President stelt aanhang teleur

Obama stuurt 30.000 extra militairen naar Afghanistan. Activisten die hem vorig jaar in het zadel hielpen, zijn woedend.

In Los Angeles ging Afghanistan-veteraan Jake Diliberto (27) na de toespraak in een groepje de straat op, biddend met kaarsjes in de hand. Vorig jaar voerde hij voor Obama campagne onder studenten in Illinois en Tennessee. Na de rede van de president over Afghanistan – de zending van 30.000 extra manschappen – was hij gisteravond vernietigend over de man die hij vorig jaar nog adoreerde. „Dit is een van de ergste dingen die hij kon doen”, zei hij per telefoon. „Ik beloof je dat ik hem nooit meer zal steunen.”

Ruim 4.500 kilometer verderop, in Wilmington, zat de progressieve Democraat June Eisley een kwartier na het optreden van de president nog steeds verslagen op de bank. Vorig jaar ging ze voor Obama langs de deuren in Pennsylvania en haar thuisstaat Delaware, en maakte ze ontelbare malen een klein bedrag over aan zijn campagnekas.

Gisteren zag ze „klagend en kreunend” hoe Obama uitlegde dat de Afghaanse oorlog wordt opgevoerd. Hij spreekt prachtig, vertelde ze, hij zegt „mooie dingen” over Amerika en de wereld. „Maar de beslissingen deprimeren me.”

Zo tekende zich gisteren snel na Barack Obama’s toespraak over Afghanistan het beeld af waarvoor Democraten vooraf vreesden: dat de president met zijn uitbreiding van de Afghaanse oorlog de steun dreigt te verliezen van de activistische achterban die vorig jaar de motor van zijn campagne was.

De hoop van toen zette zich gisteren om in wrok. „Ik mag hopen dat hij zijn kans op een tweede termijn nu wel heeft verspeeld”, zei Diliberto bijvoorbeeld, die in 2001 tot de eerste lichting mariniers behoorde die in Afghanistan aankwam. Nu bestuurt hij een pressiegroep van veteranen die de laatste weken werd geconsulteerd door het Witte Huis.

De president stond gisteren voor een bijna onmogelijke opgave. De bevolking verliest het vertrouwen in de oorlog, zoals dat eerder met Irak gebeurde. Republikeinen steunen Obama, maar Democratische Congresleden voelen weinig voor uitbreiding. Zij ageren vooral tegen de kosten – zodat er een serieuze kans is dat de president na 2010 geen geld meer heeft voor de Afghaanse oorlog.

Obama definieerde gisteren een drieledige missie voor de extra manschappen die vanaf begin 2010 naar het land gaan. Ze moeten Al-Qaeda van hun Afghaanse vrijplaatsen beroven, de Talibaan afhouden van een machtsovername en een versnelde training verzorgen van het leger en de politie.

Vervolg Washington: pagina 5

Verliezen is voor VS geen optie

Als dat lukt is „een succesvolle beëindiging” van de missie mogelijk, zei Obama. Een subtiele verandering ten opzichte van Bush, die altijd over „winnen van de oorlog” sprak.

Ook verwees hij naar de instabiliteit van Pakistan, en het gevaar dat Al-Qaeda daar de hand weet te leggen op nucleaire wapens. „Ik heb deze beslissing genomen omdat ik ervan overtuigd ben dat onze veiligheid op het spel staat in Afghanistan en Pakistan. Dat is het epicentrum van Al-Qaeda’s gewelddadige extremisme.”

Tegelijk riep Obama’s gegoochel met troepenterugtrekkingen herinneringen op aan dezelfde Bush. Obama zei dat de terugkeer van de extra manschappen „begint” in de zomer van 2011, achttien maanden nadat ze zijn aangekomen.

Maar hij noemde geen einddatum, en beperkte zich tot de vrijblijvende mededeling dat de Amerikaanse missie „geen open einde” heeft. Bush gebruikte exact dezelfde termen menigmaal voor Irak – om vervolgens het aantal manschappen in dat land op te voeren.

Larry Wilkerson, die als stafchef van minister Colin Powell (Buitenlandse Zaken) in 2001 meewerkte aan de invasie van Afghanistan, vertelde gisteren dat de 30.000 manschappen in 18 maanden nauwelijks verschil in Afghanistan zullen maken. Interne berekeningen wezen er eerder al op dat het Westen een kwart tot een half miljoen militairen nodig heeft om Afghanistan onder controle te krijgen.

„Dan nog had je vijf tot tien jaar nodig om het land in de vingers te krijgen”, aldus Wilkerson, die zo afknapte op werken met Dick Cheney dat hij vorig jaar Obama stemde.

Dat Obama het nu met 30.000 extra manschappen (bovenop de 68.000 Amerikaanse manschappen die al in Afghanistan zijn) denkt af te kunnen, is volgens Wilkerson alleen het product van een politieke calculatie. Hij maakte Democratische activisten enthousiast met zijn vroegtijdige oppositie tegen ‘Irak’. Hij onderbouwde zijn geloofwaardigheid inzake nationale veiligheid door uitbreiding van de ‘noodzakelijke’ Afghaanse oorlog te bepleiten. „Obama heeft zichzelf in een hoek gemanoeuvreerd. Dus hij stuurt extra militairen en duimt dat het zal werken – ook al is de kans klein.”

Intussen is onder commandanten en politici allang duidelijk dat de Afghaanse oorlog niet meer tot een goed einde komt, zegt hij. „Mijn militaire contacten in Afghanistan weten dat ze maximaal 24 maanden hebben om er nog iets van te maken. Laatst riep een kolonel tegen me: ‘Dit land draait op plunderen en afslachten’. Dan weet je hoe optimistisch ze daar zijn”, smaalt hij.

Toch is er volgens hem iets te zeggen voor Obama’s aanpak. Zijn oude baas Powell, voor wie hij twintig jaar werkte, zou vermoedelijk een soortgelijke beslissing hebben genomen. „Dat is de politieke realiteit van dit land: verliezen is geen optie.”

Maar hij zegt zeker te weten dat Powell, die uitvoerig met Obama sprak over Afghanistan, achter gesloten deuren een ander advies gaf. „Ik was er niet bij, dus ik klap niet uit de school. Maar ik geef je op een briefje dat hij zei: ‘Barack, zorg dat je daar zo snel mogelijk wegkomt!’.”

Obama zinspeelde gisteren op druk die zijn regering de komende dagen op de NAVO zal uitoefenen voor extra manschappen. „Dit is niet alleen Amerika’s oorlog”, zei hij. Uit de lijst regeringsleiders die gisteren door Obama of vicepresident Biden over het nieuwe beleid werden bijgepraat, kon worden afgeleid dat de VS vooral zijn zinnen zet op grote(re) Europese landen: Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje.

Nederland kwam in het rijtje niet voor, en volgens Larry Wilkerson moet het land zich daar vooral niet aan storen. „Nederland heeft het zeer lang volgehouden aan onze zijde. Ik begrijp dat ze volgend jaar Afghanistan willen verlaten, en als ik mijn eigen pessimisme in ogenschouw neem kan ik ze dat moeilijk verwijten.”

    • Tom-Jan Meeus