Bruisend hart dreigt dicht te slibben met supermarkt

Waar winden stedelingen zich over op? In Amsterdam wordt het roemruchte August Allebéplein vernieuwd. Maar is het straks nog wel een plein?

Amsterdam 3-12-2009 August Allebeplein Foto NRC H'Blad Maurice Boyer Boyer, Maurice

Eerst even een misverstand de wereld uit helpen. Veel mensen denken dat het aan het Amsterdamse August Allebéplein niet pluis is. Dat met name Marokkaanse jongeren het centrum van de wijk Overtoomse Veld terroriseren. Ook bewoner Adri Boomgaard kent de reputatie van haar plein. „Mensen in Limburg krijgen een hartverzakking als ze horen waar ik woon.”

Hoe anders is de werkelijkheid. Bewoner Martijn Rutte: „Ik zou nergens anders willen zitten.” Adri Boomgaard: „Wij kunnen natuurlijk niet ontkennen dat er problemen zijn geweest. Dat mensen als Samir A. en Mohammed B. hier zijn geboren. Maar mijn kinderen hebben hier een fantastische jeugd gehad. En hangjongeren heb je overal. Daar moet je niet bang voor zijn. Als ze lastig doen, dan kunnen ze van mij een klap krijgen.”

Het stadsdeel Slotervaart wil het August Allebéplein weer tot het „bruisende hart” van Overtoomse Veld maken. „Het heeft te kampen met een slecht imago wegens gewelddadige incidenten in het verleden die het plein zelfs landelijke bekendheid gaven”, aldus het stadsdeel in een plan om het plein op te knappen.

Projectontwikkelaars, woningcorporaties en de overheid steken „honderden miljoenen euro’s” in de bouw van woningen, winkelpanden, een community center waar het kind centraal staat, horeca, een bibliotheek en een theaterzaal. Stadsdeelwethouder Ineke Ketelaar (PvdA): „Het plein wordt straks het stralende middelpunt in de wijk. We zijn blij dat men in tijden van crisis deze bedragen wil investeren.”

Niet iedereen is enthousiast. Want bij alle vernieuwing blijft er van het plein weinig meer over. De bestaande bebouwing wordt in volume „aanzienlijk vergroot” en de openbare ruimte wordt „sterk teruggedrongen”, stelt een adviescollege, de Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling. De overblijvende ruimte zal „niet als een plein worden ervaren”, aldus de Raad. „Er dreigt een introverte ruimte te ontstaan, verscholen in de buurt, zonder de levendigheid en aantrekkingskracht die passen bij een nieuw hart voor de wijk.”

Met name een nieuw gebouw voor supermarkt Albert Heijn verkleint de ruimte, vertellen de omwonenden die zich hebben verenigd in een actiecomité en die vierhonderd handtekeningen hebben opgehaald. En ook de nieuwbouw voor een groot café alsmede een ‘zorgpunt’ voor ouderen is slecht gekozen, namelijk pal voor het politiebureau en de El-Ouma moskee. Martijn Rutte: „Het plein wordt nu nog goed gebruikt. Mensen komen elkaar tegen en knopen gesprekken aan. Kinderen spelen er. Mensen zitten op bankjes te lunchen. Het is best gezellig. Het draagt bij aan wederzijdse acceptatie.” Adri Boomgaard: „We hebben straks geen plein meer over. De hele wijk wordt de komende jaren steeds dichter bebouwd en wij begrijpen dat wel. Maar juist daarom moet dit plein open blijven. Een groot plein heb je nodig om niet langs elkaar heen te leven.”

De bewoners hebben een alternatief plan gemaakt. Belangrijkste verschil is dat de nieuwbouw van Albert Heijn is verplaatst naar de rand van het plein, zodat er meer ruimte overblijft voor dagelijks sociaal verkeer, speeltoestellen voor kinderen en evenementen. Ook is het plein „overzichtelijk” en daardoor veiliger, stellen de omwonenden. Het liefst willen de omwonenden hun alternatief in „coproductie” met het stadsdeel uitwerken. Martijn Rutte: „Het stadsdeel heeft altijd de mond vol van samenwerken met bewoners.”

Maar in de praktijk verloopt de samenwerking moeizaam, vertelt ‘stadssocioloog’ en wetenschapper Thaddeus Müller die de actievoerders adviseert. Müller: „Er heeft officieel inspraak plaatsgevonden. Maar echt meedenken wordt niet gewenst. Je zou als gemeente likkebaarden over zo veel betrokkenheid, maar in plaats daarvan gaan alle deuren op slot zodra bewoners daadwerkelijk meedenken over hun omgeving.” Adri Boomgaard: „Als wij een gesprek willen voeren met de stadsdeelwethouder, zegt zij dat onze toon haar niet bevalt en dat ze ons agressief vindt.”

Het ligt anders, zegt stadsdeelwethouder Ineke Ketelaar. „Er is vier jaar aan dit plan gewerkt. We hebben veel energie gestoken in de inspraak. De actievoerders willen nu helemaal terug naar af. Zelfs als we dat zouden willen, dan is dat onmogelijk doordat er zo veel andere partijen bij dit plan zijn betrokken. Er is wat dat betreft sprake van een patstelling.”

Wat Ketelaar vindt van de kritiek van de Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling? „Die kritiek is pertinent onjuist. Het wordt een mooi plein en de ruimte blijft groot.”

Er zijn ook mensen die het plan wel zien zitten. Sebastiaan Vos, filiaalchef van Albert Heijn, denkt dat niet zozeer de grootte van het plein de sociale waarde ervan uitmaakt, als wel de inrichting. „Daar hangt alles van af.” Ook schoenmaker Hans van Bennekom, met zijn zaak al 24 jaar gevestigd aan het plein, vindt het plan zo slecht nog niet. „Er moet wat gebeuren.” Dat het plein wat kleiner wordt, is misschien zelfs gunstig. „Het moet geen tochtgat worden.”

Morgen op deze pagina: PvdA-politici strijden om de macht in Amsterdam-West.