Film noir speelt subtiel met realiteit

Tentoonstelling Suspect, met Rossella Biscotti, Keren Cytter en Jesper Just. T/m 10/1 in De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg. Di-zo 11-17uur. Inl: www.depont.nl***

Het was een goed idee van de samenstellers van Suspect in De Pont in Tilburg om een tentoonstelling te maken met moderne, artistieke films noirs. Dat genre, vooral bekend van klassiekers als The Maltese Falcon (1941) en Double Indemnity (1944), gaat namelijk terug op de jaren dertig, toen de wereld er, net als nu, bepaald niet rustig en kabbelend bij lag. De realiteit was hard en mensen wilden eruit weg. Daarin voorzagen deze meestal zwart-witte films waarin de mannen gangster of detective waren en de vrouwen verleidelijk en niet te vertrouwen. Een leven was weinig waard – maar spannend, opwindend was het ook. Zo speelden de films met de grens tussen realisme en romantiek, tussen escapisme en de wereld van alledag.

En inderdaad: op dit moment duiken er weer allerlei films op die naar dit fenomeen verwijzen. In de bioscoop zijn dat vooral ‘neo noirs’ als Sin City en Public Enemies.

Op de expositie Suspect worden werken getoond van de kunstenaars Rossella Biscotti, Keren Cytter en Jesper Just. Dat is een veelbelovende bill. Biscotti is de laatste jaren veel geprezen, Cytter maakte een van de beste werken van de Biënnale van Venetië en Just timmert al enige jaren aan de weg met films waarin schoonheid en verwarring elkaar mooi opstuwen.

Toch blijkt er een nadeel aan die thematische verbinding te zitten: het keurslijf van de film noir, met veel schaduwen en sterk contrasterend zwart-wit, is strakker dan gedacht. Dat merk je het minste in Rossella Biscotti’s The undercover man, waarin de kunstenares Joseph Pistone, voormalig geheimagent voor de FBI bij de maffia, ondervraagt over zijn verleden. Pistone’s leven werd al eens verfilmd in Donnie Brasco en nu werpt Biscotti hem terug in de jaren dertig: sombere shots vanuit kikkerperspectief, zware lampen en traag draaiende bandrecorders. Dat werkt goed, en dat wordt nog versterkt door de subtiele gelaagdheid van het geheel: we kijken tenslotte naar een man die in zijn leven al acteerde (als undercover) en wiens acterende leven vervolgens werd verfilmd. Nu vertelt hij dus ‘de waarheid’ – maar die raakt, door Biscotti’s vorm en Pistone’s geschiedenis, vanzelfsprekend alleen maar verder uit zicht.

Waar Biscotti de film noir vooral gebruikt voor een subtiel spel met de realiteit, glipt die bij Just en Cytter uit de vingers – of misschien hoort hun werk simpelweg niet op deze tentoonstelling thuis. Cytters ultrakorte film (vier minuten) over een man die verdwijnt in het boek dat hij leest, is te kortademig om de spanning op te roepen die het genre nodig heeft. En het iets langere werk van Jesper Just over twee vrouwen en een man die in een salon op omfloerste wijze om elkaar heen draaien, mist de hardheid en de spanning van de film noir. Zo is Suspect vooral een spijtige, maar wijze les: hoe mooi de parallellen tussen genres en vormen soms ook lijken, goede kunst laat zich zelden ongestraft door de tijd verplaatsen.

    • Hans den Hartog Jager