Het persbureau van de Paus

Echt geheim is het niet, eerder hoogst privé. Maar dat neemt niet weg dat het Vaticaans Geheim Archief tot de verbeelding spreekt. Ter gelegenheid van een nieuw koffietafelboek ging het even open – voor een exclusief bezoek van onze correspondent in Rome.

006

Voor één keer mogen wij het ‘Verboden Toegang’ passeren. Neusaders en -slijmvliezen zwellen op. Historisch stof dringt diep naar binnen. Dikke pakken papier dempen het geluid. Hier staat het verleden in het gelid, gesorteerd en opgeslagen in witte en bruine leren banden. 84 kilometer documenten in een van de oudste geheugen ter wereld: het Vaticaans Geheim Archief.

Onderzoekers uit de hele wereld komen nooit verder dan de studiezaal. Wij passeren de balie van de archivaris, een deur door, omhoog via de wenteltrap, langs met fresco’s beschilderde zalen, naar de Toren van de Winden met een prachtig uitzicht over Vaticaanstad en Rome. We zakken weer af tot onder de tuinen van het Vaticaans Museum, naar de ‘bunker’. Twee verdiepingen die Paulus VI liet aanleggen om de enorme toevloed van documenten te herbergen. Terug op de begane grond werpen we een blik in eeuwen geschiedenis, slechts verlicht door een peertje ver weg in een gang van 117 meter lang.

Hier is het exclusieve domein van de veertien archivarissen van het Vaticaans Geheim Archief. Dankzij een Brusselse uitgever mag vandaag een enkele onbevoegde binnen. Paul van den Heuvel, van VdH/Books, kwam eind vorig jaar op het idee een boek voor het grote publiek te maken over deze bijzondere plek die tot de verbeelding spreekt. Onlangs nog was het archief het decor van de film Angels and Demons naar het gelijknamige boek van Dan Brown. De succesauteur, zo blijkt tijdens de rondgang, was nooit hier binnen.

Van den Heuvel is er wel in geslaagd zich toegang te verschaffen. Via zijn landgenoot Johan Ickx, een leek die zijn sporen heeft verdiend als archivaris van de oudste rechtbank van het Vaticaan, de Apostolische Penitentiarie. Hij werkte ook jaren als archivaris van de Congregatie voor de Geloofsleer, waar kardinaal Joseph Ratzinger de scepter zwaaide, voordat hij paus Benedictus XVI werd.

Ickx legde het idee van het boek voor aan de prefect van de Geheime Archieven, Sergio Pagano. Deze was al bezig met een eigen publicatie in het Italiaans, en ontbood Van den Heuvel, nadat hij diens fotoboek over de mooiste wijnkelders van de wereld had gezien. Van den Heuvel, trots: „Op 19 januari van dit jaar ontmoette ik Pagano voor het eerst. Op 19 februari was het contract ondertekend en waren we al bezig met het vertalen van de teksten, en nu ligt hier het boek. De lijnen binnen het Vaticaan zijn uitzonderlijk kort.”

Het vuistdikke fotoboek is net in een oplage van 14.000 exemplaren verschenen in het Italiaans, Frans, Engels en Nederlands. Gewerkt wordt aan de vertaling in het Duits, Spaans en andere talen. Vijf jaar lang heeft Van den Heuvel de wereldrechten op De geheime archieven van het Vaticaan. „De droom van elke uitgever”, zegt een glunderende Van den Heuvel die zelf ook meeloopt in de rondleiding. „Ik wilde een echt koffietafelboek maken dat interessant is voor de leek en voor de wetenschapper. Een boek dat de lezer meeneemt op een ‘wandeling’ door het Vaticaans Geheim Archief.”

We moeten flink doorstappen om de in een ietwat oversized zwart ribfluwelen kostuum gehulde archivaris Enrico Flaiani bij te houden. Zijn haast verhoogt het gevoel dat we iets doen wat niet mag. Voordat de onderzoekers na de lunch terugkeren in de studiezaal moeten wij weer weg zijn uit de verboden afdelingen van het archief.

Flaiani vertelt dat het paus Paulus V was die in de 17de eeuw besloot de documentatie van de christelijke wereld structureel te ordenen. Er was al wel wat in de Engelenburcht, maar dat was onvolledig en betrof met name kostbare stukken die overigens erg te lijden hadden van de natuurelementen, omdat ze waren opgeslagen vlak onder de lekkende verdieping waar de kanonnen waren opgesteld. Met Paulus V begon de systematische verzameling van documenten. Het heeft geresulteerd in dit archief dat met de Liber Diurnus Romanorum Pontificum, de oudste beschrijving van pauselijke gebruiken en verkiezingen, teruggaat tot de 8ste eeuw.

Archivaris Flaiani gaat voor naar de kamer van prefect Pagano. Hij opent een vitrinekast. Achter glas hangt de brief van de Britse lords aan paus Clemens VII (zie kader). Een brief op perkament met 81 wassen zegels van lords, bisschoppen en parlementariërs en vier lege doosjes waaruit de zegels zijn verdwenen. De brief behandelt ‘de grote kwestie’, die tot de afscheiding van de Anglicaanse Kerk leidde. Het document is ook in het boek afgedrukt. Beneden in de bunker buigt de archivaris zich over het vredesverdrag van Tolentino uit 1797 tussen het Frankrijk van Napoleon Bonaparte en paus Pius VI, dat desastreuze gevolgen heeft voor de Katholieke Kerk. Dan draait Flaiani zich naar een in het Nederlands opgesteld document: ‘Hebben wy vut onser autoriteyt […] verklaert […] den voorseyden Martin Luther te haudene en te hebbene voor een vremt let verrot ende afgesneden vut den lichame van onser moeder der helegher kerken.’ Het is de bekendmaking van het Edict van Worms uit 1521 dat bepaalt dat Martin Luther zal worden geëxcommuniceerd.

Al dat historisch stof smaakt naar meer. Hier kun je wat voorbij is met eigen handen aanraken, met eigen ogen aanschouwen. De inkt die Napoleon liet vloeien. De spottende brief die atheïst Voltaire schreef aan paus Benedictus XIV, de correspondentie tussen de humanist Erasmus en Clemens VII. De betalingsaanmaning die de grote beeldhouwer en architect Gian Lorenzo Bernini stuurde naar zijn pauselijke opdrachtgever. Documenten die ook in het nieuwe boek zijn afgedrukt en uitgelegd. „Dit is het belangrijkste archief ter wereld”, zegt Johan Ickx, die de Nederlandse vertaling van het boek verzorgde. „Van alle soorten documenten en geschriften op alle niveaus heeft het archief een voorbeeld in bezit. Van koninklijke correspondentie tot de banaalste voorbeelden van schrift.” Het schrift is hier de hoofdpersoon, beklemtoont de archivaris. „Het schrift als drager van theologie, diplomatie, oorlog, vrede, bezit.” Nog dagelijks komen er meters archief bij, honderden meters per jaar.

Maar tijd om lang te kijken is er niet. De onverbiddelijke archivaris Flaiani zet de pas er weer in. We spurten langs de monumentale diplomatieke etage met alle correspondentie die de nuntiaturen en diplomatieke zendingen uit de diverse landen naar het Vaticaan sturen. Op tafel liggen logge, dertig centimeter dikke banden. „Deze stukken lezen als het archief van een hedendaags persbureau”, vertelt Ickx. De Reformatie, de godsdienstoorlogen – of het nu om Frankrijk, de Republiek, Engeland of andere gebieden gaat, de geschiedenis valt hier van uur tot uur te volgen. „Wie een geschiedenis van de Nederlanden wil schrijven, doet er goed aan te beginnen met de verslagen van de pauselijke gezanten van Flandria.”

We passeren banden met Duitse documenten uit 1938 en 1939. Hier ligt ook de in het boek gepresenteerde brief van Pius XI aan Hitler (zie kader). Maar de voor wetenschappers en journalisten zo gevoelige dossiers over de Tweede Wereldoorlog zijn niet te vinden in deze bunker, zo vertelt Flaiani. „Alles wat nog moet worden vrijgegeven, houden de congregaties en nuntiaturen in hun eigen archief.” Die informatie is zo beschermd dat deze zelfs niet aan het Vaticaans Geheim Archief wordt toevertrouwd.

Het woord geheim in de naam van het archief komt eigenlijk voort uit een slechte vertaling, vertelt Flaiani. „Het staat voor privé, persoonlijk, van de paus en niet toegankelijk voor het publiek.” De enige echt geheime stukken zijn de nog niet vrijgegeven documenten jonger dan zeventig jaar.

De meest beladen dossiers zijn de stukken die betrekking hebben op WO II. Maar ook die worden straks publiek gemaakt, zo weet Johan Ickx. „Paus Benedictus XVI heeft na zijn aantreden onmiddellijk opdracht gegeven alle documenten uit WO II zo snel mogelijk vrij te geven. Daar wordt nu met man en macht aan gewerkt.” Ickx is daar zelf ook bij betrokken. Wanneer het karwei geklaard zal zijn, durft hij niet te voorspellen. „Maar deze Duitse paus wil het materiaal nog gedurende zijn eigen pontificaat vrijgeven.” Over de lange voorbereiding die dat vergt zegt Ickx: „Het probleem is niet dat we het nog langer geheim willen houden, maar dat het om meer dan honderd meter documenten gaat. Je kunt dat niet te grabbel gooien. Dat moet eerst worden gezuiverd.”

Met zuiveren bedoelt hij schoonmaken en niet censureren. „De documenten moeten worden ontlarfd. Ze moeten worden ontdaan van beestjes, wormen, insecten en zilvervisjes. Alles gaat in grote zakken met gas dat het ongedierte doodt. Metaal en plastic wordt uit de documenten gehaald.”

Er is, vertelt Ickx, te weinig personeel om alles in één keer vrij te kunnen geven. Het betreft de geschiedenis van heel veel landen, in heel veel talen. Soms leidt het openbaar maken van documenten tot diplomatieke problemen. „De informatie kan voor de geschiedschrijving van individuele landen van zo’n groot belang zijn dat ze voorrang willen hebben. Ambassadeurs oefenen soms zelfs druk daartoe uit.”

Met het oog op WO II heeft de prefect van het archief besloten om eerst de documenten die de agressor aangaan te ontsluiten: Duitsland, Italië, Oostenrijk en Japan, vertelt Ickx. Snelheid bij de openbaring is volgens hem vooral in het belang van het Vaticaan dat met regelmaat wordt geconfronteerd met boeken en onderzoeken die suggereren dat Pius XII te weinig heeft gedaan om de Joden van de Holocaust te redden. „De opening van deze archieven zal in het voordeel van Pius werken”, stelt Ickx, zonder teken van twijfel.

Hij baseert zich op 50 kisten met documenten die waren opgeslagen in de Duitse kerk in Rome, de Santa Maria dell’Anima, waar hij ook archivaris is, en die hij heeft ontsloten tot in de jaren zestig. Men verwachtte veel te vinden over de veronderstelde hulp van de katholieke kerk bij de vlucht van nazi’s naar Zuid-Amerika na WO II. „Maar dat viel tegen. Al snel nadat de documenten waren vrijgegeven was er geen interesse meer voor. Zo zal het ook gaan met de andere documenten over WO II. Want er is niets opzienbarends te vinden dat we niet al wisten”, aldus de archivaris die een vertrouweling is van paus Ratzinger.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Het Persbureau van de Paus (Bijlage Boeken, 4 december, pagina 8) staat: Napoleon Bonaparte (1778-1846). Dit moet zijn: 1769-1821.

    • Bas Mesters