RBS-top: zonder bonussen dreigt uittocht

Het lijkt een buitenkans voor de Britse minister van Financiën Alistair Darling om de daad bij het woord te voegen. Steeds hebben premier Gordon Brown en hij bankiers in de City de laatste maanden ingeprent het rustig aan te doen met bonussen. Bij Royal Bank of Scotland, nu voor 70 procent in handen van de staat en binnenkort zelfs voor 84 procent, heeft Darling de mogelijkheid bonussen te beperken of tegen te houden.

Maar durft hij dit aan? Topman Stephen Hester en de rest van de raad van bestuur waarschuwden Darling gisteren dat zij strikt genomen moeten aftreden als ze niet kunnen doen wat ze in het belang van de aandeelhouders achten. Daartoe rekenen ze de uitkering van forse bonussen. Anders zullen getalenteerde bankiers mogelijk naar andere banken overstappen. Daardoor zou de waarde van RBS dalen.

Zelfs in het rampjaar 2008, toen RBS recordverliezen maakte, werd er nog 900 miljoen pond (990 miljoen euro) gereserveerd voor bonussen. Dit jaar zal dat bedrag naar verwachting ten minste 1,5 miljard pond bedragen.

Darling zit zo tussen twee vuren. Het publiek zou niet accepteren dat personeel van een bank die slechts dankzij tientallen miljarden van de belastingbetalers kon overleven, vorstelijke bonussen ontvangt, terwijl de economie in recessie verkeert. Om het dilemma nog ingewikkelder te maken zijn dit voorjaar ook nog Lagerhuisverkiezingen op komst.

De minister heeft tot februari om een besluit te nemen.