De leider spreekt

001preGisteren sprak de enige echte leider van Rusland zijn volk toe. Hij deed dat in de vorm van een televisieshow met de titel Een gesprek met Vladimir Poetin. Het vervolg. Dat vervolg hebben we geweten, want vier uur lang kreeg het hele land te horen dat het rustig kon gaan slapen, omdat er één over ieders gezondheid en welvaren waakt: Vladimir Vladimirovitsj Poetin, de enige die in staat is Rusland te leiden.Mijn vriendin Zoja, die bij de Russische Eerste Kamer werkt, vertelde me gisteravond dat alle kabinetschefs verplicht naar de uitzending moesten kijken, maar dat het voetvolk het allemaal wel geloofde en gewoon doorging met zijn dagelijkse werk. ,,De een na de ander viel in slaap”, zei ze. ,,Want we weten natuurlijk heus wel dat de werkelijkheid anders is.”

Wel had Zoja zich erover verbaasd dat zoveel mensen als het op een ontmoeting met de leider aankwam ineens in onderdanige, slaafse gelovigen veranderden, die niets anders konden zeggen dan: ,,Dank u voor uw hulp, Vladimir Vladimirovitsj, dank u voor alles wat u voor ons hebt gedaan. Komt u gauw weer langs bij ons op de fabriek om ons te helpen.” Want duidelijk was dat onmiddellijk na Poetins vertrek de boel weer was ingedommeld.

Poetin sprak ook een groepje dankbare arbeiders van de AvtoVazfabriek in Togliatti toe. Hij beloofde hun dat de Lada  zou blijven bestaan. Iedereen was blij. Verlossing was geboden. Nu was ik toevallig vorige week in Togliatti voor een reportage over AvtoVaz (zie NRC Handelsblad van woensdag). Uit de gesprekken die ik daar voerde met vakbondsleiders en arbeiders kwam een veel somberder beeld naar voren: werknemers die door hun directie werden gechanteerd om met vervroegd pensioen te gaan omdat ze anders een deel van hun pensioen niet zouden ontvangen, onbekwame managers die zelden in Togliatti waren, maar slechts  in hun Moskouse en Londense villa’s geroofd staatsgeld aan het verbrassen waren, outsourcing om familieleden van de president-directeur aan een miljoenensalaris te helpen. Een lokale journalist noemde de directie vampiers. ,,Alleen is het bloed bijna op.”

Maar daarover spraken de nederige arbeiders met geen woord. Hun hoop is nu gevestigd op het nieuwe steungeld dat Poetin heeft toegezegd, al wist iedereen die ik vorige week in Togliatti sprak dat de eerder gestuurde miljarden nooit zijn aangekomen en het nieuwe geld ook in de zakken van de managers zal verdwijnen.

Toen Poetin werd gevraagd waarom hij niet alle verantwoordelijken voor de crisis in de éénfabrieksstad Pikaljovo in het gevang had gegooid, was het antwoord terecht: ,,Dan zou er niemand over blijven te werken.” Een duidelijke verwijzing dat hij heel goed doorheeft welke onverlaten er overal in het land aan de macht zijn.

Wel gaf de leider nog wat hints over de toekomst. Gevraagd of  hij kandidaat wil zijn in de presidentsverkiezingen van 2012, zei hij dat hij dat niet uitsloot, maar hij zei ook geen ‘ja’,  ,,want dat zou mijn slagvaardigheid als premier kunnen beïnvloeden.” (,,Vanwaar dan die vier uur gratis campagne-zendtijd?” vroeg Zoja).

Ander nieuws was dat Chodorkovski  niet op vrijlating hoeft te rekenen, want volgens Poetin heeft hij als Joekos-president opdracht gegeven mensen te vermoorden. Die laatste uitspraak was wel erg populistisch, want noch in het vorige, noch in het huidige proces tegen Chodorkovski staat in de aanklacht ook maar iets over die moorden. Maar gezien de uitspraken van twee inmiddels opgestapte rechters van het Constitutioneel Hof over de toenemende bemoeienis van de FSB met de ‘onafhankelijke’ rechtbanken wordt die aanklacht binnenkort misschien aangepast.

Dit jaar zweeg de leider alleen over de wegenbouw, een geliefd thema tijdens eerdere Gesprekken met Vladimir Poetin. Logisch, want er is de afgelopen jaren vrijwel geen nieuwe weg aangelegd. Al die miljarden die ervoor bestemd waren zijn spoorloos verdwenen. Maar dat slechte nieuws hield hij wijselijk voor zich.

Ook voor zijn ministers had de leider nog een verrassing in petto. Toen Poetin werd gevraagd waarom hij toch zo veel gelukkiger oogde in het gezelschap van tijgers en luipaarden dan in de omgeving van zijn ministers, antwoordde hij: ,,Hoe beter ik mensen leer kennen, hoe meer ik van honden houd.” Gelukkig voor de ministers voegde hij daar meteen aan toe dat hij niet slecht over zijn ministers en vrienden dacht. Ja, het is eenzaam aan de top, dat was duidelijk.