Buy, buy, buy Sell, sell, sell

Studenten strijden vandaag in Amsterdam voor de Traders Trophy, de prijs voor de beste beurshandelaar.

Maar wie wil er nu eigenlijk nog naar Wall Street?

In de hoge zaal in het Centraal Museum in Utrecht hangt een gespannen stilte. In twee lange rijen turen studenten naar hun laptop. Ze zeggen niets, alleen hun rechterhand beweegt. Maar op hun scherm heerst de chaos.

Iedere paar seconden schiet een nieuwsflits langs. Een grafiek klimt in razend tempo omhoog en duikt weer omlaag. Acht telefoonicoontjes linksonder in het scherm knipperen aan en uit. Aan de lijn klanten die aandelen willen, medestudenten die deals willen sluiten. Twee buttons krijgen het er van langs: buy buy buy, sell sell sell.

De deelnemers aan de Utrechtse voorronde van de Traders Trophy doen in aandelen van – hoe kan het anders – Heineken. Het is zaak het nieuws in de gaten te houden. De prijs van tarwe gaat volgend jaar dalen, analisten van Morgan Stanley adviseren het aandeel Heineken te verkopen. Wat is het effect op de koers? Intussen verbreekt de Rabobank de verbinding, het telefoontje wordt te lang genegeerd. Een strafpunt, want een goede handelaar is bereikbaar voor zijn klanten.

Wie geld kan verdienen aan deze stortvloed aan impulsen maakt kans op de Traders Trophy, een prijs voor de beste aandelenhandelaar onder Nederlandse studenten. Oxyor, een bedrijf dat trainingen geeft aan beurshandelaren, test met de wedstrijd zijn trainingssoftware. Het internationale handelshuis All Options uit Amsterdam meldde zich als sponsor en nu zit de Trophy in zes landen. De winnaar krijgt duizend euro en een stage bij All Options.

Maar wie wil er nog naar Wall Street? Of het Damrak? Als er al werk is, wil je dan nog horen bij de hebzuchtige aanjagers van de financiële crisis?

Jawel hoor.

Gregor van Ansenwoude, 18 jaar, is één van de drie Utrechtse studenten die doorgaat naar de landelijke finale, vandaag in Amsterdam. Hij is goed voor zijn klanten geweest. Van Ansenwoude studeert economie met een minor business en heeft zelf wat aandelen. Hij wil best beurshandelaar worden. „Juist nu”, zegt hij, „want nu is het heel uitdagend”.

Michel Kerkhof, „bijna twintig”, gaat ook door naar de finale. Tijdens het praten wint hij een potje schaak. „Ik ben rustig gebleven. Ik maakte wel verlies, maar ik lette er niet op. Een dag verlies maken is niet erg.”

Kerkhof studeert economie en handelt zelf in aandelen. Tweeduizend euro plus of min op een dag komt weleens voor. „Maar geld is niet een probleem voor mij.” Traden lijkt hem wel leuk. Vooral hoe je in een crisis nog winst kunt maken. Hij denkt niet dat de reputatie van het vak een deuk heeft opgelopen. „Mensen die geïnteresseerd waren, zijn dat nu ook.”

Traden is leuk, zeggen de deelnemers. Een leuk spelletje. Dat moet je vinden, zegt Simon Meijlink, oprichter van Oxyor. Meijlink handelde voorheen bij ABN Amro. Hij verloor weleens op één dag een miljoen. En nog een miljoen de volgende dag. „Op dag drie begin je weer gewoon. Als je geld als echt geld ziet, word je gek. Net als een chirurg, die moet zijn werk ook als een loodgieter doen.”

Dat relaxte is precies wat een handelaar nodig heeft, denkt Meijlink. Daarom doen Nederlandse studenten het beter in de Traders Trophy dan studenten in Azië. „Daar zijn ze een uur voor aanvang binnen, allemaal netjes in pak. In Nederland komen ze gerust een kwartier te laat en heeft niemand zich voorbereid. Nederlanders zijn lui, maar dat is juist goed.”

De ideale beurshandelaar balanceert tussen het maken van winst en het beperken van risico’s, zegt Meijlink. In Utrecht gaat de deelnemer met de hoogste winst niet door naar de finale omdat hij meerdere keren te veel geld in aandelen had zitten. Een handelaar moet ook letten op zijn ‘Sharpe-ratio’. Dat is de verhouding tussen wat je binnenhaalt en hoeveel risico je daarvoor loopt. Veel winst met weinig risico levert een hoge Sharpe-ratio op, en dat is goed.

Die balans is de reden dat vrouwen („Als je de meisjes die met hun vriendjes zijn meegekomen niet meetelt”) het in de Trophy beter doen dan mannen, zegt Meijlink. Mannen schatten risico’s niet goed in als ze onder stress staan. Vrouwen juist wel, maar die missen de agressie om de kansen in de markt te grijpen.

Meijlinks ideale handelshuis ziet er daarom zo uit: een ruimte vol jonge gestreste vrouwen, met daarboven een oudere dominante man die de boel opzweept en de vrouwen tot actie dwingt.

Dat ideale handelshuis zit bovendien vol met mensen die wel empathie hebben, maar geen sympathie. Mensen die zich kunnen inleven in de gevoelens van een ander en het sentiment in de markt aanvoelen, en vervolgens niet schromen om daar gebruik van te maken. De perfecte sociopaat dus? „Ja”, grijnst Meijlink.

Maar is er wel werk voor de ideale handelaar? De kredietcrisis heeft gezorgd voor massaontslagen bij banken en handelshuizen en veel transacties verlopen nu via voorgeprogrammeerde computers.

Beursbedrijf Euronext zegt: er is zéker zoveel werk. De handelaren van Harmony Vermogensbeheer zeggen: na het diepe dal is er juist een herstel op de beurs gekomen.

Sau Ping Man, 28, denkt ook dat er genoeg werk is. Ze is een van de weinige vrouwen in de wedstrijd. Man studeert investment analysis in Tilburg en heeft plannen voor het opzetten van een handelskantoor. Traders zijn altijd nodig, zegt ze. Bovendien, voegt Meijlink toe in zijn wervende openingspraatje: „Waar jullie ook beginnen, de baas is net ontslagen. Jullie gaan recht de carrièreladder op!”

Gerbrand ter Brugge, hoofd aandelenbedrijf van ING in de Benelux, zegt ook dat er nog werk is. Maar door de crisis is dat wel minder. „Alle banken en handelshuizen hebben hun tradingteams gedownsized, ik schat met zo’n kwart over de hele linie.”

Dat betekent dat de lat hoog ligt voor nieuwkomers. „Je moet aan de universiteit hebben gestudeerd, en bij voorkeur iets exacts. Je moet héél erg gemotiveerd zijn en echt liefde voor het vak hebben.” In 2010 verwacht Ter Brugge dat er mondjesmaat meer werk zal zijn, in 2011 zal het echt aantrekken voor handelaren.

Brant Emery van handelshuis All Options is meegekomen om talent te scouten. Hij ziet wel: „Het aantal sollicitaties is licht gedaald. Maar we zullen altijd mensen nodig hebben om te handelen.”

Wat All Options zoekt is vooral plezier in handelen. „De deelnemers die achteraf zeggen ‘dit was supergaaf’ zijn de mensen die we zoeken.” Dat enthousiasme is wel nodig, zeggen Meijlink en Emery. Want hoe spannend het beurswereldje ook is en hoe goed het ook verdient, handelen wordt na een paar jaar saai. Emery: „De levensduur van een handelaar ligt tussen de vijf en zes jaar.”

Guido de Beer (22, muts, sportschoenen) lijkt nog het beste aan het profiel te voldoen. Hij werd derde en mag door. Heel belangrijk vindt hij winnen niet. „Ik moet nog even kijken of ik naar de finale ga.” Maar het spelletje vindt hij wel leuk. „Winst maken geeft een kick.”