3,5 miljoen potjes poep

Bevolkingsonderzoek naar darmkanker: binnenkort maakt Klink bekend of de test ook in Nederland komt.

De criteria voor dergelijke onderzoeken zijn streng.

nederland, Nijmegen, 2008 Een patient met een stoma (uitgang van de darm naar de buikwand) verzorgt het stomazakje, waarin de ontlasting wordt opgevangen. Foto: Frank Muller/HH Frank Muller/Hollandse Hoogte/>

Haantje de voorste is Nederland niet. Groot-Brittannië en Finland kennen al landelijke bevolkingsonderzoeken naar darmkanker. Frankrijk, Spanje, Italië en Zweden screenen regionaal op deze ziekte. En inwoners van Duitsland kunnen zich al tientallen jaren gratis laten testen.

De Gezondheidsraad adviseerde minister Klink (Volksgezondheid, CDA) twee weken geleden om alle inwoners tussen 55 en 75 jaar om de twee jaar op te roepen voor onderzoek naar darmkanker. Dat zou jaarlijks 1.400 mensen het leven kunnen redden. Kosten: 33 miljoen euro per jaar.

Nederland loopt een beetje achter, zegt gezondheidseconoom Iris Lansdorp-Vogelaar. „We wisten al sinds 1993 dat screening sterfte aan darmkanker kon reduceren. Maar men wachtte op betere testmethoden.”

Als Klink het advies overneemt, krijgen 3,5 miljoen mensen vanaf 2015 de vraag of zij een potje ontlasting naar een lab willen opsturen voor onderzoek op bloedsporen. Die sporen wijzen op kankers en poliepen.

De voor Nederland aanbevolen test (iFOBT) is gevoeliger en beter dan de test die andere landen gebruiken voor hun nationale screeningprogramma’s. Daarom kan Nederland deze landen binnenkort voorbijstreven.

Nederland is „redelijk kritisch” over bevolkingsonderzoeken, zegt Wim van Veen, arts en secretaris bij de Gezondheidsraad. De eisen zijn hoog.

De overheid wil voor- en nadelen voor burgers zorgvuldig afwegen, zegt Xandra Gravestein, hoofd van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dat centrum coördineert de landelijke bevolkingsonderzoeken. Bij deze screenings biedt de overheid mensen die – voor zover zij weten – niets mankeren, onderzoek aan. Zo’n test kan angst voor ziekte aanwakkeren, maar maakt ook vroege opsporing mogelijk, waardoor behandeling meer kans van slagen heeft.

Landelijk onderzoek voor een grote doelgroep vergt nogal wat. Voor systematisch oproepen van kandidaten is een goede organisatie nodig. Ook de zorg voor patiënten na een slechte testuitslag moet op orde zijn. Het landelijk onderzoek naar borstkanker, bijna twintig jaar geleden geïntroduceerd, had een paar jaar nodig voor het alle vrouwen tussen de 50 en 75 bereikte. Inmiddels doet 83 procent van hen eraan mee. Bij baarmoederhalskanker, waarop vrouwen tussen de 30 en 60 worden gescreend, ligt het bereik rond de 60 procent.

Voor de darmkankertest roept Duitsland kandidaten niet systematisch op. Daardoor melden zich maar weinig mensen. Nederland verwacht straks een deelname van 66 procent.

De manier waarop landen met screenen omgaan, is cultuurgebonden, meent Gravestein. Zo testen de VS baby’s met de hielprik op veel meer ziekten dan Nederland. „Daar gaan ze anders om met ziekten en zorg.” Uiteindelijk is het een politiek besluit een bevolkingsonderzoek te starten. Het geld ervoor komt uit de begroting van Volksgezondheid.

De ongekende bezuiniging die Volksgezondheid boven het hoofd hangt (12 miljard euro), maakt het besluit over screening niet eenvoudiger. Toch lijkt het haast ondenkbaar dat de politiek een test afwijst naar zo’n veelvoorkomende en makkelijk op te sporen aandoening.

Onderzoek naar prostaatkanker, dat al jaren ter discussie staat, is wat dat betreft een ander verhaal. Daar kleven meer nadelen aan, zoals veel overdiagnose en overbehandeling. Mensen die slechts een indolente vorm van prostaatkanker hebben, kunnen dan impotent en incontinent worden, terwijl de ziekte zich bij hen nooit gemanifesteerd zou hebben.

Aan onderzoek naar aneurysma kleven andere bezwaren. Als een screening zo’n verwijding van een slagader opspoort, is er 7 procent kans een operatie niet te overleven. Dan moeten de voordelen wel heel groot zijn voor de overheid zo’n onderzoek begint. „Screening is lang niet altijd feest”, zegt Van Veen. „Er kleven altijd nadelen aan en de voordelen zijn niet altijd evident.”

Dat geldt nog meer voor commerciële screenings waarvan de voordelen niet overtuigend zijn aangetoond. Er komen steeds meer preventieve testen, het aantal DNA-toetsen neemt toe. „Mensen zijn bereid te betalen voor zo’n bodycheck”, zegt Gravestein .

Klink wil een betere borging van de kwaliteit van deze testen. Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek komt met een checklist voor burgers. Gravestein: „Bedenk wat voor consequenties de uitslag heeft. Soms is kennis heel belastend.”

    • Antoinette Reerink