Gehandicapte hoort niet in normale klas

Bij basisscholen ontbreekt de kennis en ruimte om zorgleerlingen goed op te vangen, waardoor iedereen slechter af is. Maar de staatssecretaris wil het niet zien, betoogt Jeanet Meijs.

Staatssecretaris Dijksma (Onderwijs, PvdA) schreef vorige maand in een brief aan de Kamer dat het kind weer centraal komt te staan bij het onderwijs aan zorgleerlingen, dat de scholen de zeggenschap over het geld krijgen, dat de bureaucratie verdwijnt en dat het speciaal onderwijs verbeterd wordt.

Dat is heel fijn voor de scholen. Wat ze in die brief niet schrijft, is dat het departement van Onderwijs hard op weg is om een ingrijpende vernieuwing voor het basisonderwijs door te voeren. De vernieuwing, Passend Onderwijs geheten, komt in de plaats van het project Weer samen naar school dat in 1995 is ingevoerd en dat volledig is mislukt.

Met Weer samen naar school, waarbij moeilijke leerlingen rugzakjes met geld kregen, wilde de toenmalige staatssecretaris Wallage (PvdA) de groei van het speciaal onderwijs terugdringen. Maar dat bleek een illusie. Het aantal zorgleerlingen is anno 2009 meer dan verdubbeld en groeit nog steeds.

Het nieuwe plan, dat volgens de staatssecretaris „van onderop” zal worden ingevoerd, behelst het volgende. In januari 2011 zouden „kinderen met een beperking” zoveel mogelijk in het reguliere onderwijs moeten worden opgenomen. Deze milde variant heet Passend Onderwijs.

Er is ook een project Passend Onderwijs Inclusief en dat betekent dat de kinderen ongeacht de ernst van hun handicap – dus ook geestelijk gehandicapte kinderen – in het reguliere basisonderwijs moeten worden opgevangen. Bij het ministerie van Onderwijs heet onderwijs van geestelijke gehandicapte kinderen in een normale basisschool ‘passend’.

Bijna geen enkele school wil vrijwillig experimenteren met ‘Inclusief’, maar omdat er veel subsidie naar die scholen gaat, zijn er toch enkele pilot-scholen met ‘Inclusief’ bezig.

De Evaluatie- en Adviescommissie Passend Onderwijs (ECPO), door het ministerie ingesteld, concludeert dat Passend Onderwijs op het ogenblik vooral een zaak is van beleidsmakers, bestuurders, managers en door deze gremia ingehuurde adviseurs. Wanneer er wordt gesproken over de leraren is dat vooral in de termen van de leraar als „probleem”. De betrokkenheid van leerkrachten in de vorm van medezeggenschap komt nergens aan de orde.

De ECPO adviseerde in juni 2009 dat het niet verstandig is om in 2011 te starten met wetgeving rondom de regionale netwerken. Ook de onderwijsinspectie heeft in het Onderwijsverslag kanttekeningen geplaatst bij Passend Onderwijs.

Verder zegt de Evaluatiecommissie dat de commissie-Dijsselbloem in haar rapport een toetsingskader heeft vastgesteld voor toekomstige onderwijsvernieuwingen. Volgens Kamerlid Dijsselbloem (PvdA) mogen onderwijsvernieuwingen pas worden doorgevoerd als er voldoende draagvlak voor bestaat. Daarnaast mogen geen veranderingen worden doorgevoerd waarvan de effectiviteit niet is aangetoond in deugdelijk onderzoek.

Dit is een van de redenen waarom het plan door de staatssecretaris voorlopig in de ijskast is gezet. De streefdatum 1 januari 2011 gaat niet lukken. Nu wordt gemikt op 1 januari 2012. De experimenten gaan overigens gewoon door.

Uit een recent onderzoek van de SP is gebleken dat 77 procent van de onderwijzers het grote aantal zorgleerlingen als een bedreiging voor het onderwijs ziet.

Waarom wil de staatssecretaris zo’n bizar plan – waarbij de belangrijkste partij, de leerkrachten, niet betrokken worden – er zo snel mogelijk doorheen jassen? De voornaamste reden is dat het aantal ‘rugzakjes’ en het speciaal onderwijs te groot worden en dus te duur. Een zorgleerling kost 3.033 euro per jaar. Uiteindelijk is het de bedoeling dat het speciaal onderwijs wordt afgeschaft, zo werd mij meegedeeld op een voorlichtingsavond in Amsterdam.

Hoezo aanpak ‘van onderop’ als leerkrachten er niet bij worden betrokken? Kennelijk ziet de staatssecretaris de schoolbesturen en raden als ‘onderop’. Maar erger is nog dat leerkrachten ook monddood worden gemaakt als zij kritiek durven te uiten door hen te vragen of het geen tijd wordt om naar een andere baan uit te kijken. Hoe ik dat weet? Door de vele mails die ik uit het hele land van machteloze leerkrachten krijg. Op het forum van Beter Onderwijs Nederland laten zij zich horen onder een schuilnaam.

Op de basisschool moeten niet nog meer gehandicapte en moeilijk opvoedbare kinderen komen. Men heeft er eenvoudig de kennis en de ruimte niet voor. Toch willen de meeste schoolbesturen en raden dit. Ze krijgen er veel geld voor.

Onlangs verscheen het rapport van de Koninklijke Academie van Wetenschappen (KNAW) waarin wordt vastgesteld dat het zorgelijk gesteld is met het rekenonderwijs. Aanbeveling 6.1 van dit rapport pleit ervoor om kinderen tijdens de rekenles minder zelfstandig te laten werken en maar meer sturing van de docent te geven. Een docent die het, volgens hetzelfde rapport, nu al moeilijk aankan.

Hoe valt deze conclusie te rijmen met het idee achter Passend Onderwijs dat juist uitgaat van zelfstandig werkende leerlingen waardoor de leerkracht tijd zou hebben om kinderen met een probleem te begeleiden? En wat de KNAW over rekenen zegt, kan ook voor taal en de zaakvakken worden gesteld.

Passend Onderwijs is een rampzalig plan. Niet alleen voor de basisschool, maar ook voor de zorgleerlingen zelf die de komende jaren het slachtoffer worden van een noodlottig experiment.

Stop ermee, voordat dit project het zoveelste spoor van vernieling door het onderwijs trekt in het kader van de onderwijsvernieuwingen.

Jeanet Meijs was dertig jaar werkzaam in het basisonderwijs. Zij is bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland.

    • Jeanet Meijs