Het milieu: oorlog of samenwerking?

B.Berendsen (red.): Emerging Global Scarcities and Power Shifts. KIT Publishers, 400 blz. € 26,90

Het klimaat heeft vaak pech. Er is altijd wel een reden waarom het bij verkiezingen geen prioriteit is. De ene keer zijn het emoties rondom terrorisme, de andere keer is het een economische crisis – er is altijd wel iets acuuts aan de hand. Milieu is niet acuut. Dat is voor milieuactivisten spijtig, maar ook geruststellend. Zodra het milieu alles overheerst, gaan de emoties overheersen. Het doel van een beter klimaat heiligt dan alle middelen. Wanneer de ondergang in het geding is, dan is veel geoorloofd.

In het milieudebat zijn twee richtingen. De ene is er een van verzakelijking: de opwarming van de aarde is een probleem geworden waar wat aan te doen valt. Niet alles valt eraan te doen en ook niet overal en voor echte preventie is het te laat. Maar met verstandige inspanningen is het een probleem waar antwoorden voor bestaan. Er ontwikkelt zich een enorme kennis op het terrein van duurzame alternatieven, geleidelijk aan vinden die hun weg in nieuwe producten en prijsmechanismen. Wat ook helpt is de toekomstige schaarste van fossiele brandstoffen. De andere richting flirt met de ondergang en hoopt op deze manier de mensheid te mobiliseren en – zo denk je wel eens – zelf als herboren Mozes het volk de weg te leiden door zee en woestijn. De opwarming van de aarde is dan niet alleen een probleem, maar ook een vehikel voor een betere wereld, een betere mens.

Daarom is de bundel Emerging Global Scarcities and Power Shifts van de Nederlandse Society for International Development (SID) zo aardig. Nederlanders en niet-Nederlanders belichten het vraagstuk en de meesten van hen combineren een zekere passie met nuchtere analyse.

De Maleisische milieuactivist Gurmit Singh analyseert hoe het milieuvraagstuk ook een kwestie is van machtsverhoudingen: ‘De essentiële vraag is: wie zal de baas zijn en wie gaat verliezen?’ De hoeveelheid broeikasgas in de atmosfeer is tot nu toe grotendeels door het rijke Westen voortgebracht. Maar vanaf ongeveer 2020 zullen niet-westerse landen de grootste vervuilers zijn. Bij vermindering van uitstoot gaat het niet alleen om het principe de vervuiler betaalt, maar ook om macht. Wie betaalt? Singh vreest dat dit ook in Kopenhagen een struikelblok wordt en hoopt derhalve op mobilisatie van de massa: ‘Voor mij is de enige manier om naar opwarming van de aarde te kijken die van een mondiale bedreiging, het zou zelfs behandeld moeten worden als een oorlog.’ Hij is een klassieke vertolker van het actiewezen en de mentaliteitsverandering.

De bezorgdheid heeft een andere toonsoort bij de Wageningse klimaathoogleraar Pier Vellinga. Voor hem is het technisch en economisch een oplosbaar probleem, maar we moeten wel opschieten: ‘Het wordt een ultieme test voor internationale samenwerking.’ Helder is de boodschap in de curieuze en veelzeggende bijdrage van Yang Guang, directielid van de gezaghebbende Chinese Academie voor sociale wetenschappen. China gedraagt zich verantwoord en netjes, maar het dominante thema voor China is niet de zorg maar de zekerheid van energie.

Deze dagen staan weer volledig in het teken van het klimaat. Regelmatig zal de toon zijn alsof het vijf voor twaalf is. Menigeen zal afhaken en vinden dat alles een beetje overdreven is. Deze bundel biedt boeiende beschouwingen van overwegend zakelijke bezorgdheid, met her en der een emotioneel appèl en ontnuchterend relaas.

    • Ben Knapen