... en Uruzgan

Het beroep dat president Obama op zijn bondgenoten heeft gedaan om meer troepen naar Afghanistan te sturen, impliceert toenemende druk op Nederland om zich nog niet terug te trekken uit de provincie Uruzgan. Hier is het „weegmoment” waarover premier Balkenende eerder sprak.

De Nederlandse regering heeft eerder dit jaar bij monde van minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) de indruk gewekt niet geheel afwijzend te staan tegenover een tweede verlenging van de missie in Uruzgan. Hoe voorzichtig geformuleerd ook, hij sneed zich ermee in de eigen vingers. NAVO-partners die zich tot nu toe in Afghanistan meer of minder riskante inspanningen hebben getroost, werden er zeker niet door gestimuleerd om de Nederlanders af te lossen.

De woorden van Verhagen kwamen hem bovendien op gekibbel in het kabinet te staan én op een motie van de Tweede Kamer, notabene van de regeringsfracties ChristenUnie en PvdA. „Het kabinet dient vast te houden aan het eerder genomen besluit om alle Nederlandse militairen terug te trekken uit Uruzgan voor 1 december 2010”, zei de motie, die de steun kreeg van SP, VVD, GroenLinks, PVV, PvdD en het lid Verdonk. Ook is in de motie vastgelegd dat Nederland na 2010 geen nieuwe missie in Uruzgan op zich zal nemen.

Dat zijn politieke feiten, zij het dat de regering nog niet formeel heeft laten weten of zij de motie uitvoert. Maar het lijkt erop dat minister Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) dat vandaag wel doet in een interview in het Nederlands Dagblad. Hij zegt: „De missie eindigt in augustus. Ik heb daar nu wat beter zicht op: alle mannen en vrouwen van de Task Force Uruzgan zijn waarschijnlijk al in september thuis.” Dat is heldere taal, al is het inzake Afghanistan altijd afwachten of een minister wel namens het kabinet spreekt.

Toch zullen kabinet en parlement een verzoek van de Amerikaanse president niet kunnen negeren. En al zijn de Nederlandse activiteiten in Afghanistan lang niet tot Uruzgan beperkt, de positie van Nederland als leidende natie in deze zuidelijke provincie zal het hoofdpunt zijn. Politiek gesproken kan van zo’n leidende rol geen sprake meer zijn, waarmee tevens een zwakte binnen de NAVO zichtbaar wordt. Noch bij het eerste besluit om tijdelijk Nederlandse troepen naar Uruzgan te sturen, noch bij het besluit om de missie tijdelijk te verlengen, was er zicht op een partner die de Nederlandse rol vervolgens zou overnemen.

Hét argument om de Nederlandse aanwezigheid in Uruzgan te verlengen, zal zijn dat het zonde is om de opgebouwde expertise verloren te laten gaan en dat ook de non-gouvernementele hulporganisaties dan wellicht weggaan. Maar dat argument was al bekend en anders te voorzien op het moment dat Nederland besloot deel te nemen aan de internationale troepenmacht. Ongeldig is het niet.

Het ligt daarom voor de hand dat Nederland komend jaar zijn leidende rol in Uruzgan neerlegt, maar wel met handhaving van een kleine eenheid die kan bijdragen aan de continuïteit van de daar gevoerde strategie.