De nieuwe Anelka

Tijdens Arsenal-Chelsea deed zich een momentje voor van wonderschone ironie. Had Nicolas Anelka een penalty moeten krijgen? Ja, natuurlijk had hij dat. Waarom kreeg hij hem dan niet? De scheidsrechter stond er redelijk dichtbij, hij knipperde met zijn ogen en liet doorspelen.

De profiteur was Arsenalverdediger Bacary Sagna. Die had zijn tegenstander Anelka omklemd, alsof hij met hem wilde dansen. De omarming van Sagna bluste de trap van Anelka, kun je zeggen, het vuur was eruit. Het duel tussen twee Fransen in Londense dienst eindigde in een halve valpartij. Weg kans en daarom geen discussie mogelijk: zuivere strafschop.

Opvallend – ironisch – was de meegaande houding van het slachtoffer Anelka. De spits van Chelsea deed niets. Dat nu juist Anelka naliet te doen wat praktisch iedere aanvaller doet als hij in botsing komt met een verdediger was opmerkelijk. Zonder te zwaaien, te schreeuwen, of spastisch op de grond te blijven liggen, stond Anelka op en voetbalde verder. Zoveel berusting bij het vroegere enfant terrible: het was een vreemd gezicht.

Na zijn doorbraak tien jaar geleden leek Anelka eerst alles te zullen worden en daarna niets. Het zoveelste supertalent uit de Franse jeugdopleiding (Paris Saint-Germain) leek zijn droomstart in de hoogste Engelse divisie alleen nog maar te kunnen omzetten in klinkende munt en conflicten. Nicolas Anelka, dat was komen als een opschepper en gaan als een poenschepper. De razendsnelle aanvaller trok naar Madrid, ging terug naar Parijs, naar Liverpool, Manchester, Istanbul, Bolton en dan nu Londen. Hij tekende langdurige contracten, schijnbaar uitsluitend om tegen vette afkoopsommen snel weer weg te kunnen. Met dat seizoentje hier, seizoentje daar groeide hij uit tot symbool van het doorgeschoten materialisme in het profvoetbal. Te vroeg rijk, te snel beledigd, het werd niks met die jongen.

Overwoog de Franse bondscoach hem na een ruzie weer eens op te roepen? Best, antwoordde het tovenaarskind van Martinique, laat die man maar komen – op zijn knieën. Een arrogantie die, gezien de almaar tegenvallende prestaties, bizar aandeed.

Van de verwaande branieschopper was in de wedstrijd tegen Arsenal niets te zien. Je zag een stoere vent met de blik van een killer. Een balvaardige en doelgerichte senior, kalm en vastberaden. Een verrukkelijke spits met een kop als een biljartbal. Zwijgend vanachter een baardje draafde hij over de as van het veld, de borst vooruit, ijverig en kordaat. Uitsluitend met het spel zelf bezig, alsof hij mediteerde. Alsof hij tijdens het vakkundig afschermen van de bal alleen bereikbaar was voor zijn nieuwe held, Allah. Misschien is dat het verschil tussen de Nicolas Sebastien Anelka van vroeger en de dertigjarige Abdul-Salam Bilal (zijn islamitische naam) van nu.

En dus geen onvertogen woord toen Sagna hem vasthield in het penaltygebied. De scheidsrechter dacht dat er niets aan de hand was. Geef hem ongelijk. Zo’n man is gewend aan spitsen die hem de hele wedstrijd door helpen met hun misbaar – hé scheids! ik word geduwd! – en dacht natuurlijk: geen theater, geen overtreding. Anelka viel en probeerde de bal nog te raken. Dat was de ironie van dat moment. De nieuwe Anelka gedroeg zich zo voorbeeldig, ja, zo braaf, dat hij niet kreeg wat hij verdiende.

    • Auke Kok