Verhagen mijdt klare taal over atoomwapens

Als Nederland atoom- gidsland wil zijn, moet minister Verhagen aan Obama duidelijk maken dat Nederland van de NAVO-kernwapentaak af wil, vindt Martijn van Dam.

Met enige verbazing heb ik de brief van minister Verhagen van Buitenlandse Zaken gelezen waarin hij deze krant verwijt ten onrechte geschreven te hebben dat hij geen rol wil spelen als atoomgids, oftewel als aanjager van de discussie over nucleaire ontwapening (NRC Handelsblad, 27 november). Verhagen stelt zich helemaal achter het artikel van de vier Ministers van Staat te staan waarin zij pleiten voor kernontwapening.

Het is opmerkelijk dat hij in zijn brief niet ingaat op de belangrijke, in eerste instantie niet gepubliceerde, passage waarin de Ministers van Staat ‘atoomgidspleitten voor de beëindiging van de kernwapentaak binnen de NAVO en voor de terugtrekking van Amerikaanse kernwapens van Europees grondgebied. Het waren precies die twee zaken waar de minister en ik in de debatten in de Tweede Kamer over van mening verschilden. De minister was en is namelijk niet bereid zich voor beide uit te spreken, terwijl dat wel wenselijk is.

President Obama sprak op 5 april in Praag de ambitie uit om serieus werk te maken van nucleaire ontwapening. Hij heeft daarbij steun nodig van Europese landen. De NAVO gaat immers nog steeds uit van bescherming door de zogeheten nucleaire paraplu van Amerikaanse kernwapens. Die zijn deels aanwezig op Europees grondgebied; volgens nooit officieel bevestigde berichten in Nederland, Duitsland, België, Italië en Turkije. Voor de uitvoering van de nucleaire bescherming hebben deze landen een zogenoemde kernwapentaak. De desbetreffende nationale krijgsmachten moeten in staat zijn Amerikaanse kernwapens in te zetten in noodsituaties. Deskundigen betwijfelen overigens of dat überhaupt niet in strijd is met het non-proliferatieverdrag dat de overdracht van kernwapens verbiedt. Wie president Obama wil steunen, zal de Amerikanen expliciet moeten laten weten niet langer te hechten aan de bescherming door kernwapens en zeker niet die op Europees grondgebied. De Amerikanen kunnen immers niet zelf voorstellen die bescherming terug te trekken. Dat zou immers niet van goed bondgenootschap getuigen.

Als Nederland een gidsland wil zijn, zou minister Verhagen openlijk moeten aangeven dat hij terugtrekking van Amerikaanse kernwapens van Europees grondgebied wenselijk vindt en dat Nederland van de NAVO-kernwapentaak af wil. Obama kan op basis van dat signaal de Amerikaanse kernwapens op Europees grondgebied betrekken bij de onderhandelingen die hij zal voeren met de Russische president Medvedev. Terugtrekking van de Amerikaanse kernwapens, als resultaat van die onderhandelingen, zou zeer wenselijk zijn.

De nieuwe Duitse regering heeft dat goed begrepen en sprak in het coalitieakkoord af zowel in NAVO-verband als in bilaterale contacten met de VS te zullen aandringen op terugtrekking van Amerikaanse kernwapens van Duits grondgebied.

Minister van Buitenlandse Zaken Westerwelle zei op 25 oktober in de Deutsche Welle: „Duitsland moet vrij zijn van nucleaire wapens.” Het zijn uitspraken die Verhagen niet voor zijn rekening wil nemen. In een gezamenlijke persconferentie met Verhagen herhaalde Westerwelle de klare taal. De Süddeutsche Zeitung tekende op 2 november op dat Verhagen, in tegenstelling tot Westerwelle, daarbij niet concreet werd, maar zich slechts uitsprak voor een kernwapenvrije wereld. Deze krant bevindt zich dus in goed gezelschap met de constatering dat Nederland niet de rol van gidsland op zich neemt.

Als minister Verhagen de rol van atoomgids wil, zal hij zich net zo nadrukkelijk moeten uitspreken voor terugtrekking van Amerikaanse kernwapens als Westerwelle en voorop gaan in de discussie in de NAVO om een einde te maken aan de kernwapentaak.

Martijn van Dam is buitenlandwoordvoerder van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer.

Lees de Ministers van Staat op nrc.nl/opinieblog