 maart zou de Tweede Kamer door middel van een brief te horen krijgen wat het kabinet van plan was in Uruzgan. Tot die brief zou het kabinet radiostilte betrachten.

Maar deze week ging het dus weer mis. Naar aanleiding van de toespraak van de Amerikaanse president Obama waarin deze aankondigde nog 30.000 militairen naar Afghanistan te sturen, buitelden de ministers weer over elkaar heen met hun mening over wat Nederland nog zou kunnen betekenen in Afghanistan. Minister Maxime Verhagen stoorde zich gistermorgen openlijk aan het PvdA-Kamerlid Van Dam die feiten zou verdraaien over de landen die actief zijn in Afghanistan en niet naar feiten wil luisteren. Op zijn beurt maakte vicepremier en PvdA-leider Bos nog eens duidelijk dat wat hem betreft er volgend jaar een einde komt aan de Nederlandse militaire betrokkenheid bij Uruzgan. Zijn partijgenoot en minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders liet zich op dezelfde wijze uit. „Ik ben het spuugzat”, riep het Kamerlid Han ten Broeke van de in de oppositie verkerende VVD gisteren uit in de Tweede Kamer, waar de begroting van Defensie werd behandeld. Minister Van Middelkoop knikte deemoedig.

Het maakt allemaal nog eens duidelijk hoe gevoelig de Nederlandse militaire operatie in Afghanistan, de grootste sinds de jaren vijftig, in de politiek en de samenleving ligt. De strijd in Afghanistan heeft inmiddels aan 21 Nederlandse militairen het leven gekost. Een veelvoud is ernstig gewond geraakt. Zichtbare resultaten heeft het militaire optreden nog niet opgeleverd. De strijd tegen de Talibaan c.q. Al-Qaeda, waar het om begonnen was, is nog altijd niet gestreden. Integendeel. En voorts blijven berichten over incompetent en corrupt bestuur van de Afghaanse regering, die de internationale gemeenschap officieel te hulp is komen schieten, blijven aanhouden. Het draagvlak onder de bevolkingen van landen die troepen naar Afghanistan hebben gestuurd, neemt dan ook snel af. Dat geldt ook voor Nederland.

Vandaar dat een meerderheid van de Tweede Kamer dit najaar de regering nog eens herinnerde aan de belofte uit 2007 toen werd besloten de Nederlandse missie met twee jaar te verlengen tot 2010. Dat gebeurde onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat het echt de laatste keer was. Eind 2010 zou de laatste Nederlandse militair uit Uruzgan zijn vertrokken.

Maar de internationale werkelijkheid houdt geen rekening met Nederlandse afspraken. Die werkelijkheid is, zoals Obama deze week duidelijk maakte, dat er op korte termijn extra militairen naar Afghanistan moeten om over 18 maanden een begin te kunnen maken met de terugtocht. De benodigde manschappen zullen voornamelijk uit de Verenigde Staten komen, maar ook de NAVO-bondgenoten waaronder Nederland is gevraagd een extra bijdrage te leveren.

Maar Nederland gaat juist weg. Althans dat zei Nederland in 2007. Nu talloze andere landen meer militairen sturen, valt dat extra op. Nederland dreigt dan al gauw als niet loyaal te worden afgeschilderd. En dat is dan nu de afweging die in Den Haag moet worden gemaakt: trouw aan de bondgenoten of trouw aan de eerdere beloftes.

    • Mark Kranenburg