'Het is niet altijd zuivere kunst'

Het werk van de Britse schilder J.M.W. Turner leunde nadrukkelijk op dat van oude meesters, met name de Hollandse school. Tate Britain wijdt Turner and the Masters aan hem.

Toen de Britse schilder J.M.W. Turner op zijn oude dag nog eens een prent van de Nederlandse zeeschilder Willem van de Velde de Jonge zag, riep hij volgens de overlevering uit: „Ah! Dat maakte me tot schilder.”

Net als veel collega’s putte Joseph Mallord William Turner (1775-1851) in zijn loopbaan inspiratie uit het werk van oude meesters. Maar hij deed het zo nadrukkelijk dat Tate Britain er de interessante tentoonstelling Turner and the Masters aan heeft gewijd. Er hangen schilderijen van oude meesters en Turners weergave van hun werk – vaak met een heel eigen draai eraan.

„Voor Turner was dat de manier om zich hun ideeën en techniek eigen te maken. En ook om aan te tonen dat hij even goed was als die schilders”, zegt Tate-conservator Ian Warrell. „Het is tevens een eerbetoon aan de oude meesters. Bovendien begreep Turner al snel dat schilderijen in de oude stijl meer geld opbrachten.”

Een fraai voorbeeld is het schilderij Nederlandse boot in een storm, dat Turner als 25-jarige maakte in opdracht van een rijke verzamelaar. Het is geënt op het doek Een opstekende storm van Van de Velde. Turner keerde de compositie om en maakte zowel de lucht als de zee dramatischer. Ook is zijn doek groter dan dat van Van de Velde. Beide doeken hangen naast elkaar op de expositie.

Hoewel Turner zich ook volop door Italiaanse en Franse schilders liet inspireren, was er een belangrijke rol weggelegd voor Nederlanders. Niet alleen Van de Velde, maar ook Jacob van Ruisdael en Aelbert Cuyp en Rembrandt bewonderde hij zeer. Vooral Ruisdael bleef hem altijd fascineren.

Warrell wijst erop dat Turner in zijn latere jaren bewust het doek Sun Rising Through Vapour uit 1807 op een veiling terugkocht. Dit was sterk geïnspireerd door Nederlandse schilders. Hij wilde juist dit doek, samen met een door Claude Lorrain geïnspireerd werk, nalaten aan de National Gallery. Warrell: „Zo wilde hij aangeven hoeveel hij de Nederlandse traditie was verschuldigd.”

Waarom voelde Turner zich zo tot de Hollandse school aangetrokken?

„Meer dan wie ook besefte hij dat de Nederlandse landschapsschool in de zeventiende eeuw even belangrijk was als de grote zuidelijke traditie, waarbinnen Lorrain en Poussin het hoogste werden aangeslagen en de hoogste prijzen opbrachten. Hij bewonderde Ruisdaels luchten maar ook Rembrandts befaamde doek De molen.

Zijn zijn Nederlandse ‘imitaties’ vaak beter dan de zuidelijke?

„Dat geloof ik wel. Vooral de luchten lijken hier zo op die in Nederland. Hij is een noorderling met een zuidelijk hart, want zoals voor zoveel Britse kunstenaars was Italië een magisch land, waarnaar ze altijd bleven verlangen.”

Het aanzien van de Nederlandse kunst was destijds niet hoog?

„Begin negentiende eeuw groeide de appreciatie van Nederlandse kunst snel in Groot-Brittannië. Naarmate de invloed van de aristocraten afnam, groeide die van kooplieden en industriëlen. Die wilden graag schilderijen voor een huiselijke omgeving. Het doet denken aan wat er in Nederland in de zeventiende eeuw gebeurde.”

Turner lijkt geobsedeerd door zijn artistieke nalatenschap?

„Dat had te maken met de opkomst van een museumcultuur; in Frankrijk met het Louvre en hier met de vestiging van de National Gallery. Het idee om dingen te bewaren voor het nageslacht sprak hem aan. De National Gallery wilde eerst David Wilkie als enige nog levende schilder in de collectie opnemen. Turner wilde daar ook bij horen. Hij hoopte zich via zijn nalatenschap aan het museum in de positie te manoeuvreren van de grootste kunstenaar van zijn generatie. Hij vond dat als hij dit niet aan anderen kon overlaten, hij het beter zelf kon doen, zoals politici wel met hun memoires doen.”

Bent u zelf anders over Turner gaan denken door de expositie?

„We wisten dat hij een haantje de voorste was, maar zijn werk van jaar tot jaar volgend, besef je hoezeer hij met al dat werk, dat steeds op dat van oude meesters of van tijdgenoten leunt, het beeld van zichzelf poogde te manipuleren. Hoe tuk hij erop was zich in het middelpunt te plaatsen van elke tentoonstelling, met gebruikmaking van elke mogelijk tactiek.”

Heeft hij zo aan glans verloren?

„Het is niet altijd zuivere kunst. Je kunt hem vergelijken met Damien Hirst nu, die ook zo handig is in het manipuleren van de media. Turners tijdgenoten beseften dat hij probeerde de markt te domineren met zijn prenten en olieverfschilderijen. Tegelijk hadden ze ontzag voor de originaliteit en de kwaliteit van wat hij creëerde.”

Turner and the Masters in Tate Britain loopt tot 31 januari 2010. Daarna gaat de expositie naar Parijs en Madrid.