Raad van State kritisch over AOW-voorstel

De babyboomers worden ten onrechte ontzien bij verhoging van de AOW-leeftijd. Dat schrijft de Raad van State in een kritisch advies over het kabinetsvoorstel. Lusten en lasten zijn oneerlijk verdeeld, vindt de raad.

Dit zet volgens de raad de „solidariteit tussen de generaties onder spanning”.

Gisteren stuurden minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) en staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) het wetsontwerp en het advies van de Raad van State naar de Tweede Kamer. Zij houden vast aan het kabinetsplan om de AOW over tien jaar in twee stappen te verhogen: in 2020 naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar. Ook vindt de raad dat de leeftijd sneller naar 67 moet worden opgetrokken. Het kabinet voelt hier niets voor.

„Een stapsgewijze invoering is een nachtmerrie voor de uitvoeringsorganisaties”, zei minister Donner in een toelichting. Er is volgens de beide bewindslieden ook voor een lange overgangstermijn gekozen, om extra maatregelen te kunnen nemen voor werknemers met zware beroepen en om de arbeidsmarktpositie van ouderen te verbeteren. De bewindslieden zullen binnen twee weken met voorstellen komen voor aanvullende maatregelen op deze gebieden.

Donner zei dat er bewust voor is gekozen de groep die geboren is voor 1955 te ontzien. Juist tot deze groep horen volgens hem veel mensen die al met 15 jaar zijn gaan werken. Om deze mensen, die vaak zware beroepen hebben, vlak voor hun pensioen plotseling te vragen door te werken, vinden de minister en staatssecretaris weinig zorgvuldig.

De Raad van State meent evenwel dat de lusten in het huidige wetsvoorstel te veel bij een „relatief grote categorie ouderen” komen te liggen die met 65 volledig pensioen krijgen, terwijl jongere generaties „volledig” voor de lasten moeten opdraaien. „Een dergelijke verdeling van lusten en lasten kan spanningen opleveren tussen generaties”, terwijl solidariteit juist „een wezenlijk fundament van ons stelsel van sociale zekerheid is”, schrijft de raad.

Het adviesorgaan van de regering pleit er voor dat de AOW verder wordt gefiscaliseerd (betaald uit belastingmiddelen) zodat alle belastingplichtigen, zowel onder als boven de pensioengerechtigde leeftijd, meebetalen aan de AOW. Ook werpt de raad de vraag op of de categorie 55-plussers, die nu ontzien wordt, wat arbeidsparticipatie betreft als ‘afgeschreven’ moet worden beschouwd.