Ombudsman: zorgtoezicht faalt

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) schiet ernstig tekort bij het toezicht op de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Volgens de Nationale Ombudsman is het de burger „helemaal niet duidelijk” wat de inspectie met klachten doet. Veel inspectie „op papier” en „enig gegrom op de achtergrond”, zo typeert ombudsman Alex Brenninkmeijer de controle op deze sector.

In het vandaag verschenen rapport De IGZ: een papieren tijger? stelt de Nationale Ombudsman dat de inspectie niet genoeg doet om het recht op een menswaardig bestaan van gehandicapten te verwezenlijken. Brenninkmeijer wijst erop dat het de plicht van de overheid is om een grondrecht, dat op gezondheidszorg, te beschermen.

De Ombudsman deed het onderzoek omdat hij diverse klachten kreeg van familie van patiënten. Zij liepen met grieven over gebrekkige zorg en procedures vast bij zorginstellingen en daarna bij de IGZ. De klagers voelden zich niet gehoord, niet serieus genomen en weggestuurd.

De IGZ vindt het rapport „niet representatief”. Dat er in het algemeen niet naar burgers wordt geluisterd „kan eenvoudigweg niet geconcludeerd worden”. Wel erkent ze dat in de onderzochte zaken „niet altijd even zorgvuldig en voortvarend is gehandeld” en zegt ze er „lering uit te trekken”.

De Ombudsman vindt dat de overheid, juist nu zij de zorg verder blootstelt aan marktwerking, de plicht heeft „des te scherper toezicht te houden”. Verantwoordelijkheid kun je niet privatiseren, aldus de Ombudsman. Als „enige publieke toezichthouder” maakt de IGZ haar verantwoordelijkheid nu niet altijd waar. Brenninkmeijer ziet dat de inspectie aan verbetering werkt, maar: „Deze omslag is in de praktijk nog niet gemaakt.”

Uit de vijf klachten die in het rapport zijn uitgezocht, komt naar voren dat de IGZ te sterk leunt op informatie van zorginstellingen. Ook neemt de IGZ signalen van patiënten en hun vertegenwoordigers te weinig serieus.

Inspectie: pagina 3

Rapport Ombudsman via nrc.nl/binnenland