Levenslust wint het van droefenis

Latcho drom Regie: Tony Gatlif. In: 6 bioscopen. ****

„De hele wereld haat ons / we worden verjaagd / we zijn vervloekt / we moeten ons hele leven verder trekken.” Dit is de tekst van een van de liedjes uit Latcho drom, (1993); Tony Gatlifs tweede film die nu voor het eerst in Nederland te zien is.

Wie het werk van Gatlif (1948) een beetje kent, weet dat de tekst slaat op het Roma-volk. De Algerijns-Franse regisseur, die zelf van Roma-afkomst is, toont in al zijn films (Gadjo dilo, Vengo, Swing, Exils, Transylvania) op exuberante manier het marginale en moeizame bestaan van zigeuners over de hele wereld. Daarbij gebruikt hij altijd veel muziek, met liedjes die melancholie uitdragen, maar vaak ook met veel energie de geleden ontberingen overstemmen: levensvreugde wint het van zelfmedelijden.

Latcho drom (‘Goede reis’) begint in Noordwest-India, met een beeld van stromend water: een sterke metafoor die de bron aanduidt waaruit de Roma-rcultuur zo’n duizend jaar geleden is ontstaan. De film zelf is te zien als de bron waaruit al Gatlifs latere films ontspringen. Zo zien we hier al het beeld van een met kaarsjes verlichte boom, dat ook te zien is in Transylvania (2006). Ook horen we hier al de opzwepende zigeunerswing van gitarist Tchavolo Schmitt die terugkeert in Swing (2002), de film waarin Schmitt ook een hoofdrol speelt.

In deze muzikale documentaire laat Gatlif zonder dialogen de voortdurende trektocht zien van de nomadische Roma: van India, via Egypte en Turkije, naar Europa. Naast een fysieke reis westwaarts, is ook een muzikale ontwikkeling te horen. In elk van die landen horen we een lied, vaak vergezeld van een dans. Het begint met Indische klanken, dan horen we een Arabische invloed, waarna in Hongarije en Roemenië de muzieksoort ontstaat die we het meest associëren met de zigeuners: veelal opzwepende feestmuziek, gespeeld op viool, cimbalen en staande bas.

De film eindigt in Spanje, met een door merg en been gaande flamenco waarin gezongen wordt: „Sommige avonden ben ik jaloers op je hond die je met zoveel meer respect behandelt.” Zowel geografisch als muzikaal – flamenco heeft Moorse invloeden – zijn we dan bijna terug bij af.

Naast de schitterende muziek is Latcho drom ook vanuit filmisch oogpunt buitengewoon boeiend. Gatlif filmt niet alleen op prachtige locaties en in fenomenale breedbeeldcomposities, maar geeft zijn stijl ook een inhoudelijke functie. Op enkele uitzonderingen na verkiest hij vloeiende camerabewegingen boven montage. De scènes waarin hij dit niet doet, zijn de danssequenties; daarin wil hij de dynamiek benadrukken door een snellere montage. De langzame, hypnotiserende camerabewegingen die Gatlif meestal gebruikt, bekrachtigen het idee van een constante reis. De camera gaat in kalme bewegingen van rechts naar links; net zoals de zigeuners westwaarts. Ze kunnen nergens echt stil staan, want dan worden ze weer verdreven. Een opgejaagde groep die noodgedwongen wel verder moet migreren.

Gatlif is ook sterk in het stilistisch markeren van sequenties binnen de film, met vaak ook een thematische functie. Zo rijden aan het begin van een bepaalde scène wat woonwagens langs prikkeldraad. De woonwagenbewoners proberen zich ergens te vestigen en in hun levensonderhoud te voorzien met het maken van rieten manden, maar aan het eind van de scène worden ze verdreven door mannen met geweren. Het prikkeldraad en de geweren zijn niet mis te verstaan, de zigeunergemeenschap is niet welkom.

Met muziek, dans, beeld en geluid (veel onvriendelijk blaffende honden) maakt Gatlif duidelijk dat de Roma het altijd zwaar te verduren hebben. Toch houden ze altijd hoop, getuige de strofe „Het geluk laat ons in de steek / maar keert ook weer terug”.

    • André Waardenburg