Het gaat om redden van de journalistiek

Maandagavond wordt in De Rode Hoed een debat gehouden over de Toekomst van de Media. Die wordt besproken door een interessant panel van deskundigen: minister Plasterk (OCW), Birgit Donker (hoofdredacteur NRC Handelsblad), Henk Hagoort (voorzitter Publieke Omroep) en Arendo Joustra (hoofdredacteur Elsevier en voorzitter Genootschap van hoofdredacteuren).

Ter voorbereiding plaatste de opiniepagina van NRC gisteren een stuk van Harm Taselaar, hoofdredacteur van RTL Nieuws. Daarin pleit hij ervoor het het speelveld tussen publieke en commerciële omroep niet nog schever te maken dan het zijns inziens al is.

Taselaar geeft mij vervolgens te veel eer. Ik zou de perscommissie-Brinkman ertoe hebben gebracht te adviseren de noodlijdende kranten te bevoordelen. De publieke omroep moest helpen. De minister zou dat advies nog hebben opgevolgd ook. Vóór ik samenvat wat ik wel denk, hier Taselaars zinnen waar ik mij niet in herken:

RTL meldde zich dan ook bij de commissie Brinkman om zijn visie op heden en toekomst te kunnen geven. Of we onze opmerkingen maar op een papiertje konden zetten. Ons ontvangen was te veel van het goede. Wij hadden daar juist willen vertellen dat wij een ‘gelijk speelveld’ voor alle media-partijen voorwaardelijk vinden voor een gezonde ontwikkeling van de media-sector.

Dat de discussie een heel andere kant op ging, is mede te danken aan de Groningse hoogleraar journalistiek Marc Chavannes.  Tijdens een diner van het Commissariaat van de Media kwam hij met zijn ei van Columbus: de kwaliteitskranten moesten worden gered door samenwerking met de publieke omroep.

Deze twee partijen moesten op het internet zo snel mogelijk gaan samenwerken, dat zou de redding voor de kwaliteitskranten betekenen en een kwaliteitsimpuls voor de publieke omroep.

Dat deze publiek/private samenwerking een nog verdere ongewenste verstoring van de toch al niet zo vrije markt zou betekenen, kon Chavannes blijkbaar niets schelen. Dat hier ook een belangrijk deel van de toekomst van het RTL Nieuws ligt, was voor hem kennelijk niet relevant. Dat samenwerking tussen private partijen ook mogelijk is, bijvoorbeeld tussen RTL en een krant of persbureau, had hij evenmin niet bedacht.

Toch eigende de commissie Brinkman zich het idee meteen toe. Ook minister Plasterk omarmde het sneller dan het geluid. Hij wil dat de NOS videocontent ter beschikking komt van de kranten om te gebruiken op internet. Het is zijn bedoeling dat de kranten nauwelijks voor hoeven betalen.

Wat ik op die jubileum-bijeenkomst van het Commissariaat voor de Media, ruim een jaar geleden, probeerde te zeggen was ongeveer het volgende. Wie vindt dat journalistiek een rol heeft in een gezonde democratie, moet zich zorgen maken. Kranten functioneren in een commerciële omgeving maar hebben ook een publieke taak. Wie de kaalslag in de provincie aanziet en constateert dat ook de landelijke kranten de broekriem moeten aanhalen, kan moeilijk rustig afwachten.

De publieke omroep heeft wel te maken met verminderde reclame-opbrengsten, maar haar overheidsfinanciering is voorlopig min of meer stabiel. Maar zowel technologische als politieke ontwikkelingen kunnen de legitimiteit van de huidige publieke netten ondermijnen. Mensen kijken wel wanneer zij zin hebben met het apparaatje dat hun het beste uitkomt. Het belang van kunstig geprogrammeerde netten vermindert daardoor. En als de huidige meerderheid in de Kamer omslaat kan de steun voor dit bestel verkruimelen.

Vooralsnog wordt de meeste omroepjournalistiek bedreven door het geheel van de publieke opmroep. RTL Nieuws zorgt al jaren voor een stabiel en kwalitatief goed alternatief voor het NOS Journaal. Maar in verhouding tot omvang en omzet doet de commerciële omroep niet zo veel aan journalistieke berichtgeving, analyse en duiding. Daarom sprak ik meer over de publieke omroep. Niet omdat ik de commerciëlen zou vergeten, laat staan om hen buiten een een-tweetje tussen omroep en kranten te laten.

Mijn suggestie, nauwelijks een Ei van Columbus, was erop gericht de best mogelijke journalistiek in Nederland op de been te brengen en te houden. Niet primair om de kranten te redden, al zou ik blij zijn als zij bloeiend voortbestonden. De suggestie was: waarom gaan gespecialiseerde redacteuren van kranten en omroepen (volstrekt vrijwillig en op basis van gedeelde belangstelling) niet samenwerken?

Daarmee zouden journalistiek omroepprogramma’s aan diepgang kunnen winnen. En zouden kranten aan zo’n samenwerking middelen kunnen overhouden om te blijven investeren in journalistieke kwaliteit. Een voorbeeld: de AVRO wil zich toeleggen op cultuur en gezondheidszorg. Een krant die op zo’n terrein een goede redactie heeft, zou met die omroep op dat gebied kunnen samenwerken. Vele bloemen zouden kunnen bloeien. Wie het zelf afkan doet het vooral niet.

Het was een praktische suggestie waar iedereen - letterlijk - beter van zou kunnen worden. Als RTL of een andere commerciële omroep op één op meer gebieden met een krant journalistiek talent zou willen poolen, geweldig. Het ging me er uitsluitend om zo veel mogelijk journalistieke kwaliteit beschikbaar te krijgen voor de Nederlandse democratie. Dat hoorde Harm Taselaar vorig jaar ‘evenmin niet’. Hopelijk nu wel.

    • Marc Chavannes