Hij is beter als hij in beweging is

Jan Rothuizen maakt tekeningen van zijn wandelingen. Ze vormen een ‘zachte atlas’ van de stad.

„Ik hoop dat je er zelf beter door leert kijken.”

Kunstenaar Jan Rothuizen (41) wandelt voor zijn werk. In maart haalt hij burgemeester Job Cohen thuis op voor een gezamenlijke tocht. Voor vertrek moeten ze eerst de tuin in, Cohen wil een boom laten zien, een oude beuk waar alle burgemeesters naar gekeken hebben. „Doeg burgemeester!”, roepen schoonmakers vanuit de ambtswoning. Rothuizen en Cohen vertrekken richting de Stopera. Ze lopen via de Herengracht, de Staalstraat en het Rembrandtplein. De wandeling duurt precies 43 minuten. En Job Cohen stopt keurig voor het rode licht, ook als er niemand aankomt.

Al die details noteert kunstenaar Jan Rothuizen. Thuis werkt hij ze uit tot een plattegrond. Hij tekent straatjes, gebouwen, gebeurtenissen en voorziet die van uitleg en commentaar.

Op die manier bezocht hij het afgelopen jaar 41 plekken in Amsterdam. Soms beperkte hij zich tot één ruimte, vaker wandelde hij. Alleen, maar ook samen met een blinde jongen, met een stationsmanager en met iemand van het dierenasiel. De tekeningen bundelde hij in een boek. Sinds vorige week ligt De zachte atlas in de winkel. En nu al komt er een tweede druk.

De verklaring voor dat succes? „Er is veel te zien. Je kunt met een tekening van relatief klein formaat veel tijd doorbrengen. En ik hoop natuurlijk dat het je verbeelding aanspreekt. Dat je zelf beter leert kijken.”

Op verzoek van nrc.next maakte Jan Rothuizen een nieuwe wandeling, van zijn atelier op de Amsterdamse Kerkstraat naar de Albert Cuyp en weer terug. Hij wandelt in rustig tempo, krabbelt onderweg op een kladblokje – dat hij oliebollen ruikt bijvoorbeeld – en fotografeert. Maar het kan ook voorkomen dat hij een uur lang in een massagesalon gaat zitten. „Dan zie je plots behang dat in de hoeken van de muur af pelt. Of dat de masseur op slippers met nopjes loopt.”

Tien jaar geleden maakte Rothuizen zijn eerste plattegrond. „Ik woonde in New York en had me voorgenomen om te gaan schilderen. Want dat doet een kunstenaar, schilderen”, legt hij uit. Maar steeds was er weer een excuus om naar buiten te gaan. „Lopen was een bevrijding. Op straat beleef je dingen, denk je dingen en voel je dingen.” Jan Rothuizen besloot dat dat dan maar zijn werk moest zijn. „Sommige kunstenaars raken geïnspireerd in hun atelier – afgesloten van de wereld. Ik ben beter als ik in beweging ben.”

Misschien is dat mijn kwaliteit, denkt hij hardop. „Ik kan goed observeren en reageren op dingen die gebeuren. Je hebt kleine gedachtes als je loopt, geen zware theorieën. Het is een hele lichte manier van zijn.”

Naast steden als Beiroet (Libanon) en Guangzhou (China) die Rothuizen al op deze manier in kaart bracht, zou hij journalistieker werk willen doen. Een wandeling maken door Kamp Holland in Uruzgan bijvoorbeeld. „Met een tekening kun je zo’n plek inzichtelijk maken. Hoe groot zijn die eetbarakken nu eigenlijk? En wat heeft een soldaat in zijn tas? Je kunt op een onderwerp inzoomen, en tegelijkertijd gevoelige informatie weglaten. Het is anders dan een fotograaf die langskomt. Als kunstenaar zit je toch wat meer onder de radar. Zo’n tekening is een weergave van mijn persoonlijke belevenis.”

Dat laatste is eigenlijk waar veel van zijn werk over gaat. De werkelijkheid, en hoe subjectief die is. Zo maakte Rothuizen eerder een kruiswoordraadsel met alleen maar vragen als ‘Waarom wilt u erkenning?’ en ‘Bent u bang in te zakken?’. Hij liet zijn handen lezen en op advies van een van de handlezers zijn lotslijn chirurgisch verlengen, en hij verzamelde portretten van mensen van wie hij vindt dat ze op hem lijken.

Rothuizen zelf noemt zijn huidige project anders, omdat hij niet zichzelf als uitgangspunt neemt, maar zijn omgeving. Die is namelijk van invloed op hem, zegt hij. Op iedereen. „In de Bijlmer ben ik iemand anders dan in het centrum van de stad. Daar wonen bijna alleen maar zwarte mensen, en voel ik me witter dan hier in de Kerkstraat.”

Misschien moet je het vergelijken met vleermuizen, oppert hij. „Die geven zichzelf een plek door echolocatie. Ze zenden signalen uit, en met behulp van de echo bepalen ze waar ze zijn, en ook wíé ze zijn. Ze bestaan ten opzichte van andere dingen. Zo werkt dat ook bij mensen. Je staat onder invloed van je omgeving.”

De wandeling met Job Cohen eindigt in diens werkkamer vlakbij het Waterlooplein. ‘Cohen is zichtbaar opgeklaard’ staat er in de rechterbovenhoek. ‘Het was ook wel heel mooi weer’.

De Zachte Atlas van Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 128 pagina’s, 18,50 euro

    • Lineke Nieber