De strategie van de terugtocht

Het is een pijnlijke constatering, maar de slag om de hearts and minds is verloren. Niet in Afghanistan, maar in Den Haag. Want wie gelooft er in Nederland nog in die verre, slepende oorlog?

Aan onze mannen en vrouwen in uniform heeft het niet gelegen. In het onherbergzame Uruzgan hebben ze ons en de wereld laten zien dat ze professionele militairen zijn. Ze hebben gezorgd voor relatieve rust en veiligheid in de provincie, wat serieuze vooruitgang mogelijk heeft gemaakt in de gezondheidszorg, het onderwijs en het economisch leven.

Maar onze jongens aan het Binnenhof hebben een belangrijk deel van de missie laten sloffen. Ze zijn te weinig buiten de poort gekomen, ze hebben te weinig met de lokale bevolking in de polder gesproken over het waarom van de oorlog. En nu kan zelfs Obama hier niemand meer overtuigen.

We moeten deze oorlog samen tot een goed einde brengen, zei de president dinsdag op West Point. En: In Afghanistan staat onze veiligheid op het spel, ja zelfs „de gezamenlijke veiligheid van de wereld”. Obama denkt het tij nog te keren met extra troepen en een nieuwe aanpak, waarbij bescherming van de Afghaanse bevolking vooropstaat.

Zou er híér nog iemand in de bres springen voor deze onpopulaire oorlog? Wie weet, maar het lijkt me rijkelijk laat. We hebben ons steentje bijgedragen, vindt inmiddels een grote meerderheid in het parlement, het is mooi geweest. Dus inpakken en wegwezen, zoals twee jaar geleden is afgesproken.

Afgesproken is dat inderdaad, met het kabinet en met de NAVO. En toch is het een vreemd argument. Jarenlang hebben we van politici het standaardverhaal te horen gekregen dat de militairen in Afghanistan vechten – en sneuvelen – voor onze veiligheid hier, om ons te beschermen tegen nieuwe terreuraanslagen van Al-Qaeda & co. Maar als de inzet werkelijk zo hoog is, zeg je dan met een blik op de klok: sorry, maar nu is onze tijd om, laat een ander het verder maar opknappen? Of grijp je dan met beide handen het plan van Obama aan, om nog één keer te proberen een smadelijke nederlaag af te wenden?

Je zou denken het laatste. Als er zoveel op het spel staat, kunnen we toch best met een afgeslankte missie van pakweg 400 man in Uruzgan blijven?

Alleen: de bewering dat het in Afghanistan allemaal draaide om onze veiligheid hier, was nooit helemaal overtuigend. Toen de Talibaan eind 2001 eenmaal waren verslagen en Al-Qaeda was verdreven, waren er andere redenen om mee te doen.

We gingen democratie brengen, ontwikkeling en goed bestuur. De NAVO ging bewijzen dat ze grote missies buiten het eigen grondgebied aankon. De Verenigde Naties gaven er hun goedkeuring aan. We konden de internationale rechtsorde bevorderen, zoals de Grondwet vraagt. Het straatarme, en door oorlogen verwoeste Afghanistan verdiende onze hulp. En eindelijk konden we ook iets doen voor die in boerka’s opgesloten vrouwen.

Tja, de Afghaanse vrouwen – wie heeft het er nog over? In de rede van Obama kwamen ze in elk geval niet meer voor. En ook die andere doelstellingen, hoe loffelijk ook, blijken moeilijker dan gedacht. De Talibaan rukken op. Het geweld neemt toe. Na acht jaar is er nog amper het begin van een staat.

Dus zo snel mogelijk helemaal wegwezen maar? Zonder grondig debat, op eigen houtje en zonder om te kijken naar onze bondgenoten die wél blijven?

Een deel van het kabinet lijkt te beseffen dat dit niet in het landsbelang is. Maar een ander deel wil weg, net als de Kamermeerderheid. Hoe los je dat op?

Door onbevreesd het debat aan te gaan. Door eerlijk te erkennen hoe slecht het gaat met de oorlog. En door te benoemen waar het Nederland eigenlijk om gaat in Afghanistan – ook als dat vooral de band met de Amerika en NAVO is.

Iedereen erkent dat Nederland onmogelijk op de huidige sterkte kan blijven meedraaien. Maar willen we werkelijk helemaal afhaken, net nu Obama met een nieuwe strategie zijn lot aan deze oorlog heeft verbonden? Nu Obama erkend heeft dat een louter militaire oplossing niet haalbaar is en hij al voorzichtig een perspectief van vertrek heeft geschetst?

Wil Nederland werkelijk als eerste NAVO-land deze missie helemaal opgeven, terwijl de gevolgen van een afgang dramatisch zouden zijn voor het bondgenootschap dat al zestig jaar een van de ankers van onze buitenlandse politiek is?

Waarschijnlijk niet. Desnoods zonder de hearts and minds van kiezer en parlement kan het kabinet een compromis zoeken om te laten zien dat een onmiddellijke aftocht niet de enige optie is. Een bescheiden missie buiten Uruzgan bijvoorbeeld, of een pure trainingsmissie, een missie op het snijvlak van civiel en militair. Niet omdat Nederland koste wat kost in Afghanistan moet blijven. Maar omdat we daar nog steeds een verantwoordelijkheid hebben. Mocht de internationale coalitie na 2011 teleurgesteld afdruipen, wat niet denkbeeldig is, dan is het ook in ons belang dat dat gezamenlijk gebeurt en in goed onderling overleg.

Ook een aftocht vraagt om strategie.

Wilt u reageren? Dat kan via nrc.nl/eijsvoogel