Vlag op de modderschuit

Als er gespikkelde of gestreepte minaretten bestonden, of minaretten in de vorm van een kurkentrekker of aronskelk, dan zou ik een voorstander zijn van zoveel mogelijk minaretten. Het landschap kan niet genoeg worden opgevrolijkt. Maar minaretten zijn saaie gevaarten die de geur en sfeer van een kerkhof verspreiden. Eenheidsworsten. Schoorstenen van de dood. Landschappelijk gezien.

Ze lijken daarin sprekend op kerktorens. Niet op de sublieme gevaarten van de middeleeuwen, niet op de grandioze uitroeptekens van de renaissance en de barok, maar op de monotone, lopende band-torens van het industrietijdperk. Je kon ze zien in Hengelo en je kon ze zien in Bergen op Zoom. Als je er één had gezien had je ze allemaal gezien.

De meeste torens zijn intussen verdwenen, omdat de bijbehorende kerken werden afgebroken. Hier en daar hebben ze nog geprobeerd de ruimte in te richten als supermarkt of matrassenopslag, maar het bleek te tochtig en uiteindelijk ging de dynamietstaaf eronder. Weg kerk. Weg toren. Onder algehele toejuiching.

Een handjevol architecten heeft nog een gooi gedaan naar een moderne kerk, naar een eigentijdse toren. Avant-gardistische kerkarchitectuur. ’t Draaide uit op misbaksels die we het liefst zo snel mogelijk wilden vergeten.

De fut was er uit, uit het mirakelduo geloof en kunst.

Ik begrijp niet dat er nu weer mensen opstaan die de bouw van minaretten toejuichen.

Soms zijn fossielen onuitroeibaar. Modes veranderen, maar het herencolbert blijft. Ze hebben de mannen in paarse jurken gehesen, in slobbertruien, in hawaïhemden en harnassen, maar het colbertje met de revers en met het knoopsgat en met de stropdas daaronder hoefde niet eens te vechten om weer boven te komen.

De minaret is ook zo’n fossiel.

Misschien zijn er ooit sierlijke minaretten geweest, of handgemaakte, of minaretten die eetbaar waren voor de ziel, maar wat resteert van die traditie en dat raffinement is een modelletje, een geprefabriceerd standaardgeval.

Geloof en massage-architectuur gaan hand in hand, daar is geen ontkomen aan, maar de minaret is niets dan een lege huls. Een dood ornament, bedoeld om brutaal te herinneren aan de geldschieter die de betonrekening heeft betaald.

Juist de nostalgische, fossiele christenen zullen uiteindelijk het landschap met minaretten bezaaien. Door hun toedoen zal er geen bouwstop komen. Rancuneleer, les één. En er zal vrede heersen. Of het de vrede wordt van de consensus of de vrede van het kerkhof valt nog te bezien.

    • Gerrit Komrij