Spijkertjes in knie lossen op na de operatie

Losse bot- en kraakbeenstukjes, bijvoorbeeld in een kniegewricht, kunnen worden vastgezet met minuscule, biologisch afbreekbare spijkertjes. Die kunnen meestal met een kijkoperatie worden ingebracht.

Omdat de spijkertjes vanzelf oplossen in het lichaam, is er geen tweede operatie nodig om ze te verwijderen. Dat schrijft chirurg Diederick Wouters in zijn proefschrift, waarop hij maandag aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveert.

De spijkertjes zijn gemaakt van polymelkzuur, een biopolymeer. Ze hebben een doorsnee van 1,1 millimeter en zijn 10 tot 16 millimeter lang. Met weerhaakjes klemmen ze de losse fragmenten muurvast aan elkaar. Het oplossen duurt een paar jaar; in die tijd zijn de fragmenten vastgegroeid.

In de jaren tachtig zocht Wouters al een oplossing voor patiënten met osteochondritis dissecans: een knieblessure met onbekende oorzaak, waarbij stukjes kraakbeen met onderliggend bot loslaten en door het gewricht gaan zwerven, wat tot pijn- en bewegingsklachten leidt. Zo’n vier op de tienduizend mensen krijgen er last van, zegt Wouters, meestal vanaf een jaar of twaalf. Alle bekende behandelmethoden hadden nadelen. Verwijderen van de losse stukjes geeft versnelde gewrichtsslijtage. Metalen pinnetjes en biologisch afbreekbare schroefjes om de fragmenten vast te zetten, veroorzaken te veel schade. En al dan niet biologisch afbreekbare pennetjes bieden te weinig stabiliteit.

Toen kwamen deze biologisch afbreekbare spijkertjes op de markt, vertelt Wouters, oorspronkelijk ontworpen voor het repareren van scheuren in de meniscus. Wouters testte de mechanische eigenschappen van de spijkertjes en concludeerde dat ze de perfecte oplossing boden voor zijn vraagstuk. Hij opereerde met succes verscheidene patiënten met osteochondritis dissecanss, maar ook mensen bij wie de knie door een ongeluk was beschadigd.

„Patiënten moeten na de kijkoperatie twee weken in het gips, gevolgd door drie weken onbelast bewegen in een brace”, vertelt Wouters. Hij paste zijn techniek sindsdien ook succesvol toe bij patiënten met allerlei andere kleine botletsels, zoals gebroken vingerkootjes, een kapot kopje van het spaakbeen en letsel waarbij de kruisband een stukje bot uit de knie heeft getrokken.