Faillissement Fannie en Freddie niet geheel ondenkbaar

Fannie Mae en Freddie Mac zijn niet bepaald de Amerikaanse versie van Dubai World. Maar de crediteuren van deze twee hypotheekbanken uit de VS moeten niet vergeten dat zij, net als de beleggingsmaatschappij uit Dubai, louter de impliciete steun van hun regering genieten.

Tot nu toe slapen beleggers in de aandelen van deze bedrijven ’s nachts nog prima. Daar heeft het noodfonds van 400 miljard dollar van het Amerikaanse ministerie van Financiën veel mee van doen, evenals het overheidsbezit van meer dan 1.000 miljard dollar aan hypotheekobligaties van Fannie en Freddie. De regering zou zichzelf in de voet schieten als zij de twee firma’s zou toestaan in gebreke te blijven ten aanzien van de ruim 1.600 miljard dollar aan schulden die zij hebben uitstaan.

Bovendien is de rol van beide semistaatsbedrijven op de Amerikaanse markt voor huizenfinanciering cruciaal. En afgezien van deze binnenlandse overwegingen zou een surséance van betaling met betrekking tot gelden die sinds lange tijd worden beschouwd als quasi-overheidsschulden de reputatie van de VS op de financiële markten ondermijnen.

Dit alles helpt verklaren waarom obligaties met een looptijd van twee jaar die werden uitgegeven door Fannie en Freddie, worden verhandeld op een niveau dat doet denken aan de wereld van vóór de kredietcrisis.

De twee Amerikaanse hypotheekbanken hebben nog steeds bijna driekwart van hun kredietlijn achter de hand. En hoewel een slechte arbeidsmarkt en een stijging van de aflossingsproblemen betekenen dat de firma’s waarschijnlijk meer van deze staatsfondsen nodig zullen hebben, lijkt het vergezocht om te beweren dat 200 miljard dollar voor ieder van hen niet genoeg zal zijn.

Buitenlandse centrale banken, die ooit betrouwbare kopers van de obligaties van Fannie en Freddie waren, kunnen iets opgeluchter ademhalen. Hun bezit aan hypotheekobligaties van de twee is vorig jaar gedaald van bijna 1.000 miljard naar 767 miljard dollar.

De doemdenkers die een Amerikaanse schulden- en valutacrisis voorspellen, zouden kunnen zeggen dat de regering in geval van een nieuwe crisis weinig andere keus heeft dan zich te richten op haar directe verplichtingen, en zich van de twee firma’s te ontdoen. De crediteuren van Fannie en Freddie rekenen erop dat zo’n dag des oordeels nog jaren op zich zal laten wachten, als het er al ooit van komt. Niettemin zijn de potentiële gevolgen zo groot dat langetermijnbeleggers die mogelijkheid onder ogen moeten zien.

    • Agnes Crane