Heldenverhalen

De eerste naoorlogse president-directeur van de Nederlandse Spoorwegen, dr. ir. Willem Hupkes (1880-1965), zag zichzelf graag als dé organisator van de roemruchte Spoorwegstaking van 1944-45. Toen hij in 1946 van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie het verzoek kreeg om mee te werken aan een geschiedwerk over deze grootse verzetsdaad, hoefde hij dan ook niet lang na te denken. Natuurlijk wilde hij met liefde zijn persoonlijke archief beschikbaar stellen en de auteur, historicus A.J.C. Rüter, openhartig over zijn ervaringen als directielid tijdens de staking vertellen. Hij zorgde er zelfs voor dat de NS het onderzoek zouden financieren.

Rüter ging voortvarend aan de slag. Maar om tot een weloverwogen oordeel over de Spoorwegstaking te komen, kon hij de voorgeschiedenis van de NS in de eerste oorlogsjaren niet weglaten. Die was minder heldhaftig: de NS hadden immers aanvankelijk loyaal samengewerkt met de Duitse bezetter en alle treinen – mét Joden naar concentratiekampen – keurig op tijd laten rijden.

Toen Rüter zijn manuscript afhad, was de enthousiaste stemming van Hupkes omgeslagen. De historicus had volgens hem geen heldenverhaal, maar een ‘scheef getrokken en onjuist beeld’ geschetst. Als Rüter niet een dik pak wijzigingsvoorstellen verwerkte, zou Hupkes – de financier! – weigeren het manuscript te publiceren. Maar Rüter liet zich niet voor het NS-treintje spannen; bovendien bezat hij het auteursrecht. Een jarenlang conflict was het gevolg. Uiteindelijk moest zelfs de staatssecretaris eraan te pas komen, die besloot dat de historicus niet kon worden gebonden aan het oordeel van de personen over wie hij schreef. Zo werd in 1960 – veertien jaar na de opdrachtverlening – Rüters boek Rijden en Staken eindelijk ongewijzigd gepubliceerd.

Afgelopen week diende in Den Haag een kort geding. Historicus Marcel Metze was door directeur-generaal Bert Keijts van Rijkswaterstaat aangesteld om een openhartig boek te schrijven over een grootschalige reorganisatie bij deze rijksdienst. Maar toen Metze zijn manuscript afhad, vond de opdrachtgever – die in 2008 vanwege zijn leiding aan het reorganisatieproces was uitgeroepen tot Overheidsmanager van het Jaar – dat het ‘geenszins de leerzame of prikkelende beschrijving is geworden als was afgesproken’. Rijkswaterstaat probeert nu uit alle macht openbaarmaking tegen te houden, Metze wil uiteraard publiceren.

Geschiedschrijving in opdracht van een overheidsinstelling – begin er niet aan.

    • Jaap Cohen