Strakker bankentoezicht EU is vooralsnog theorie

Europese ministers van Financiën werden het gisteren eens over toezicht op financiële markten in de EU. Europees toezicht dus? De uitleg verschilt.

De Franse minister van Financiën, Christine Lagarde, trakteerde gistermiddag op koekjes. Ze zette de doos pastelkleurige Parijse macarons neer en zei triomfantelijk: „Er komt een Europese toezichthouder voor financiële instellingen en markten. Die neemt besluiten bij crises of als nationale toezichthouders het niet eens zijn. Europa heeft echt vooruitgang geboekt.”

In hetzelfde Europese vergadergebouw in Brussel gaf Lagarde’s Britse collega Alistair Darling even later, zónder koekjes, een andere interpretatie van het akkoord dat de 27 EU-ministers van Financiën gisteren bereikten over Europees financieel toezicht. Hij benadrukte juist dat „nationale toezichthouders een veto houden” over beslissingen van de Europese toezichthouder.

Wie van de twee heeft gelijk? Allebei een beetje, zo lijkt het. Lagarde krijgt haar Europese toezichthouder. En Darling krijgt een serie uiterst theoretische mogelijkheden om diens besluiten aan te vechten. Of iemand ooit van die mogelijkheden gebruikmaakt, moet volgens ingewijden in de praktijk blijken.

Vorig jaar november, nadat de hevigste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog ook Europa had getroffen, gaf de Europese Commissie de Franse ex-bankier Jacques de Larosière opdracht een rapport te maken over beter banktoezicht in de Europese Unie. Europa moest leren van de crisis. Als banken, financiële markten en verzekeraars in heel Europa actief worden, kan het toezicht daarop niet puur nationaal blijven.

De Larosière kwam met een complex voorstel om nationale toezichthouders beter samen te laten werken. Alleen als die het oneens zijn over wat er met een grensoverschrijdende bank of verzekeraar moet gebeuren, komt – via een complex, op consensus gebaseerd kiessysteem – een Europese toezichthouder in beeld. Ook wordt er een comité opgericht met vertegenwoordigers uit alle lidstaten, die macrocrises tijdig moet signaleren. Het akkoord van gisteren volgt De Larosière grotendeels, maar is nóg ingewikkelder. Zelfs ministers die gisteren werden geconfronteerd met elkaars tegenstrijdige uitspraken, kwamen er niet uit. Hun experts moesten uitleggen hoe het zat.

Vervolg Toezicht: pagina 15

Parlement kan nog details toevoegen

De kans bestaat dat het Europees parlement, dat het akkoord moet goedkeuren, nóg meer kleine lettertjes toevoegt. Veel parlementariërs lijken van zins hun extra bevoegdheden onder het Lissabon-verdrag niet onbenut te laten.

De strijd ging grofweg tussen Groot-Brittannië en de 26 andere EU-landen. ‘Het continent’, Frankrijk en Duitsland voorop, wilde een Europese toezichthouder met tanden, die nationale toezichthouders kan terugfluiten. Als financiële instellingen de interne markt opgaan, vinden zij, moeten de autoriteiten volgen. Maar Londen, ’s werelds grootste financiële centrum, wilde voorkomen dat een Europese toezichthouder aan de touwtjes gaat trekken. Hoe meer regulering, hoe meer bedrivigheid er misschien uit Londen naar verre oorden als Singapore of Hongkong zou vertrekken.

Wilde Parijs Londen een loer te draaien? De Britten deden alles om te zorgen dat de EU-toezichthouder geen land kan verplichten een grensoverschrijdende bank of verzekeraar in moeilijkheden met belastinggeld overeind te houden. Er zijn ruim 40 van deze instellingen in de EU. Nationale banken blijven onder verantwoordelijkheid van nationale toezichthouders.

Het was een ouderwetse Europese politieke krachtmeting, vol drama. De Britse premier Gordon Brown probeerde vorige week de benoeming van de Fransman Michel Barnier als eurocommissaris voor Interne Markt en Financiële Diensten te verhinderen. De Franse president Sarkozy zei dat het Angelsaksische concept van kapitalisme „verslagen” was. Gisteren rolde er een typisch Europees compromis uit – eentje met zoveel voorbehouden en juridische kronkels dat iedereen thuis kon zeggen dat hij gelijk had gekregen.

Een nationale ambtenaar die anoniem wil blijven, legt uit: „Lagarde heeft, onder voorwaarden, haar Europese toezichthouder gekregen. Dat is een belangrijke symbolische stap. En Darling heeft ettelijke beroepsmogelijkheden in de tekst kunnen wurmen, opdat een regering het besluit van een Europese toezichthouder kan aanvechten. In theorie kan hij zo’n besluit nu op diverse achtereenvolgende niveaus aanvechten – van de ministerraad tot het Europese Hof. Overal gelden andere stemverhoudingen, waarover keihard is onderhandeld. Of de Britten deze theoretische mogelijkheden ooit gebruiken, is de vraag. Ook hen ging het om politieke symboliek: Brussel mag de fiscale en budgettaire soevereiniteit van landen niet aantasten.”

Eén van de absurditeiten in het akkoord is dat een ontevreden land EU-regeringsleiders bijeen kan roepen om een EU-toezichtsbesluit aan te vechten. Regeringsleiders hebben hierover juridisch geen beslissingsbevoegdheid en moeten de kwestie naar de ministers van Financiën sturen. Zinloze exercitie? Procedureel wel, politiek niet. Dit opent de deur naar politieke druk op toezichthouders op het allerhoogste niveau.

Minister Bos zei dat het 26 tegen 1 was. Maar „bij belangrijke beslissingen moet je tot het laatst proberen iedereen aan boord te houden. Zeker een groot land, dat er zoveel belang bij heeft.”