Documentaires die fluisteren hoor je niet

In de weken tijdens en na het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) zijn er meer en betere documentaires op televisie te zien. Ook de nieuwsprogramma’s en talkshows besteden dan veel aandacht aan documentaires, vooral als ze bekende hoofdpersonen of makkelijk te verkopen onderwerpen bevatten.

Merkwaardigerwijs ben ik erg weinig aandacht tegengekomen, ook in de geschreven pers, voor de allerbeste Nederlandse documentaires die ik de afgelopen weken zag: zuivere, discrete, bedrieglijk simpele films, waarbij je een beetje tussen de beelden en de woorden in moet kijken en luisteren.

Twee ervan waren eindexamenfilms, van dus nog onbekende regisseurs. Kim Brand studeerde af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht met De zorgfabriek (HUMAN), een korte en geserreerde impressie van de registratie van zorghandelingen in een Hilversums verpleeghuis. Om een bejaarde een koekje te brengen, moet bij het betreden en verlaten van de kamer een chipcard langs een lezer worden gehaald: dat zijn weer twee minuten.

Mooi was ook Brul van de Leeuw (IKON), Thijs Schreuders afstudeerproject aan de Filmacademie. Hij volgde de verlegen, nerdy voorzitter van een Vlaams-nationalistische studentenvereniging in Antwerpen. Die lijkt slecht in die brallerige omgeving te passen en zegt houvast te zoeken. In de sleutelscène zien we hem zijn dementerende vader voeren, vertellend over het belang van normen, waarden en een richting.

In dit rijtje past ook Ton Sijbrands, dammer. Met alle gevolgen van dien (VPRO), die een hommage fluistert aan de legendarische tweevoudig wereldkampioen. De aanleiding vormde de wens van de 59-jarige Sijbrands om in Riga het graf te bezoeken van Andris Andreiko, de Letse sovjetdammer die hij in 1972 onttroonde en die in 1976 vermoord zou worden, onder vage omstandigheden.

Een minder discrete regisseur dan Kees Brouwer (we kennen hem onder meer van De Wouter tapes, het intieme dagboek van een PvdA-lijsttrekker) zou die zoektocht naar de waarheid, de vermeende rol van de KGB en de valse prestigemotieven rond topsport tot goed verkoopbare hoofdthema’s hebben verheven.

Brouwer kiest voor een lastiger traject: een ingehouden portret van een voormalig wonderkind, dat op het toppunt van zijn roem het wedstrijddammen verruilt voor minder gecorrumpeerde toewijding aan de schoonheid van het spel. Hij verbetert nu wereldrecords blindsimultaan, maar speelt ook elk jaar met de Kerst in de kerk tegen hem dierbare thuisdammers. En is begonnen aan het schrijven van zestien boeken over zijn 2.800 partijen tot nu toe, in eigen beheer uit te geven.

    • Hans Beerekamp