We moeten deze oorlog tot een goed einde brengen

Op het spel staat niet alleen de geloofwaardigheid van de NAVO, zei president Obama gisteren in zijn rede over Afghanistan, maar de gezamenlijke veiligheid van de wereld.

Ik wil het vanavond met u hebben over onze inspanningen in Afghanistan – de aard van onze inzet daar, de omvang van onze belangen en de strategie die mijn regering zal volgen om deze oorlog tot een goed einde te brengen. Het is van belang om in herinnering te roepen waarom Amerika en onze bondgenoten ook alweer gedwongen werden om een oorlog in Afghanistan te voeren.

Wij hebben niet om deze strijd gevraagd. Op 11 september 2001 kaapten 19 mannen vier vliegtuigen en vermoordden daarmee bijna 3000 mensen.

Binnen enkele dagen gaf het Congres toestemming tot het gebruik van geweld tegen Al-Qaeda en degenen die het een toevlucht boden, een volmacht die nog altijd geldt. De stemming in de Senaat was 98-0, de stemming in het Huis van Afgevaardigden was 420-1.

Voor het eerst in haar geschiedenis beriep de NAVO zich op Artikel 5, waarin een aanval op één lidstaat tot aanval op allemaal wordt verklaard. En de VN-Veiligheidsraad onderschreef het gebruik van de noodzakelijke maatregelen om op de aanslagen van ‘9/11’ te reageren. Amerika, onze bondgenoten en de rest van de wereld trokken eensgezind op om het terreurnetwerk van Al-Qaeda te vernietigen en onze gezamenlijke veiligheid te beschermen.

Onder de vlag van deze nationale eenheid en internationale legitimiteit – en pas nadat de Talibaan hadden geweigerd Osama bin Laden over te dragen – stuurden we onze troepen naar Afghanistan.

In een paar maanden tijd werd Al-Qaeda uiteengedreven en werden tal van zijn strijders gedood. De Talibaan werden op de knieën gebracht en moesten de macht afstaan. Waar jaren angst hadden geheerst, was nu reden tot hoop.

Toen werd begin 2003 het besluit genomen een tweede oorlog te beginnen, in Irak. De pijnlijke discussie over de oorlog in Irak hoeft hier niet herhaald te worden. Het volstaat te zeggen dat in de zes jaar daarna de oorlog in Irak het leeuwendeel van onze troepen, onze middelen, onze diplomatie, en onze nationale aandacht heeft gevergd en dat het besluit om Irak binnen te trekken tot een aanzienlijke kloof tussen Amerika en een groot deel van de wereld heeft geleid.

Nu brengen we de oorlog in Irak tot een verantwoord einde. Aan het eind van de komende zomer zullen we onze gevechtsbrigades uit Irak terugtrekken, eind 2011 gevolgd door al onze troepen.

Maar terwijl we in Irak zwaarbevochten mijlpalen hebben bereikt, is de toestand in Afghanistan verslechterd. Nadat de leiding van Al-Qaeda in 2001 en 2002 over de grens met Pakistan ontkwam, heeft ze daar een veilige haven gevonden. En weliswaar heeft de Afghaanse bevolking een wettige regering gekozen, maar deze wordt gehinderd door de corruptie, de drugshandel, een onderontwikkelde economie en onvoldoende veiligheidstroepen.

De afgelopen jaren hebben de Talibaan met Al-Qaeda onder één hoedje gespeeld, omdat ze beiden naar een omverwerping van de Afghaanse regering streven. Gaandeweg gingen de Talibaan in Afghanistan meer grondgebied beheersen, terwijl ze intussen bij steeds brutaler en verwoestender terreurdaden tegen het Pakistaanse volk betrokken waren.

Maar in deze hele periode bleef ons troepenniveau in Afghanistan een fractie van dat in Irak. Toen ik aantrad, hadden we in Afghanistan iets meer dan 32.000 Amerikanen, vergeleken met de 160.000 in Irak op het hoogtepunt van de oorlog. De commandanten in Afghanistan hebben herhaaldelijk steun gevraagd om iets te kunnen doen tegen de herleving van de Talibaan, maar die versterkingen kwamen niet. En daarom heb ik kort na mijn aantreden ingestemd met dit aloude verzoek om meer troepen.

Na overleg met onze bondgenoten heb ik daarna een strategie aangekondigd die uitgaat van het fundamentele verband tussen onze oorlogsinspanning in Afghanistan en de extremistische toevluchtsoorden in Pakistan. Ik heb onze doelstelling nauw omschreven als de ontwrichting, ontmanteling en vernietiging van Al-Qaeda en zijn extremistische bondgenoten, en een betere coördinatie van onze militaire en civiele inspanningen beloofd.

Sindsdien hebben we op een aantal belangrijke punten vooruitgang geboekt. Hooggeplaatste leiders van Al-Qaeda en de Talibaan zijn gedood en we hebben overal ter wereld de druk op Al-Qaeda opgevoerd.

In Pakistan heeft het leger zijn grootste offensief sinds jaren ingezet. In Afghanistan hebben wij samen met onze bondgenoten verhinderd dat de Talibaan een presidentsverkiezing tegenhielden en ook al werd deze verkiezing door fraude ontsierd, ze leverde wel een regering op die strookt met de wetten en de grondwet van Afghanistan.

Maar de uitdagingen blijven enorm: Afghanistan is niet verloren, maar het gaat al wel een aantal jaren achteruit. Er bestaat geen onmiddellijke dreiging dat de regering omver wordt geworpen, maar de Talibaan hebben aan kracht gewonnen. Al-Qaeda is niet weer in dezelfde aantallen in Afghanistan terug als voor 11 september 2001, maar ze hebben nog wel hun veilige havens langs de grens. En onze strijdkrachten hebben niet de volledige steun die ze nodig hebben om de Afghaanse veiligheidstroepen doeltreffend te trainen en gezamenlijk de bevolking beter te beveiligen.

Onze nieuwe bevelhebber in Afghanistan, generaal McChrystal, heeft gemeld dat de veiligheidstoestand ernstiger is dan hij had verwacht. Kortom, de status quo is niet duurzaam.

Nadat de Afghaanse verkiezingen waren afgesloten, heb ik op een grondige herziening van onze strategie aangedrongen. Deze herziening is nu voltooid. Ik heb besloten dat het van vitaal nationaal belang voor ons is om 30.000 extra Amerikaanse manschappen naar Afghanistan te sturen. Na 18 maanden zullen onze troepen gaandeweg naar huis terugkeren.

Ik neem deze beslissing niet lichtvaardig. Ik was juist tegen de oorlog in Irak omdat ik vind dat wij terughoudend moeten zijn in het gebruik van militair geweld en altijd stil moeten staan bij de gevolgen van ons handelen op lange termijn.

We zijn nu acht jaar in oorlog, tegen enorme kosten aan levens en middelen. Het jarenlange debat over Irak en het terrorisme heeft niets heel gelaten van onze eensgezindheid over nationale veiligheidskwesties en geleid tot een sterk gepolariseerde en partijdige achtergrond voor onze inspanningen. En nu het Amerikaanse volk nog maar net de ergste economische crisis sinds de jaren dertig heeft ervaren, zijn we begrijpelijkerwijs gericht op de wederopbouw van onze eigen economie en de werkgelegenheid van onze eigen mensen.

En bovenal weet ik dat dit besluit nog meer vraagt van u, militairen die samen met uw familie nu al de zwaarste lasten dragen.

Als ik niet zou denken dat de veiligheid van de Verenigde Staten en van het Amerikaanse volk in Afghanistan op het spel staan, zou ik maar al te graag onze troepen tot de laatste man morgen nog naar huis roepen.

Ik ben ervan overtuigd dat in Afghanistan en Pakistan onze veiligheid op het spel staat. Daar is het epicentrum van het gewelddadige extremisme dat door Al-Qaeda wordt uitgeoefend.

Alleen al in de laatste paar maanden hebben we binnen onze eigen grenzen extremisten aangehouden die hier uit het grensgebied van Afghanistan en Pakistan naartoe waren gestuurd om nieuwe terreurdaden te plegen. En dit gevaar zal alleen maar groeien als dat gebied weer afglijdt en Al-Qaeda ongestraft zijn gang kan gaan.

We zullen in Afghanistan de volgende doelstellingen nastreven. We moeten Al-Qaeda een toevluchtsoord ontnemen. We moeten de wederopkomst van de Talibaan keren en hun het vermogen ontnemen om de regering omver te werpen. En we moeten de slagkracht van de veiligheidstroepen en de regering van Afghanistan versterken, zodat zij de eerste verantwoordelijkheid voor de Afghaanse toekomst kunnen nemen.

We zullen deze doelstellingen op drie manieren verwezenlijken. Ten eerste zullen we een militaire strategie volgen die de dynamiek van de Talibaan zal breken en de Afghaanse slagkracht in de komende 18 maanden zal verhogen.

De 30.000 extra manschappen die ik vanavond aankondig, zullen in het eerste deel van 2010 in het hoogst mogelijke tempo worden ingezet, zodat ze de rebellie kunnen bedwingen en de belangrijke bevolkingscentra kunnen beveiligen. Ze zullen bijdragen tot ons vermogen om bekwame Afghaanse veiligheidstroepen op te leiden en samen met hen op te trekken, zodat meer Afghanen aan de strijd kunnen deelnemen. En ze zullen de voorwaarden helpen scheppen waaronder de Verenigde Staten de verantwoordelijkheid aan de Afghanen kunnen overdragen.

Omdat dit een internationale inspanning is, heb ik onze bondgenoten gevraagd om ook hun bijdrage aan onze inzet te leveren.

Onze vrienden hebben ten koste van gewonden en gesneuvelden samen met ons in Afghanistan gevochten. En nu moeten we deze oorlog samen tot een goed einde brengen. Want niet alleen de geloofwaardigheid van de NAVO staat hier op het spel, maar ook de veiligheid van onze bondgenoten en de gemeenschappelijke veiligheid van de wereld.

De gezamenlijke inzet van deze extra Amerikaanse en internationale troepen zal ons in staat stellen de overdracht van verantwoordelijkheid naar de Afghaanse strijdkrachten te versnellen en in juli 2011 met het vertrek van onze troepen uit Afghanistan te beginnen.

Het zal de Afghaanse regering – en belangrijker nog: de Afghaanse bevolking – duidelijk zijn dat zij uiteindelijk zelf voor hun eigen land verantwoordelijk zullen zijn.

Ten tweede zullen we in samenwerking met onze bondgenoten, de Verenigde Naties en de Afghaanse bevolking streven naar een doeltreffender civiele strategie, zodat de regering van een verbeterde veiligheid kan profiteren. Deze inspanning moet gerelateerd zijn aan prestaties. De dagen van blanco cheques zijn voorbij.

Het Afghaanse volk heeft onder tientallen jaren van geweld geleden. De Afghanen moeten begrijpen dat Amerika een eind wil maken aan deze periode van oorlog en lijden. We hebben er geen belang bij jullie land te bezetten. We zullen pogingen steunen van de Afghaanse regering om een opening te maken naar de Talibaan die het geweld willen afzweren en de mensenrechten van hun medeburgers willen respecteren.

Ten derde zullen we handelen in het besef dat ons succes in Afghanistan onverbrekelijk is verbonden met ons partnerschap met Pakistan. We zijn in Afghanistan om te voorkomen dat een kankergezwel zich opnieuw door het land uitzaait. Maar dat zelfde gezwel heeft ook al wortel geschoten in het grensgebied met Pakistan. Daarom hebben we een strategie nodig voor beide kanten van de grens.

In het verleden hebben sommige Pakistanen betoogd dat de strijd tegen terrorisme niet hún strijd is, en dat het voor Pakistan beter is niets te doen of tot een vergelijk te komen met degenen die geweld gebruiken. Maar de afgelopen jaren zijn onschuldige mensen gedood van Karachi tot Islamabad en is duidelijk geworden dat de Pakistaanse bevolking het meest te vrezen heeft van extremisme. De publieke opinie is er omgeslagen.

Het Pakistaanse leger heeft een offensief uitgevoerd in Swat en Zuid-Waziristan en er bestaat geen twijfel over dat de Verenigde Staten en Pakistan een gemeenschappelijke vijand hebben.

Dit zijn de drie kernelementen van onze strategie: een militaire inspanning om de voorwaarden te scheppen voor een overdracht [aan de Afghanen]; een civiele ‘Surge’ die positieve ontwikkelingen ondersteunt; en een effectief partnerschap met Pakistan.

Er zijn uiteenlopende bedenkingen tegenover onze benadering. Ten eerste zijn er mensen die suggereren dat Afghanistan een nieuw Vietnam is. Ze betogen dat het niet gestabiliseerd kan worden en dat we maar beter ons verlies kunnen nemen en ons snel moeten terugtrekken. Dit argument berust volgens mij op een verkeerde interpretatie van de geschiedenis. Anders dan in Vietnam werken we samen met een brede coalitie van 43 landen die de legitimiteit van ons optreden erkent. Anders dan in Vietnam staan we niet tegenover een brede volksopstand. En het belangrijkste: anders dan bij Vietnam is het Amerikaanse volk gemeen aangevallen vanuit Afghanistan en blijven we doelwit voor dezelfde extremisten die langs de grens hun plannen blijven smeden.

Ten tweede zijn er mensen die erkennen dat we Afghanistan niet in zijn huidige staat kunnen achterlaten, en opperen dat we verder gaan met het troepenaantal dat we er nu hebben. Maar dat zou een voortzetting betekenen van de huidige toestand waarin we voortmodderen en het zou leiden tot een langzamere verslechtering van de situatie daar.

Ten slotte zijn er de mensen die tegen het afspreken van een tijdskader zijn voor de overdracht van de verantwoordelijkheid aan de Afghanen. Sommigen pleiten zelfs voor een dramatischer escalatie van onze oorlogsinspanning, met een open einde. Daarmee zouden we ons voor tien jaar moeten verbinden aan het opbouwen van het land.

Ik verwerp deze lijn. Want het zou betekenen dat we doelstellingen accepteren die niet gehaald kunnen worden voor een redelijke prijs, en die verder gaan dan wat we moeten bereiken om onze belangen veilig te stellen. Bovendien zou het ontbreken van een tijdskader voor de overdracht aan de Afghanen ten koste gaan van ieder gevoel van urgentie in de samenwerking met de Afghaanse regering. Het moet duidelijk zijn dat Afghanen de verantwoordelijkheid voor hun eigen veiligheid moeten nemen, en dat Amerika er geen belang bij heeft een eindeloze oorlog in Afghanistan uit te vechten.

Nu we de oorlog in Irak beëindigen en in Afghanistan de verantwoordelijkheid gaan overdragen, moeten we in eigen land onze kracht weer opbouwen. Onze voorspoed levert de onderbouwing van onze macht. Onze welvaart betaalt voor onze strijdkrachten, staat garant voor onze diplomatie, levert het potentieel van onze bevolking en maakt investeringen in nieuwe industrie mogelijk. En zal ons in staat stellen in deze eeuw even succesvol te concurreren als in de vorige.

Dit is een bekorte versie van de rede van Obama.

Transcriptie van de hele rede (in het Engels) is te lezen via nrc.nl/toesprakenobama

    • President Obama