Weinig voortgang in wereldhandelsoverleg

Overleg over liberalisering van de wereldhandel levert al jaren weinig op. Deze week kwamen 22 opkomende en arme landen tot een onderling akkoord over lagere importtarieven.

Alleen opkomende economieën wisten de afgelopen dagen zaken te doen tijdens het reguliere ministersoverleg van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Genève. Het is tekenend voor de ontwikkeling van deze organisatie, die juist voortkomt uit een exclusieve samenwerking tussen westerse industrielanden in de General Agreement on Tariffs and Trade.

De interessantste ontwikkeling de afgelopen drie dagen was een akkoord tussen 22 arme en opkomende landen onderling over het reduceren van importtarieven op industriegoederen met zo’n 20 procent in de onderlinge handel. De groep bevat onder meer Brazilië, India, Argentinië en Zuid-Korea, maar China ontbreekt. „Dit zal een belangrijke, reële reductie zijn die onmiddellijk zal leiden tot meer handel tussen landen met een gelijk niveau van ontwikkeling”, zei de Braziliaanse minister Celso Amorim (Buitenlandse Zaken) over het akkoord.

De WTO zelf hanteert dezer dagen een bescheiden maatstaf voor succes. Sinds het ministersoverleg in Doha (Qatar) in 2001 probeert men een nieuw wereldhandelsakkoord te bereiken, maar een poging om de patstelling in deze onderhandelingen te doorbreken werd in Genève niet eens ondernomen. ‘Doha’ stond überhaupt niet op de agenda van dit zevende, reguliere ministersoverleg sinds de oprichting van de WTO in 1995.

De gesprekken zitten zo vast dat men zich heeft beperkt tot een algemeen onderwerp: de WTO, het multilaterale handelsstelsel en het huidige economische klimaat. De ministers namen ook geen moeite om te komen tot een slotverklaring. Ze lieten het aan de Chileense voorzitter over om gistermiddag „algemene conclusies” uit de vergadering te trekken.

Toch claimde directeur-generaal Pascal Lamy een zekere mate van succes voor de WTO bij de opening van de conferentie op maandag. „Ook al is de mondiale handel gekrompen”, zei hij maandag, „de regels van, en de toezeggingen gedaan binnen de WTO hebben ervoor gezorgd dat landen zich niet massaal hebben gestort op protectionistische maatregelen.”

De Europese Commissie bevestigt deze visie in een recente inventarisatie van protectionistische maatregelen bij de handelspartners van Europa. „Gezien de angsten en ervaringen uit voorgaande recessies, zijn de tot dusver genomen maatregelen van beperkte aard en is een worstcasescenario voorkomen”, aldus het Fifth report on potentially trade restrictive measures van het directoraat Handel van de Commissie.

Dat wil niet zeggen dat er géén protectionistische maatregelen zijn genomen. Ook leden van de G20 maken zich eraan schuldig en „een domino-effect blijft een serieuze dreiging”. De meeste initiatieven onderneemt Rusland, dat importtarieven heeft verhoogd op producten als wasmachines, verbrandingsmotoren en vliegtuigonderdelen. Na Rusland komen Argentinië, Indonesië, de VS en China in de topvijf van de Commissie. De „lakmoesproef”, aldus de Commissie, voor de G20-leden wordt het uitvoeren van de belofte gedaan in Pittsburgh afgelopen september om dergelijke maatregelen weer terug te draaien.

Vervolgens is er ook de minder zichtbare en moeilijk te kwantificeren handelsverstoring, zoals het voorrang geven aan de eigen industrie bij openbare aanbesteding of obstakels bij buitenlandse investeringen. Maar het aantal van dit soort maatregelen is „beduidend lager”, constateert de Commissie, dan dat aan de grens.

Het resultaat is dat sinds het begin van de crisis de handel wel fors is ingezakt, maar zich inmiddels heeft gestabiliseerd. In augustus was het mondiale handelsvolume 2,6 procent hoger dan op het dieptepunt van mei van dit jaar. Over heel 2009 zal de handel met 11,9 procent dalen ten opzichte van 2008, aldus de verwachtingen van het IMF, maar volgend jaar volgt een herstel met 2,5 procent.

De WTO wil echter niet stil blijven staan. Eind 2010 moet een Doha-akkoord er echt zijn, zo concludeerde de Chileense voorzitter uit de uitspraken die lidstaten de afgelopen drie dagen hebben gedaan. Maar dan is er de komende tijd wel „leiderschap en betrokkenheid nodig” want „er zijn nog altijd inhoudelijk hiaten”.

    • Hans van der Lugt