Het Ublad leed aan loyaliteit

Universiteitsbladen geven hun onafhankelijkheid te gemakkelijk uit handen.

Geen wonder dat zij zware tijden doormaken.

„Mag ik uw naam noemen, of wilt u als anonieme bron worden opgevoerd?”

Ik herinner de jongen aan de andere kant van de lijn eraan dat we geen staatsgevaarlijke zaken hebben besproken. Noch zijn er belangrijke onthullingen gedaan over onderwereld, vastgoed of koningshuis. Ik ben slechts hoofdredacteur van een universiteitskrant; hij is een toekomstige journalist die afstudeert op de vraag of universiteitsbladen nog wel onafhankelijk kunnen opereren. Toch lijkt hij er nog niet gerust op. „Dus u weet zeker dat ik u met naam en toenaam in mijn scriptie mag citeren?”

Nu raak ik op mijn beurt bezorgd: hij zal toch niet echt collega’s hebben gesproken die zich in een hogeschoolwerkstuk laten opvoeren als ‘een hoofdredacteur uit een niet nader te noemen universiteitsstad’? Dat heeft hij wel degelijk, benadrukt de student. „Anders wilden ze niet meewerken.”

Het gaat niet goed met de universiteitsbladen. Deze week werd bekend dat de Universiteit Utrecht het Ublad per 1 januari 2010 gaat opheffen. In plaats daarvan komt er een ‘digitaal medium’. Dat klinkt hip, maar in universitaire kringen is ‘online voortzetten’ vaak jargon voor een sterfhuisconstructie. Zo ook hier: de digitale variant moet met een kleinere redactie en een kwart van het budget worden gemaakt. In een laatste reddingspoging is de universiteitsraad een online-petitie gestart: redhetublad.nl, waarop 1657 bezoekers hadden getekend bij het ter perse gaan van deze krant.

Natuurlijk: het is beschamend dat uitgerekend aan een academie ‘het vrije woord’ moet worden verdedigd. Het bewijst de lafheid van bestuurders die denken dat ze hun universiteit als een bedrijf moeten runnen. In de race om meer marktaandeel en hogere studentenaantallen zien ze een onafhankelijke krant die kritisch is als hinderlijk obstakel.

Dat is een grove schande, zeker.

Maar er is meer aan de hand. Want behalve bange bestuurders zijn de bladen zelf ook schuldig. In Utrecht is hoofdredacteur Armand Heijen daar eerlijk over. Hij is dolenthousiast over de huidige plannen. Die website wordt volgens hem „misschien wel onafhankelijker dan ooit”.

Maar wat schreef hij twee jaar geleden in zijn eigen Ublad? Dat het bij universitaire pers niet ging om „meedoen aan een welles-nietesjournalistiek”, maar om „loyaliteit in plaats van distantie (...) omdat je het beste met je instelling voor hebt en daarin een zekere verantwoordelijkheid draagt”. De tijd dat redactie en college van bestuur elkaar eenmaal per jaar troffen voor een kopje thee was „vervangen door veelvuldige bezoekjes aan bijeenkomsten, recepties, periodieke overleggen. (...) En meermaals is de thee vervangen door een mooie, droge chablis.”

De wijntjes mogen dan gesmaakt hebben, ze hebben een bittere afdronk. En helaas is de Utrechtse hoofdredacteur niet de enige die lijdt aan loyaliteit. Meerdere hoofdredacteuren gaan met bestuurders mee naar ‘heidagen’ om samen gezellig te brainstormen over imago, branding en marketing van hun universiteit. In Eindhoven kunnen redacteuren van de universiteitskrant ook worden ingezet om teksten voor folders of jaarverslagen te schrijven. Toen de krant van Wageningen een glossy zonder nieuws werd, schreef de hoofdredacteur: „U zult in ons blad niet als eerste lezen dat er een reorganisatie op stapel staat.” Uit protest startten studenten een eigen krant.

Nijmegen en Tilburg stellen slecht nieuws uit als er op korte termijn open dagen worden gehouden, meldt het blad Communicatie. Gevraagd naar de definitie van ‘slecht nieuws’ zei Ries Agterberg, hoofdredacteur van het Tilburgse Univers: „We hadden laatst een eigen onderzoek naar het drugsgebruik onder Tilburgse studenten. Zo’n verhaal zou ik doorschuiven tot na de open dag.” Inderdaad: een achttienjarige scholier zou zich een hoedje schrikken als hij erachter kwam dat studenten in Brabant wel eens een joint hebben geproefd. Zo iemand loopt meteen naar de concurrent.

Onder druk van het college van bestuur laten de bladen hun onafhankelijkheid uit de vingers glippen, terwijl het de enige voorwaarde is die hun bestaan rechtvaardigt. Dat ze zich daarvoor schamen blijkt niet alleen uit het feit dat sommigen zelfs niet tegen een student journalistiek on the record durven te praten. Toen na een rondvraag onder hoofdredacteuren van universiteits- en hogeschoolbladen bleek dat veel redacties zich zorgen over de onafhankelijkheid maakten, werd niet de noodklok geluid, maar bleven de resultaten binnenskamers. Bang blijven was voor velen aantrekkelijker dan vechten voor het vrije woord.

Beetje bij beetje toegeven is het begin van het einde. Wie wil overleven laat de chablis staan en houdt zijn rug recht. Zo niet, dan moet je als blad ook niet raar opkijken als de stekker eruit wordt getrokken.

Frank Provoost is hoofdredacteur van het Leids Universitair Weekblad Mare

Discussieer over de toekomst van de universiteitsbladen op nrcnext.nl

    • Frank Provoost