Hollanditis toen en nu

De vergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO, vandaag in Brussel, stond uiteraard in het teken van Afghanistan. Maar er was meer geagendeerd. Zoals het nieuwe strategisch concept van de alliantie. Omdat president Obama dit jaar opriep de wereld atoombomvrij te maken, is het kernwapen weer terug van weggeweest.

Daarop preluderend, riepen vier Nederlandse Ministers van Staat de regering op hieraan wat voortvarender mee te werken. Minister Verhagen (CDA) zei blij te zijn dat „zij zich achter mijn beleid hebben geschaard”. Maar, voegde hij toe, eenzijdig handelen levert geen kernwapenvrije wereld op. Precies dat standpunt huldigden de vier toen „zij zelf regeringsverantwoordelijkheid droegen”.

Begin jaren tachtig, toen honderdduizenden betoogden tegen het ‘dubbelbesluit’ van de NAVO en plaatsing van kruisraketten in Nederland, waren Lubbers (premier, CDA), Van der Stoel (Buitenlandse Zaken, PvdA), Van Mierlo (Defensie, D66) en Korthals Altes (Justitie, VVD) in verschillende kabinetten inderdaad tegen eenzijdige stappen. Maar nu redeneren deze vier toch een slag anders dan het retrospectief van Verhagen. Amerikaanse atoomwapens „op het grondgebied van niet-kernwapenstaten” zijn nu wel aan de orde.

De Ministers van Staat betogen expliciet dat de logica van de Koude Oorlog niet meer van deze tijd is. Nu het bezit van kernwapens uitdijt, krijgt het klassieke begrip afschrikking een nieuwe betekenis. Afschrikking is amper nog een methode om wederzijdse vernietiging te voorkomen. De drempel voor het gebruik van de bom neemt juist af.

In deze multipolaire wereld wordt wapenbeheersing daardoor moeilijker en tegelijkertijd urgenter. Daarom is het zo belangrijk dat de betrekkingen tussen Amerika en Rusland normaliseren, zoals vandaag op de NAVO-top in Brussel voorzichtig blijkt. De aanwezigheid van de Russische minister Lavrov biedt perspectief voor een vervolg op het Strategic Arms Reduction Treaty (Start), dat morgen de jure afloopt. Een nieuw akkoord zou het begin kunnen zijn van een nieuwe ronde nucleaire ontwapening. Nieuwe atoomstaten zullen zich daardoor vermoedelijk niet laten weerhouden. Maar als de grote kernmachten stappen blijven zetten richting global zero, wordt hun politieke speelruimte geringer en de kans op een multilaterale aanpak van de gevaarlijkste boosdoeners reëler.

Amerika en Rusland hebben daarbij het voortouw. Daarin heeft Verhagen gelijk. Maar hij hoeft zich niet te beperken tot de rol van „makelaar” die de minister zich toebedeelt. Anders dan een kwart eeuw geleden, toen Nederland door het dubbelbesluit een duidelijke onderhandelingspositie had, kan hij zich wat meer vrijheid veroorloven. Dat geldt zelfs voor Duitsland. In haar regeerakkoord maakt de nieuwe christen-democratisch/liberale coalitie expliciet gewag van haar inzet om er, uiteraard binnen het kader van de NAVO, voor te ijveren dat alle nog resterende kernwapens uit de Bondsrepubliek worden teruggetrokken.

Voor het verwijt van ‘Hollanditis’, zoals in de jaren tachtig, hoeft de Nederlandse regering nu dus niet bang te zijn.