Ik zet de bril af om magie te zien

Rich Hinam (47) maakte sociaal theater voor randgroepjongeren.

Nu geeft hij les aan het University College in Utrecht. Nogal een overgang, of niet?

Rich Hinam (47) is geen opvallende verschijning. In een hoek van het café lepelt hij gulzig de slagroom van zijn irish coffee. Zijn stoppelgezicht steekt boven een grijze fleecetrui uit, naast zijn voeten in stevige wandelschoenen staat een vouwfiets.

Toch is Hinam, geboren in het Engelse Bristol, een echt podiumdier. Hij maakt al bijna dertig jaar over de hele wereld theater. Vooral met wat hij zelf ‘randgroepen’ noemt. Of dat nu dakloze kinderen in Nicaragua zijn, of langdurig werklozen in Groningen.

‘Nuttig’ is voor Hinam het codewoord. Theater kan mensen vaardigheden bijbrengen die ze in hun dagelijks leven kunnen toepassen: op je eigen benen staan, improviseren, het beste van de situatie maken, werken met de middelen die je hebt, trots zijn op wat je hebt neergezet. Die vaardigheden kunnen mensen aan de rand van de samenleving volgens Hinam juist heel goed gebruiken.

Dat zijn ‘sociale’ theater weinig erkenning krijgt en niet op subsidie uit de kunstwereld kan rekenen, irriteert Hinam. „Het theater van Toneelgroep Amsterdam voldoet inderdaad aan alle eisen van een theaterschool, maar ik wil het publiek op een andere manier raken. Een manier die verder gaat. Het is jammer dat daar weinig aandacht voor is.”

Sinds vijf jaar is Hinam docent aan het University College Utrecht. Nogal een overgang, vindt hij zelf. Geen randgroepjongeren, maar elitejongeren. Maar kennis overdragen blijft het mooiste wat er is. „I’m not tired of being inspired.”

Waar komt die wil om kennis over te dragen vandaan?

„Op mijn veertiende gingen we op schoolreisje naar de Tate Gallery in Londen. De tentoonstelling had een stuk van de Amerikaanse schilder Mark Rothko. Het waren drie hoge, langwerpige panelen, die haaks op elkaar stonden. Toen ik ertussenin stond gebeurde er plotseling iets met me. Ik voelde me ontdaan, geroerd, stond nog net niet te huilen. Ik realiseerde me toen voor het eerst dat je kunst fysiek kunt ervaren.”

Dat werd theater?

„Vanaf toen ben ik op mijn middelbare school inderdaad steeds meer met theater gaan doen. De zeshonderd jaar oude school had een lange traditie van Shakespearevoorstellingen en uitblinken in theater werd dan ook gewaardeerd en gerespecteerd. Daarom kwam ik ook weg met wat minder goede schoolresultaten.”

Wat wilde u bereiken?

„Ik geloof heilig dat theater een bron van goeds in de wereld kan zijn. Het heeft de kracht om mensen op een andere manier naar hun omgeving of zichzelf te laten kijken en de mogelijkheid van verandering te zien.”

Dat wilde u uitdragen?

„Of zien misschien. Toen ik op mijn 21ste naar Amsterdam kwam, was ik knocked out. Ik herinner me dat ik in een bar zat met mensen uit vier of vijf verschillende landen. Ik dacht bij mezelf: dit is geen conferentie of internationale top. Het is hier geen big deal om samen te leven. Dat multiculturele karakter van de stad inspireerde me. Maar de tolerantie van toen heb ik zien verdwijnen. Ik wil graag een rol spelen in het verschuiven van de balans. Heel idealistisch.”

Idealistisch?

„Absoluut. Ik ben al 25 jaar betrokken bij het Belgische theatergezelschap Yawar, dat werkt in de wijk Sledderlo, in Genk. Sledderlo werd vroeger ook wel ‘klein Chicago’ genoemd. Er woonden voornamelijk immigranten en er was veel criminaliteit. Met Yawar ben ik theater gaan maken met tweede generatie immigranten: Turken, Marokkanen, Italianen. Die multiculturele samenstelling bleek een enorme kracht. De voorstellingen waren niet alleen voor de jongeren een positieve ervaring, maar ook voor ons publiek. De wijk is opgeleefd door theater. Theater kan dus de realiteit veranderen. Dat vind ik interessanter dan een illusie scheppen.”

Illusie is dus niet het uitgangspunt van je voorstellingen?

„Nee. Ik ga het liefst uit van een plaats. Een omgeving. Ik wil creatief zijn met de dagelijkse omgeving van mensen. Om te overleven hebben we altijd onze alledaagse bril op. Maar als we die afzetten kunnen we de magie in de wereld om ons heen zien. Ik beleef mijn meest heldere momenten tijdens het reizen. Door te reizen kun je je eigen tradities en wortels in een nieuw licht zien. Je stapt in de alledaagse omgeving van een ander. Een tripje naar de supermarkt is dan al een interessante ervaring.”

U heeft veel gereisd. In welke reis overheerste die magie?

„In Nicaragua. Daar ben ik op mijn 24ste gaan backpacken, maar ik vond het vreselijk. Ik kon niet leven met het idee dat mijn rugzak meer kostte dan een huis daar. Ik kwam in contact met een man die er met zwerfkinderen werkte. Toen hij me zijn wereld liet zien was ik totaal in shock. Aan lijm verslaafde kinderen, moeders van 11 of 12 jaar oud, hele families die op de vuilnisbelt woonden. Ik dacht dat mijn vaardigheden nooit zouden kunnen helpen het leven daar beter te maken. Mensen die in vuilnis woonden hadden niks aan mijn theater.”

Maar?

„De man die me rondleidde dacht daar anders over en vroeg me om theater te komen maken met de zwerfkinderen. Ik ben eerst teruggegaan naar Nederland, maar heb toch besloten het te doen. We hebben de kinderen een maand lang meegenomen op reis door hun land.”

Wat gebeurde er?

„Het kind dat me het meest is bijgebleven was een jongetje van een jaar of acht, dat nauwelijks Spaans sprak. Niemand wist waar hij vandaan kwam. Hij bedelde, stal, snoof lijm, maar raapte zichzelf bij elkaar om het project te doen. Op een keer vroegen we de kinderen om hun droom te tekenen. Dit jongetje tekende een huis op stelten met kippen ervoor. Dat soort huizen staat alleen in een bepaald deel van Nicaragua. Na wat onderzoek bleek dat zijn hele dorp door een springvloed was weggevaagd. Hij was de enige overlevende. Dit kind vond een manier om door te gaan. Na zo’n fucking trauma.”

Daar doet u het voor.

„Dat geeft mij inspiratie. Mijn leven is ook niet altijd gemakkelijk geweest maar ik ben altijd onderdeel geweest van tradities en families. Wat ik er ook heb geleerd, is leven in het nu. In Nicaragua leven de mensen op vulkanen, en kunnen aardbevingen en springvloeden elk moment hun huis wegvagen. Zij leven in het nu en hebben de kracht om te zeggen ‘fuck it, let’s celebrate now’. Dat bewonder ik.”

Dat mist u hier.

„Amsterdam is nu mijn thuis. Het enige wat ik mis in Nederland zijn ruige landschappen. Die kunnen, net als kunst, een fysiek effect hebben. Het Nederlandse landschap inspireert me niet. Er is geen drama, het uitzicht verandert niet, je kunt niet kiezen om in de wind te gaan staan of te schuilen. Ik mis de bergen en de woeste zee.”

En de kinderen?

„Ook op de universiteit kan ik een omgeving creëren waarin leerlingen hun eigen ontdekkingen kunnen doen. Over zichzelf, over de andere leerlingen, over hun omgeving. Daarbij moet je risico’s durven nemen. Ik had zelf eens een leraar die een vos had aangereden en het dode dier mee de klas in nam. Hij zei ‘Ik wil dat jullie het zelf ruiken.’ Uiteindelijk kun je theater niet uit de boeken leren. De belangrijkste ontdekkingen doe je buiten het leslokaal. En in de klas kun je die dan in context plaatsen.”

    • Maite Vermeulen