'Ik toon de pijn - ongesuikerd'

Kinderen zijn er in één klap volwassen, hebben speciale gaven, en lijken soms nazi-kopstukken. Michael Grants fictieve kustplaats in de VS is vol onheil: ‘9/11 heeft er ook bij mij flink ingehakt.’

Michael Grant(Reynolds) Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 1-10-2009 Boyer, Maurice

Van de ene dag op de andere verdwijnen alle volwassen en oudere kinderen uit een fictief kustplaatsje in het zuiden van Californië. Perdido Beach is volledig afgesloten van de buitenwereld en de kinderen beginnen een meedogenloze strijd om te overleven. ‘Fall-out Youth Zone’ noemen ze hun harde nieuwe wereld, die ontstaan lijkt door een ramp met een kerncentrale, kortweg de FaYZ.

„Een woordspeling, want FaYZ spreek je uit als phase”, zegt Michael Grant, schrijver van Gone, een zeer succesvolle reeks fantasyboeken. ‘Phase’ betekent fase. „Als ouders te maken krijgen met lastige kinderen, zeggen ze vaak: het gaat over, hij of zij gaat gewoon door een fase. Het is een grapje voor ouders onder elkaar.” Een bulderende lach laat zijn grote lichaam schudden. „Ik heb zelf een zoon van twaalf en een dochter van negen en zo lang ik ze ken, zitten ze in een moeilijke fase.”

De FaYZ, een soort koepel, staat voor alles wat Gone zo goed maakt. „Een volkomen belachelijk uitgangspunt” wordt geloofwaardig met de de v’s van een vakkundig gemaakte Hollywood-film: verrassing, vaart, vechten en verliefdheid. De wonderlijke wereld brengt interessante personages in een verhevigde puberteit, doordat kinderen in één klap volwassen moeten zijn en bovendien speciale gaven ontwikkelen. Gone zit daarnaast vol grapjes en verwijzingen naar film, popmuziek, geschiedenis, poëzie en andere fantasy.

Een van de meest aansprekende actieheldinnen beleeft bijvoorbeeld bloedstollende avonturen met gemuteerde coyotes en een duistere macht in een mijn. Ze heeft de gave om mensen te genezen met handoplegging, maar kan haar eigen innerlijke pijn niet bezweren. Ze heet Lana Arwen Lazar, de namen van achtereenvolgens de vriendin van Superman, de elfenprinses van Tolkien en de bijbelse figuur die opstond uit de dood. (Trouwens: haar hond heet Patrick, naar de onnozele zeester uit de tekenfilm Spongebob.)

Over al deze ‘inside jokes’ praat Grant graag en geroutineerd. Tijdens zijn Gone-promotietoer door Europa, doet Grant ook Nederland aan. Op de hotelkamer toont hij zich een hoffelijke gastheer, die menige mededeling inleidt met: „Ik zal je een geheim verklappen.” Geregeld grijpt hij zijn iPhone, om een foto te tonen van zijn zoon Jake en dochter Julia: „Ze stonden model voor twee personages.”

Julia – „een echte atlete, heel goed in gymnastiek” – is in het boek Brianna, die sneller rent dan het geluid. Jake is Computer Jack, die onder meer de software in de kerncentrale weet te doorgronden. Grant: „Jake is een computerwonderkind en zijn helden zijn Steve Jobs van Apple en de twee oprichters van Google.”

Computer Jack waait met alle winden mee. Uw zoon ook?

„Tegen Jake zeg ik wel eens: je bent loyaal aan degene die jou de beste computer geeft. Dat is een grap natuurlijk, maar Computer Jack gaat echt mee met iedereen die hem technologie biedt. Computer Jack ontbeert elk gevoel voor moraal.”

Veel kinderen in het boek liegen, stelen, verraden en vechten. Waarom misdragen uw personages zich zo?

„Veel ouders zien hun kinderen op een nogal sentimentele manier, zo van: daar ben je, volmaakte engel. En wat is het droevig dat je in de loop van de tijd gecorrumpeerd zult worden. Onzin! Het is precies andersom. Die kleine schepsels leven net als dieren volledig naar hun verlangen en behoeften. Je traint hen zo dat ze niet zomaar pakken wat ze nodig hebben. Dat noemen we beschaving en we hopen dan maar dat die succesvol is. Dus die tieners in mijn boek zijn tot alles in staat, tot heldendom en tot geweld.”

Uw boek is extreem gewelddadig. Waarom eigenlijk?

„De eerste vraag is eigenlijk: zijn kinderen gewelddadig in een situatie zonder ouders, voedsel en communicatiemiddelen? Antwoord: ja. Als mijn eigen kinderen een wapen zouden hebben zat er in het zuiden van Californië een diepe krater. Ga eens staan tussen je kind en een stuk speelgoed of tussen je kind en snoepgoed en je beseft ineens hoe toegewijd, meedogenloos en vastberaden kinderen kunnen zijn. Hun houding is: ga aan de kant!”

Maar waarom moet het geweld zo gedetailleerd, zoals die lynchpartij?

„Omdat in de eerste plaats de amusementswaarde zo hoog is. Mensen die film of tv kijken vinden geweld aantrekkelijk, in elk geval in de VS. Ten tweede wil ik geen tekenfilmgeweld laten zien, met figuurtjes die na een klap meteen weer opstaan, maar realistisch geweld. Dan moet je ook de pijn ervan tonen, het kwaad. Je moet er geen suikerlaag omheen doen.”

Het geweld wordt aangewakkerd door de machtswellust van de een, het sadisme van de ander en een campagne tegen de kinderen met gave, de ‘freaks’. Heeft het geweld een ideologische basis?

„Deels. Sommige jongens, die ik heb gemodelleerd naar de kopstukken van de nazipartij, willen gewoon macht. De ideologie over de ‘normalen’ en de ‘freaks’ is een voorwendsel. Europese lezers verbinden deze propaganda onmiddellijk met de Jodenvervolging in WO II. Amerikanen denken eerder aan de lynchpartijen van zwarten in ons verleden. Die parallellen zijn overigens heel algemeen. Ook in voormalig Joegoslavië besloot de ene bevolkingsgroep de andere te vernietigen.”

Anders dan met geweld, bent u terughoudend met seks. Waarom?

„Omdat ik voor de Amerikaanse markt schrijf en de meeste Amerikanen nu eenmaal moeite met seks hebben. Om die reden wilde ik de hoofdpersonen wat jonger maken, 13 jaar, omdat je dan verliefd kunt zijn zonder seks. Maar de Britse uitgever wilde dat ze 16, 17 jaar waren, wegens het geweld. In dat geval had ik ze moeten laten neuken. Dus kwamen we uit op 14 jaar, met enkele kinderen van 15.”

Het was schipperen tussen de verschillende landen?

„O ja, maar elk land heeft recht op zijn eigen hypocrisie. De Nederlandse uitgever heeft mij laten schrappen in een scène, omdat die voor Nederland te gewelddadig was. Daar kon ik mee leven. De Duitsers hebben me gevraagd om het personage Dekka te veranderen van een lesbienne in een heteromeisje. Daar heb ik ‘nee’ tegen gezegd, absoluut nee. Ach, als schrijver duw je zover als je kunt en de uitgever duwt weer terug.”

Gebeurt dat alleen met seks en geweld?

„Nee, ook met het taalgebruik. Eerlijk gezegd had ik als schrijver meer moeite met het kuisen van de taal. Je wilt de taal van de kinderen gebruiken, en dan precies het juiste woord. Je wilt je personage niet ‘gosh’ laten zeggen als die in zijn hand hakt. Want waarschijnlijk drukt een tiener zich dan grover uit, met het F-woord. Dat kan ik helaas niet schrijven.”

Klopt het dat de politiestaat die snel wordt ingevoerd, is geïnspireerd door de situatie na elf september?

„Niet met opzet, maar 9/11 heeft er ook bij mij enorm ingehakt en dus is het zeer waarschijnlijk dat zoiets bij het schrijven mijn verhaal binnenkomt. Het conflict tussen gezag en burgerlijke vrijheid is deel van de Amerikaanse geschiedenis sinds het ontstaan van dit land. We hebben regels nodig en we hebben vrijheid nodig en tussen die twee is er is altijd een conflict.’’

Het kapitalisme hoort ook erg bij uw land. Laat u daarom het personage Albert de markteconomie opnieuw uitvinden?

,,Bij Albert dacht ik aan Sam Walton, oprichter van Walmart, het grootste bedrijf ter wereld. Albert wil niet het kapitalisme uitvinden, hij wil Albert zijn. En wat doet hij dus? Hij opent een McDonald’s, om mensen te helpen, maar hij wordt steeds meer een zakenman.”

Iemand zegt: iedereen is veranderd, sommigen ten goede en anderen ten slechte. Is dat de kern?

„Ja, in elke crisis doen sommigen het beter dan ervoor, anderen juist slechter. Ik heb veel onderzoek gedaan naar de veldslagen in de Burgeroorlog. Als je de namen bekeek, dan zag je dat dezelfde mensen die in de ene slag dapper waren in een andere slag op de vlucht sloegen. Die laatsten stortten zich twee dagen later in de strijd. De ene dag een held, de andere een lafaard. Een groot mysterie van het mens zijn.”

Uw boek doet sterk denken aan ‘Lord of the Flies’. Inspireerde William Golding u?

„Gek genoeg niet. Ik was vooral geïnspireerd door Lost, de tv-serie, met overlevenden die het samen moeten zien te redden. Toen anderen me wezen op de parallellen, moest ik er wel iets mee doen. Daarom zit in de plattegrond van Perdido Beach een Golding Street. Dat is een inside joke.” Grant buldert weer van het lachen.

    • Karel Berkhout