Samenwerking kranten en omroep is verkeerd

De commerciële zenders lijden al onder concurrentie van de NOS, die het web op gaat met belastinggeld. De kranten mogen niet volgen, meent Harm Taselaar.

Zijn minister Plasterk en de Tweede Kamer erop uit om de markt voor de enige echte concurrent van het NOS Journaal verder te verzieken? Ook al willen zij dat misschien niet, dat is wel waar zij mee bezig zijn.

De kernactiviteit van een televisiebedrijf is het produceren, uitzenden en uitbaten van bewegend beeld. Daar verdient RTL Nieuws zijn geld mee en daar ook ligt zijn toekomst. Maar niet als het aan de meerderheid van de politiek ligt. Want de kranten moeten worden gered en daar moet het vrije ondernemerschap voor wijken.

De markt voor televisienieuws was van meet af aan verstoord door de aanwezigheid van een publieke omroep. RTL Nieuws heeft sinds zijn geboorte in 1989 moeten opboksen tegen een machtige concurrent. Het NOS Journaal heeft twee bronnen van inkomsten (belastinggeld en reclamegeld), RTL Nieuws heeft alleen reclame. Toch bereikt RTL met RTL Nieuws, Editie NL en RTL Z miljoenen kijkers per dag en trekken de websites steeds meer bezoekers. RTL produceert onafhankelijke, journalistieke kwaliteitsprogramma’s die voor veel kijkers de primaire informatiebron vormen. RTL Nederland trekt jaarlijks meer dan 25 miljoen euro uit om dit mogelijk te maken. Geld dat moet worden verdiend met reclame.

De toekomst van de RTL Nieuwsorganisatie zal zich voor een belangrijk deel afspelen op internet. Jongeren kijken op dit moment al nauwelijks meer televisie, nieuws zien ze wel op internet. Van alle nieuwsmedia die op internet verder willen, zijn er nu twee die bewegend beeld als unique selling point hebben: RTL Nieuws en het NOS Journaal.

De kranten willen ook bewegend beeld op hun websites plaatsen. Het is de vraag of dit een goede gedachte is. Kranten zouden zich ook geheel kunnen concentreren op waar ze goed in zijn: geschreven nieuws. Het is interessant om even een sprongetje in de tijd te maken. Toen tien jaar geleden internet nog onder de noemer ‘nieuwe media’ viel, kwamen de kranten erachter dat de mediamarkt minder vrij was dan ze gewend waren. Ze hadden nog nooit last gehad van een gesubsidieerde concurrent. Nu zagen ze opeens hoe de Publieke Omroep bezig was de digitale markt te veroveren. Innovatief en met veel belastinggeld werd het ene na het andere product ontwikkeld. De ‘commerciëlen’ waren al gewend om oneerlijk beconcurreerd te worden, maar voor kranten was dit nieuw. En zij vonden het een schande.

En toen was daar dit jaar de commissie-Brinkman. Politiek noodzakelijk bevonden omdat het slecht gaat met de kranten. Nu maak ook ik me zorgen over de kranten, met name in de regio, maar ben ik tegelijkertijd van mening dat onze zorg niet exclusief de kranten zou moeten betreffen, maar de journalistiek in het algemeen. Zonder pluriforme kwaliteitsjournalistiek geen gezonde democratie. Maar dat betekent nog niet dat de democratie meteen ongezond wordt als er geen papieren kranten meer zouden bestaan. Dat gebeurt pas als er niets voor in de plaats komt.

RTL meldde zich dan ook bij de commissie-Brinkman om zijn visie te kunnen geven. Maar ons ontvangen was te veel van het goede. Of we onze opmerkingen op een papiertje konden zetten. Wij hadden daar juist willen vertellen dat wij een ‘gelijk speelveld’ voor alle mediapartijen een voorwaarde vinden voor een gezonde ontwikkeling van de mediasector.

Dat de discussie een heel andere kant op ging, is mede te danken aan de Groningse hoogleraar journalistiek Marc Chavannes. Tijdens een diner van het Commissariaat van de Media kwam hij met zijn ei van Columbus: de kwaliteitskranten moesten worden gered door samenwerking met de publieke omroep. Deze twee partijen moesten op internet zo snel mogelijk gaan samenwerken, dat zou de redding voor de kwaliteitskranten betekenen en een kwaliteitsimpuls voor de publieke omroep.

Dat deze publiek/private samenwerking een nog verdere verstoring van de toch al niet zo vrije markt zou betekenen, kon Chavannes blijkbaar niets schelen. Dat hier ook een belangrijk deel van de toekomst van het RTL Nieuws ligt, was voor hem kennelijk niet relevant. Dat samenwerking tussen private partijen ook mogelijk is, bijvoorbeeld tussen RTL en een krant of persbureau, had hij evenmin niet bedacht.

Toch eigende de commissie-Brinkman zich het idee meteen toe. Ook minister Plasterk omarmde het. Hij wil dat de videocontent van de NOS ter beschikking komt van de kranten om te gebruiken op internet. Het is zijn bedoeling dat de kranten er nauwelijks voor betalen. Als slagroom op het taartje krijgen de kranten van de minister er ook nog eens twee jaar lang 60 jonge journalisten bij. RTL krijgt niks. Want, zoals de minister eens tegen mij zei: „Jullie zijn Luxemburgs.”

Best. Wij blijven het doen en laten van the powers that be zoals ministers, Kamerleden, politie-commissarissen en Koninklijk Huis wel op eigen kosten onderzoeken. Wij betalen zelf onze jonge journalisten. Omdat we in onszelf, in onze missie en in onze toekomst geloven. Een zieligheidsrol past ons niet. Maar laat dan wel de markt verder met rust. Maak het speelveld in ieder geval niet nog ongelijker.

Harm Taselaar is hoofdredacteur van de RTL Nieuwsorganisatie.

    • Harm Taselaar