Een volmaakte Gluck van Pierre Audi

DE MUNT / LA MONNAIE IPHIGƒNIE EN TAURIDE Premiere: 01.12.2009 Muzikale leiding/Direction musicale: Christophe Rousset / Piers Maxim Regie/Mis en scne: Pierre Audi Decor, DŽcors: Michael Simon Costumes / Kostuums: Anna Eiermann Photo shows: N.Michael, H.Kearns, T.Taguchi, A.F.Inizian, C.Merckx Abdruck nur gegen Beleg und Honorar

Opera Iphigénie en Aulide/ Iphigénie en Tauride van C.W. von Gluck door de Munt, Brussel. Decors: Michael Simon; kostuums: Anna Eiermann; regie: Pierre Audi. Gezien: 1/12 Muntschouwburg Brussel. T/m 20/12. Res.: www.demunt.be

Hoewel niets vanzelfsprekender lijkt dan het achter elkaar spelen van Glucks opera’s Iphigénie en Aulide (1774) en Iphigénie en Tauride (1779) is dat nu bij de Brusselse Munt een echt opera-evenement in de indringende enscenering van Pierre Audi. Een dubbelvoorstelling van deze opera’s, die spelen vóór en na de Trojaanse oorlog is een grote zeldzaamheid. De twee Iphigénie’s worden in september 2011 herhaald in Amsterdam.

Voor de voorstellingen is de Brusselse Muntschouwburg verbouwd als een soort Grieks amfitheater met het publiek rondom de scène. Boven de orkestbak staat een podium. Achter op het toneel staat een tribune met publiek, het koor zit daartussen. Trappen leiden naar de hoge loges links en rechts, de uitvalsbases voor het noodlottige spel der goden.

In Iphigénie en Aulide is de barbaarsheid van de goden, die elkaar tijdens de Trojaanse oorlog bestrijden, voor het eerst goed zichtbaar. De godin Diana is beledigd omdat de Griekse legeraanvoerder Agamemnon een hert heeft gedood in de aan haar gewijde bossen.

Door windstilte in Aulis kan de vloot niet naar Troje varen. Diana eist dat eerst Agamemnons dochter Iphigénie wordt geofferd. Met het mes op de keel is Agamenon daartoe bereid, maar dan wordt Iphigénie ‘gered’ door Diana die zich uiteindelijk laat vermurwen.

Iphigénie komt als priesteres terecht in Taurus, waar ze voor hetzelfde dilemma wordt geplaatst als haar vader. In opdracht van de barbaarse tiran Thoas moet Iphigénie één van zijn twee gevangenen doden: haar broer Orestes of diens hartsvriend Pylades. Als Orestes dreigt te worden gedood, grijpt Diana opnieuw in. De wraakzucht van de bloeddorstige goden is ten einde.

Pierre Audi ensceneert de beide opera’s in de sobere en intense stijl van zijn Monteverdi-voorstellingen bij de Nederlandse Opera. De eigentijdse kostuums betekenen geen actualisering. De twee opera’s zijn nieuwe hoogtepunten in Audi’s oeuvre. Ontdaan van alle overbodigs tonen ze alleen nog de kern van het drama. De toch al zo heftige opera’s van de operahervormer Gluck, die afzag van muzikale opschik en loze esthetiek, zijn ingekort en daardoor nog geconcentreerder in hun heftige dramatiek, wanhopige uitbarstingen en woedende expressie.

De ‘authentieke’ dirigent Christophe Rousset, leidt het ‘moderne’ orkest van de Munt in muzikale en vocale uitvoeringen die maximaal recht doen aan Gluck. Hij was de speelse barok ver voorbij en manifesteert zich hier in Sturm und Drang met orkaankracht. De twee krachtig zingende vocale casts zorgen voor voortreffelijk bezette rollen, zoals de twee Iphigénie’s (Véronique Gens en Nadja Michael), Klytemnestra (Charlotte Hellekant), Agememnon (Andrew Schroeder), Achilles (Avi Klemberg), Orestes (Stephane Degout) en Pylades (Topi Lehtipuu).

De schokkende gebeurtenissen in deze opera’s zijn ‘slechts’ voetnoten in de rampzalige geschiedenis van het geslacht van Atreus. Agamemnon wordt na de Trojaanse oorlog vermoord door zijn vrouw Klytemnestra. En zij wordt weer vermoord door haar zoon Orestes.

De kracht van de dubbelvoorstelling ligt in Audi’s spiegeling van beide stukken. Autoritaire boosdoeners als Agamemnon en Thoas zijn beiden generaals van het junta-type. Iphigénie treedt in de voetsporen van haar vader en is bereid haar broer te offeren. Aan het ongemakkelijke slot maakt die zich dan ook uit de voeten.

In Iphigénie en Tauride, de beste van de twee opera’s en hier volmaakt uitgevoerd, krijgt de dubbelvoorstelling ontzagwekkende diepte en kracht. Dan is het de vraag of de goden onmenselijk of de mensen onmenselijk zijn. Uiteindelijk is het geen vraag: net als goden zijn mensen onmenselijk.