Ik wás de weg, nu ben ik 'm kwijt

Een reisgids zal nooit meer hetzelfde zijn na het lezen van Beste reiziger van Philibert Schogt. Ierland trouwens ook niet.

Philibert SCHOGT,auteur. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Amsterdam, 31 mei 2005 Mentzel, Vincent

Philibert Schogt: Beste reiziger. De Arbeiderspers, 180 blz. € 16,50

De roman heet Beste reiziger en is in de jij-vorm geschreven. Zou Philibert Schogt zich hebben laten inspireren door de klassieker Als op een winternacht een reiziger van Italo Calvino? Best mogelijk, die titel hangt dezer dagen in de lucht: de nieuwe cd met ‘sfeervolle luisterliedjes’ van Sting heet If On A Winter’s Night... En bovendien bezit de vierde roman van Schogt (Amsterdam, 1960) alle vijf kenmerken van goede fictie volgens Calvino: lichtheid, snelheid, precisie, duidelijkheid en veelvormigheid.

In Beste reiziger wordt de lezer toegesproken door een reisgidsenschrijver die voor de o zo verantwoorde À la carte-serie naar het zuidwesten van Ierland is gestuurd. ‘Ik ben hier niet op vakantie,’ zegt hij. ‘Ik ben hier om de jouwe voor te bereiden.’ Aanvankelijk gunt deze Max Vermeer (‘Met andere woorden, reiziger, ik ben de weg’) ons een kijkje in de keuken van de reisboekenbranche. Zo komen we te weten dat hij net als zijn collega’s bij voorkeur reisgidsen overschrijft; dat hij zijn research tot het minimum beperkt (maar dat het resultaat van zijn inspanningen de honderd procent benadert); dat hij zich houdt aan het adagium Tell, don’t show; en dat hij geen been ziet in een beetje hypocrisie: ‘We vinden het jammer hoe een traditioneel Iers vissersdorpje wordt aangetast door de yuppen uit Dublin of Cork, om even later te juichen over een pasgeopende sushibar in datzelfde dorpje.’

Maar al gauw blijkt dat Max zich in een identiteitscrisis bevindt; ‘Ik was de weg, sinds kort ben ik hem kwijt,’ schrijft hij halverwege zijn verhaal. Op weg naar Ierland is hij verliefd geworden op zijn idealistische collega Linda (die in de voorgenomen gids Groot-Brittannië en Ierland Wales voor haar rekening neemt) en toen hun wegen scheidden, is hij gaan twijfelen aan zijn vertrouwde cynisme. Max ‘was de mooiweerspeler die zijn ogen sloot voor alle ellende in de wereld’, maar nu vraagt hij zich af of hij niet altijd ‘zijn eigen spelbreker’ is geweest. Hij wil een voorbeeld nemen aan Linda en net als alle gewone mensen niet meer zondigen tegen ‘het toeristische gebod: gij zult genieten’.

Natuurlijk is dat gedoemd te mislukken; het leidt onder meer tot een hopeloos boottochtje naar een tweesterrenkluizenaarseiland voor de kust, waar Max moet toegeven ‘ik kan het niet’, en naar de rand van het Ierse partycentrum Galway, waar hij concludeert: ‘ik wil het niet. Ik wil de kloof tussen mij en de feestvierende meute niet overbruggen. Die kloof is er niet voor niets.’ Waarna Max begint aan een wilde rit naar Connemara, waar hij in een poging zijn gedachten op een rijtje te zetten een angstaanjagend mystiek visioen in het veengebied ervaart.

Tenminste, dat beweert hij. Maar Max is het schoolvoorbeeld van een onbetrouwbare verteller, en hij is zeker niet te beroerd om behalve zijn baas en zijn boekhouders ook de lezer voor te liegen. Of moeten we zeggen dat zijn schepper daar een duivels genoegen uit put? Philibert Schogt heeft een patent op onberekenbare personages: de doorgedraaide wiskundige en zijn krankzinnige student in De wilde getallen (1998), de monomane chocolatier in Daalder (2002), de trouweloze filosoof in De vrouw van de filosoof (2005). Hoe direct Max Vermeer ons ook aanspreekt – in een zelfverklaarde poging zichzelf ‘in kaart te brengen’, we krijgen geen hoogte van hem. Alles aan hem is onecht, glibberig.

Maar dat verhoogt alleen maar de amusementswaarde van Beste reiziger. Max mag dan een minachtenswaardig man zijn, de verhalen die hij vertelt en zijn laconieke toon vervelen geen moment. Je laat je maar al te graag meeslepen door de spelletjes die hij met je speelt. Het mag dan allemaal niet zo origineel en onverwacht zijn als in het bijna dertig jaar oude Als op een winternacht een reiziger, de roman van Schogt heeft ontegenzeggelijk iets Calvinesks.

En wat misschien nog belangrijker is: iets onweerstaanbaar grappigs – zeker als je met vakantie gewend bent te reizen in het gezelschap van The Lonely Planet of The Rough Guide. Een reisgids zal nooit meer hetzelfde zijn na het lezen van Beste reiziger. Ierland trouwens ook niet. De volgende keer dat ik er ben, kijk ik uit naar de niet te missen papegaaiduikers van Skellig Michael, en natuurlijk naar de even vreeswekkende als louterende bog man van Ballyroy.

Een kniesoor zou kunnen opmerken dat bij Schogt de balans te veel naar de lichtheid doorslaat, ten koste van de veelvormigheid en vooral de veellagigheid. Dat is waar, hoewel het gebrek aan diepgang van Max – en het conflict dat hij zijn leven lang uitvecht met een overgeëngageerde vriend – juist het grote thema van de roman is. Maar eerlijk is eerlijk: sinds Het diner van Herman Koch, van wiens romans Beste reiziger veel weg heeft, heb ik niet zo vaak gegrinnikt en zelfs hardop gelachen bij een Nederlandse roman.

    • Pieter Steinz