Iran zegt graad van verrijking op te voeren

Iran zal niet alleen zijn installaties voor verrijking van uranium uitbreiden, het zal ook verder gaan verrijken dan tot dusverre. Dat heeft de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad gisteren in Isfahan gezegd. Hij zei dat Iran plannen maakt om uranium te verrijken tot een verrijkingsgraad van 20 procent. De ultracentrifuges in Natanz gaan nu niet verder dan een procent of drie. Dit ‘laagverrijkte’ uranium is goed voor elektriciteitscentrales.

Uranium waarin het gehalte van het splijtbare uranium-235 is opgevoerd tot 20 procent is uitsluitend geschikt als splijtstof voor de kleine onderzoeksreactor in Teheran. Dit is een oude reactor van Amerikaanse makelij waarmee ook medische isotopen kunnen worden gemaakt. Iran dreigt een tekort aan brandstof voor deze reactor te krijgen. Eerder dit jaar boden Rusland en Frankrijk aan om de bestaande Iraanse voorraden laagverrijkt uranium om te zetten in brandstof voor de onderzoeksreactor. Nu lijkt Iran het zelf te willen gaan doen.

Met uranium dat 20 procent is verrijkt kan praktisch gesproken geen atoombom worden gemaakt. Daarvoor is een verrijkingsgraad van meer dan 80 à 90 procent nodig. Maar een 20-procents verrijking is wel een belangrijke stap op de weg naar uranium van wapen-kwaliteit. Amerikaanse analisten zien de aankondiging dan ook als nieuwe aanwijzing dat Iran werkt aan een kernwapen. Aan de andere kant is niet zeker dat Iran daadwerkelijk verder gaat verrijken. De inspecteurs van het IAEA zullen dat hoe dan ook direct merken.

Het verrijken van uranium tot 20 procent is in principe niet lastiger dan tot 3 procent. Het vereist alleen een andere rangschikking en onderlinge koppeling van de duizenden centrifuges die nu in gebruik zijn.

Op dit moment beheerst Iran nog niet de techniek om uit het verrijkte uranium het poeder te fabriceren dat kan worden samengeperst tot de tabletten (pellets) die als brandstof dienst kunnen doen. Maar die techniek is niet geheim en in principe snel onder controle te krijgen.