Hoera, voor de blije, vrije vrouw

Bestaat er zoiets als een vrolijk feminisme? Jazeker, vond Helen Gurley Brown: ze schreef een bestseller en leidde het blad Cosmopolitan naar hoge oplagen. ‘Girls just wanna have fun’.

Helen Gurley Brown, editor-in-chief of Cosmopolitan magazine, gets a boost from some of the hunks who are included in the magazine's first "Bachelor of the Month" calendar, during a promotional event at New York's Fashion Cafe Wednesday morning, July 19, 1995. (AP Photo/Albert Ferreira/DMI) ASSOCIATED PRESS

Jennifer Scanlon: Bad Girls Go Everywhere. The Life of Helen Gurley Brown. Oxford University Press., 270 blz. €20,-

Het tweedegolffeminisme van de jaren zestig en zeventig was een behoorlijk elitaire beweging. Voortrekkers, zoals Gloria Steinem, Germaine Greer en Kate Millett, bewogen zich in universitaire kringen en spraken bij voorkeur hoogopgeleide vrouwen aan, plus de media, die gefascineerd waren door de revolutionaire boodschap van de mediagenieke women libbers.

The Feminine Mystique van Betty Friedan (1964) geldt als beginpunt van de vrouwenbevrijding. Hierin beschrijft journalist Friedan het ennui van de huisvrouw die wegkwijnt in de suburbs met alleen kleine kinderen als aanspraak en een voorraad mother’s little helper (valium) om op terug te vallen. Friedans klaroenstoot had een enorme weerklank, maar twee jaar eerder was er een boek over vrouwenzaken verschenen dat veel beter was verkocht: Sex and The Single Girl van Helen Gurley Brown. Het leidende idee van Jennifer Scanlon, die de biografie Bad Girls Go Everywhere schreef, is dat Helen Gurley Brown aan de wieg stond van een vrolijker feminisme, dat laagbetaalde kantoormeisjes aansprak en misschien nog wel invloedrijker was dan de radicale ideeën van Steinem c.s. Brown heeft twee wapenfeiten op haar naam staan: de megahit Sex and The Single Girl (1962) en het glossy vrouwenblad Cosmopolitan, waarvan ze van 1965 tot 1996 hoofdredacteur was. In de eerste twintig jaar van haar bewind stegen de oplagecijfers tot ongekende hoogte. Haar formule bestond uit vier pijlers: seks, uiterlijk, werk en geld, maar de belangrijkste van die vier was seks. Zij haalde dit thema uit de Playboy-achtige mannensfeer en stemde het af op vrouwen.

Helen Gurley Brown (1922) is een typisch voorbeeld van de Amerikaanse droom – from rags to riches. Ze groeide in armoede op in Arkansas, verloor op haar tiende haar vader bij een liftongeluk en verhuisde met haar moeder en oudere zuster tijdens de Grote Depressie naar Californië. Haar zuster kreeg polio en belandde in een rolstoel. Het vaderloze gezin kon nauwelijks rondkomen en vanaf haar 19de moest Helen zichzelf onderhouden als typiste. Ze was geen schoonheid – ze beschreef zichzelf vaak als ‘mouseburger’ – maar compenseerde die middelmatigheid met een superslank – sommigen zouden zeggen: graatmager – lichaam. Eten deed ze nauwelijks, maar wel anderhalf uur krachttraining per dag. Tot op hoge leeftijd paste ze in jurkjes van 14-jarigen. Facelifts, siliconenimplantaten en andere cosmetische operaties illustreerden haar ambitie om keihard aan jezelf te werken.

Als jonge vrouw was ze er niet op gericht hogerop te komen – ze hechtte alleen aan haar werkend bestaan omdat het haar vrijheid en onafhankelijkheid bood. Ze versleet baantjes, totdat ze op een reclamebureau, net als secretaresse Peggy in Mad Men, de overstap maakte van typemeisje naar copywriter, een beroep waarvoor ze zeer getalenteerd bleek. Bovenal had ze veel lol met mannen, zowel op als buiten het werk. Trouwen en kinderen krijgen was wel het laatste wat ze wilde en van het huisvrouwschap gruwde ze. Liever had ze liaisons, met vrijgezelle of getrouwde mannen, het maakte haar niet uit. Zolang de mannen maar betaalden in bars en restaurants en zolang ze maar met fijne cadeaus kwamen aanzetten om haar te fêteren.

Toch kwam ze uiteindelijk een man tegen die haar geschikt leek om het leven mee te delen: David Brown, een Hollywood-tycoon met twee huwelijken achter de rug, veel status en veel geld. Op haar 39ste veranderde Helen Gurley haar naam in Helen Gurley Brown en ook toen pas begon haar eigenlijke carrière. David Brown raadde zijn vrouw aan haar schrijftalent voor zichzelf aan te wenden en een self help boek te schrijven voor single vrouwen, en hij verzon er ook de titel bij: Sex and the Single Girl. Dit gaf Helen de mogelijkheid om ruim uit haar eigen leven te putten.

Door haar vrijmoedige, opgewekte kijk op man-vrouwverhoudingen werd het boek een immens succes. Brown liet zien dat vrouwen evenveel plezier in seks hadden als mannen. Ze hamerde op het belang van werk en financiële onafhankelijkheid voor vrouwen. En tegelijk verzette zij zich op geen enkele manier tegen de maatschappelijke ongelijkheid van de seksen. Ze zag mannen niet als onderdrukkers die een toontje lager moesten zingen, maar als bronnen van lust en geld waar slimme vrouwen hun voordeel mee konden doen.

Brown geloofde in kapitalisme, hard werken en je eigen plezier nastreven met behulp van seks, mooie kleren en make- up. Ze bezag relaties op het niveau van zakelijke transacties. Een paar jaar later mocht ze aan de slag met de zieltogende glossy Cosmopolitan, waar ze 30 jaar aan het roer stond, totdat ze op haar 74ste tegen haar zin terugtrad. Haar boodschap bleef al die tijd hetzelfde en kwam neer op: girls just wanna have fun.

Erg diep gaat dit flierefluitersfeminisme niet. Vrije seks maakte wel deel uit van het emancipatiestreven, maar alleen door een hedonistische bril beschouwd blijft het wat dunnetjes. Brown was domweg niet geïnteresseerd in de donkere kanten van seks, en ook niet in huwelijk en moederschap. Van de typische vrouwenthema’s ging alleen abortus haar ter harte, als voorstander, omdat ze vond dat een vrouw zonder kinderen beter af was. Haar hele leven heeft zij zich alleen gericht tot de vrije, blije single chick, nu een icoon. De populaire tv-serie Sex and the City bevestigde de vooruitziende blik van Helen Gurley Brown en meer nog het commerciële inzicht dat zij vijftig jaar geleden aan de dag legde. Dit is een verdienste, maar ik aarzel om het een feministische verdienste te noemen.

    • Beatrijs Ritsema