'Nederland blijft helpen bij ontwikkeling van Uruzgan'

Minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) wil Uruzgan blijven helpen, ook al gaan de Nederlandse militairen weg. „Uruzgan kan het nog niet alleen.”

Den Haag:22.2.7 Minister Koenders. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

De Amerikaanse president Obama had zijn langverwachte toespraak over Afghanistan nog maar net uitgesproken, toen minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) zijn driedaagse bezoek aan het land afrondde. Hoofddoel: kijken hoe het met de ontwikkelingsprojecten in Uruzgan verder moet als de Nederlandse militairen weg zijn. Conclusie: „Ik denk dat we die projecten na terugtrekking van de Task Force Uruzgan zoveel mogelijk kunnen voortzetten.”

Voortzetting van hulpprojecten zonder militaire steun?

„Er zullen uiteraard militairen moeten zijn. Je ziet wel dat de ontwikkeling van de veiligheid in Uruzgan relatief positief is.”

Maar geen Nederlandse militairen?

„Voor de ontwikkelingsprogramma’s is het belangrijk dat er een militaire presentie blijft, maar dat hoeft niet per se een Nederlandse te zijn. Dat vind ik het belangrijke van de benadering die president Obama nu overneemt. Hij wil een veilige omgeving voor de projecten creëren waardoor deze gecontinueerd kunnen worden.”

Dat is de Nederlandse 3D-benadering, de combinatie van ontwikkelingssamenwerking, diplomatie en defensie. Maar Nederland trekt zelf de D van defensie terug.

„Er moet nog besluitvorming plaatsvinden in het kabinet.”

Er ligt een duidelijke Kamermotie over het vertrek van Nederland.

„Die is heel duidelijk.”

En een duidelijke uitspraak van het kabinet, dat twee jaar geleden al zei dat Nederland in 2010 vertrekt.

„Die uitspraak was ook heel duidelijk. En ik kan nu constateren dat wij in Uruzgan een sterke basis voor ontwikkelingssamenwerking hebben gelegd, en dat onze programma’s zoveel mogelijk zelfstandig kunnen worden voortgezet. Daarom vind ik het zo belangrijk dat de Amerikanen zeggen de 3D-aanpak te willen versterken.”

Maar zonder Nederland.

„Ik kan niet vooruitlopen op de besluitvorming in het kabinet, maar inderdaad: de Kamermotie is helder. Ik denk dat we een goede bijdrage hebben geleverd in Uruzgan en we gaan door met ontwikkelingssamenwerking.”

Wanneer moet de besluitvorming in het kabinet zijn afgerond?

„Zo spoedig mogelijk. Onze positie moet voor onze militairen, ontwikkelingswerkers en bondgenoten gewoon helder zijn.”

Uiterlijk 1 maart, zegt een andere motie van de Kamer.

„Nogal laat. Het moet eerder.”

Om de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart er niet mee te belasten?

„Daar heeft het nul komma nul mee te maken. Het heeft alleen te maken met de internationale context. Ik heb tijdens mijn bezoek weer gezien hoe keihard de mensen daar werken. Die hebben recht op helderheid.”

Als Nederland militair weggaat, luidt dat dan niet ook het einde in van onze ontwikkelingshulp daar?

„Nee. Mijn bedoeling is de basis die we hebben gelegd te verbreden. Ik ben trots op wat er is bereikt. Je kan zeggen dat nu in heel Uruzgan basisgezondheidszorg is, het aantal scholen sterk is vermeerderd en er een begin is van economische ontwikkeling en van versterking van het bestuur. We begonnen met vier organisaties, nu zijn het er vijftig. Er zijn ook inspanningen van andere landen, je ziet een internationalisering van de ontwikkelingssamenwerking in Uruzgan. Maar Uruzgan kan het nog absoluut niet alleen. Daarom blijven we daar, los van de Nederlandse militaire bijdrage.”

    • Mark Kranenburg