Inzet van ME leidt zelden tot escalatie geweld

Grootschalig optreden van de mobiele eenheid is zelden de oorzaak van buitensporig politiegeweld. Escalatie vindt vaak plaats omdat bij dreigende ongeregeldheden verkeerd wordt ingeschat op welk moment de ‘platte pet’ moet plaatsmaken voor de georganiseerde linies van de Mobiele Eenheid. Dat concludeert lector Otto Adang van de Politieacademie in het vandaag gepubliceerde onderzoek Boven de Pet, naar grootschalige ordehandhaving in Nederland.

In dat onderzoek zijn 23 grootschalige politieoptredens tussen 2003 en 2007 geëvalueerd, uiteenlopend van voetbalrellen en demonstraties tot de ontruiming van woonwagenkamp Vinkenslag bij Maastricht.

Aanleiding voor het onderzoek waren uitlatingen van de Nationale Ombudsman in 2006, die zich na onderzoek naar twee uit de hand gelopen ME-optredens, afvroeg of de politie bij escalaties niet „te ruig te werk gaat” en dan „onvoldoende het hoofd koel houdt”.

Bijna dagelijks wordt ergens in Nederland de Mobiele Eenheid ingezet, waarbij het zelden tot uitwassen als extreem geweld komt, zo blijkt nu uit het onderzoek. Maar ook na 2006 zijn er nieuwe incidenten geweest bij grootschalige politieoptredens, waarbij disproportioneel politiegeweld aan de orde was. De ‘strandrellen’ in Hoek van Holland maakten overigens geen deel uit van dit onderzoek.

Evaluatie van die incidenten wijst volgens Adang uit dat de politie over de schreef gaat als de situatie ter plekke de gewone agent ‘boven de pet’ gaat. Dan gaat het vaak om ongeregeldheden van beperkte omvang, waarbij het onduidelijk was of gewone agenten moesten optreden of de ME. Bij grootschalig optreden waarbij de ME wel in vol ornaat uitrukt, zoals de beruchte confrontatie Feyenoord-Ajax in 2005 of de RMS-demonstratie in datzelfde jaar, was volgens de onderzoekers nauwelijks sprake van disproportioneel politiegeweld.

Het voorkomen van escalatie is vaak afhankelijk van voorbereiding door de politie en bestuurders. Daar schort het vaak aan, zo stelt het onderzoek.

    • Jos Verlaan