Feeststemming bij NAVO over eigen bijdrage

In navolging van de VS sturen 25 landen extra troepen naar Afghanistan; een vertoon van nieuwe solidariteit. Maar Frankrijk en Duitsland houden hun kruit vooralsnog droog.

Er zijn geen ‘zilveren kogels’ of ‘magische oplossingen’ voor de oorlog in Afghanistan, zei NAVO-secretaris generaal Anders Fogh Rasmussen vanochtend in Brussel. Maar de bijeenkomst van NAVO-ministers van Buitenlandse Zaken, drie dagen na Obama’s beslissing om 30.000 extra troepen te sturen, had het bondgenootschap hernieuwde vastberadenheid gebracht: in 2010 zullen vijfentwintig landen (ook niet-NAVO-leden) zo’n 7.000 extra militairen sturen naar Afghanistan.

Belangrijker nog dan dat aantal, dat hoger was dan hij eerder had aangekondigd, was ‘de boodschap van solidariteit’ die de NAVO-landen elkaar hadden gegeven, vond Rasmussen. „Dat zal een effect hebben op de grond.”

Als bondgenootschap was de vaak diepverdeelde NAVO voorlopig gered. „Het was heel erg geweest”, zegt een diplomaat, „als de Amerikaanse oproep aan dovemansoren was gericht.”

Al sinds gisteren heerste er een lichte feeststemming op het NAVO-hoofdkwartier. „We zitten al boven de vijfduizend”, zei een woordvoerder, alsof hij het over een inzamelingsactie had.

De extra troepen van de bondgenoten zullen er komen, al vroegen NAVO-diplomaten zich meteen af of Afghanistan veel zal hebben aan ‘een Poolse eenheid hier en een paar honderd Slowaken daar’. Het is nog lang niet duidelijk hoe efficiënt de extra inzet van veel verschillende landen zal zijn.

Er is ook nog steeds een nijpend tekort aan trainers voor het Afghaanse leger, waardoor de nieuwe strategie van de Verenigde Staten – overdracht van verantwoordelijkheid aan de Afghanen zelf – zou kunnen mislukken.

Bij de grote NAVO-landen was er de afgelopen dagen bijna geen irritatie te merken over de leidersrol van de VS. Of het moest de opmerking zijn van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Guido Westerwelle, die de eenzijdige aandacht voor troepenaantallen „niet erg nuttig” noemde. Duitsland doet nog geen toezeggingen, Frankrijk ook niet. Maar ze sluiten extra troepen niet uit.

Obama’s succes in Brussel is ook het succes van Rasmussen, die afgelopen zomer Jaap de Hoop Scheffer opvolgde als NAVO-secretaris generaal. Hij lobbiet al wekenlang voor meer troepen. Steeds weer zei hij dat de NAVO nú meer moest doen, om later minder te kunnen doen. Er was ‘licht aan het eind van de tunnel’, en dan vroeg hij vooral om trainers voor de politie en het leger: als de Afghaanse troepen beter worden opgeleid, kunnen ze de leiding nemen in de strijd tegen de Taliban.

In Brussel werd ook al bedacht hoe de Afghanen het commando moesten overnemen: provincie na provincie zou onder hun verantwoordelijkheid moeten vallen.

Vervolg NAVO: pagina 5

Holbrooke: Nederlandse politiek begrijp ik helemaal niet

Het mocht geen exit strategy heten, want dat was hetzelfde als je verlies toegeven – de Taliban houden het dan nog wel even vol. Rasmussen noemde het: ‘zoeken naar een gezamenlijke strategie’. Dat klonk, acht jaar na het begin van de oorlog, ook niet echt als overwinningstaal , maar dat kon ook niet anders.

Jaap de Hoop Scheffer zei in Brussel vaak dat ‘de media’ veel negatiever waren dan de werkelijkheid rechtvaardigde. Dat was niet meer vol te houden toen er rapporten naar buiten kwamen over het dreigende verlies in Afghanistan. Er waren hoge militairen die hetzelfde zeiden. En er was de analyse van generaal McChrystal die Obama tot zijn beslissing bracht : zonder extra troepen en een nieuwe strategie zou de oorlog waarschijnlijk mislukken.

Een Amerikaanse diplomaat in Brussel noemt Obama’s nieuwe strategie voor Afghanistan de ‘3t-aanpak’: target de opstandelingen, train de Afghanen en draag de verantwoordelijkheid voor de veiligheidover aan hen over (transfer). Het was een variant op de 3d-aanpak waar de Nederlanders om worden geprezen: development, diplomacy, defense.

De nieuwe aanpak is niet anders dan wat Rasmussen al maanden zegt. Maar het is Obama die een overgrote meerderheid van NAVO-landen zover kreeg dat ze er nu allemaal bij willen horen. „Dit is het momentum”, zei een NAVO-functionaris gisteren.

Op het hoofdkwartier in Brussel leek niemand het erg belangrijk te vinden dat sommige landen geen gevechtstroepen willen sturen, zoals Turkije en Slowakije of dat er landen zijn die maar enkele tientallen militairen aanbieden (Macedonië, Albanië). Elke uiting van steun, hoe vaag ook, werd juichend ontvangen. Georgië, dat graag NAVO-lid wil worden, stuurt 900 man extra. En zelfs de Russen doen mee. President Medvedev zei dat zijn land Afghanistan zou gaan helpen om de economie en het leger te verbeteren.

Voor de Nederlandse minister Maxime Verhagen was het allemaal extra pijnlijk. Híj kon in Brussel niks beloven, een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat alle Nederlandse militairen Uruzgan volgend jaar verlaten. Nederlandse ambtenaren en diplomaten leggen al wekenlang aan hun buitenlandse collega’s uit hoe het zit: ze vertellen over de coalitie, de opiniepeilingen, de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen. De Amerikaanse afgezant voor Afghanistan en Pakistan Richard Holbrooke had, zei hij deze week in Brussel, over de politieke situatie in Nederland gehoord van Verhagen.

Hij respecteerde het democratische proces, elk land moest zelf beslissen of het troepen stuurde. „Maar van de Nederlandse politiek begrijp ik helemaal niets.”