Een professor in sport

Pieter van den Hoogenband is ‘afgestudeerd’ in de sport en wil les gaan geven.

De oud-zwemmer hoopt dat ook andere ex-topsporters zijn voorbeeld zullen volgen.

27-11-2009 ZWEMMEN: SWIM CUP EINDHOVEN: EINDHOVEN Job Kienhuis wint de 1500m en word gefeliciteerd door Pieter van de Hoogenband Foto: Sander Chamid Foto: Sander Chamid

Een goed stel, dat vorige week bijeen was in het voormalig technologiemuseum Evoluon in Eindhoven. Met kampioenen als Mark Huizinga, Bas van de Goor, Stephan Veen, Rens Blom, Marleen Veldhuis, Trinko Keen, Guus Vogels, Geert Hammink, Minke Booij, Inge Dekker en Carol Thate, maar ook met (oud-)coaches als Joop Alberda, Maurits Hendriks, Marcel Wouda of Jacco Verhaeren was veel sportkennis verzameld. Deskundigheid die gastheer Pieter van den Hoogenband niet verloren wil laten gaan. De oud-zwemmer had zijn sportvrienden uitgenodigd voor de presentatie van Topsport Community, een netwerk waarvoor Van den Hoogenband als manager zijn ‘soulmates’ hoopt te kunnen inschakelen. „Want dit plan kan de Nederlandse sport, en ook het bedrijfsleven een impuls geven.”

Het klinkt wat mysterieus, Topsport Community. Maar Van den Hoogenband heeft er heldere ideeën over. Samengevat komt het er op neer met kennis en ervaring uit de topsport jonge sporters te begeleiden, organisaties te adviseren of bedrijven te inspireren. De meervoudige olympisch kampioen spreekt zelf van een warenhuis waarin kennis van grote kampioenen is verzameld en waarin geshopt kan worden.

Over zijn beweegredenen zegt de oud-zwemmer: „Ik heb altijd wat met mijn kennis willen doen. In alle bescheidenheid, maar ik ben wel ‘afgestudeerd’ in sport. Misschien ben ik wel hoogleraar. Of professor. Voor een toepassing van mijn ideeën heb ik gezocht naar een organisatie waarin ik me happy voel, maar vooral knowhow kan uitdragen. Ik hoop dat andere oud-sporters meedoen. Uit de aanwezigheid van velen bij de presentatie mag ik concluderen dat het met die ambitie wel goed zit. Het is wel mijn generatie die bij de Spelen in Sydney deel uitmaakte van het succesvolste olympische team ooit. Ik vind dat daarmee meer gedaan moet worden dan tot nu toe gebeurd is.”

Kan iedereen bij Van den Hoogenband aankloppen? Tot op zekere hoogte, want hij verlangt wel een bepaald niveau. „Ik richt me op de top van de sport, het bedrijfsleven en de wetenschap. Die sectoren wil ik bij elkaar brengen. Onlangs heb ik bijvoorbeeld de zwemcoaches Verhaeren en Wouda in contact gebracht met Philips Research. Daaruit is het idee ontstaan een apparaat te ontwikkelen waarmee je tijdens trainingen van afstand de hartslag kunt meten.”

Maar er zijn volgens Van den Hoogenband ook dwarsverbanden met het bedrijfsleven te leggen. Vol vuur: „Als geen ander kan ik managers leren pieken. Die gasten willen acht uur per dag top zijn. Maar alle basisregels over de verhouding arbeid-rust, die wij in de sport zo nadrukkelijk in acht nemen, lappen zij aan hun laars. Ze doen maar wat. Tot ze crashen. Even naar de dokter en hup, weer door. Ik kan ervoor zorgen dat die mensen fitter worden, efficiënter met hun tijd omgaan en uiteindelijk beter werk leveren.”

De Topsport Community voldoet aan Van den Hoogenbands wens zijn kennis beschikbaar te stellen voor hogere doelen. Hij ziet dat als zijn morele plicht, maar ook als alternatief voor „thuis op de bank zitten en me kapot vervelen”. Maar pas nadat hij in contact was gekomen met Ferdi van Dommelen, oprichter van het Arnhemse dienstverleningsbedrijf Eiffel, kreeg zijn toekomstbeeld vorm. Van den Hoogenband: „Na diverse gesprekken bleken zijn visie op sport en de mijne op het bedrijfsleven veel overeenkomsten te vertonen. En onze gesprekken inspireerden me dusdanig, dat ik besloot manager van de Topsport Community te worden.”

Eindelijk vond Van den Hoogenband het inspirerende alternatief voor zijn zwemcarrière. En eindelijk ziet hij kans nieuwe talenten naar zijn inzichten wegwijs te maken in de topsport. Zijn stelregel: zorg voor structuur. „Ik had een eigen onderneming met maar één doel: zo hard mogelijk zwemmen. Voortdurend scheidde ik hoofd- van bijzaken. Bij elke stap die ik maakte vroeg ik me af: ga ik hier wel of niet harder van zwemmen? En gaandeweg kwamen de successen. Mede dankzij een team van specialisten, van wie ik vond dat die top moesten zijn. Toen ik ook sponsor werd van mijn eigen zwemteam, creëerde ik onafhankelijkheid, waardoor ik mijn eigen gang kon gaan. En ik leerde improviseren. Moest ook wel, want in het kleine Nederland leggen we het altijd af tegen de grote getallen. Door mijn manier van werken, was ik mijn concurrenten steeds een stap voor. Mede om die reden heb ik het zo lang volgehouden. En dat geldt ook voor Mark Huizinga, Inge de Bruijn, Anky van Grunsven en Leontien van Moorsel. We hadden ieder ons eigen bv’tje. Want je denkt toch zeker niet dat die successen zijn voortgekomen uit het beleid van sportbesturen?”

Zo verliep de overgang van de topsport naar het doorsnee leven bij Van den Hoogenband organisch. Vol overtuiging: „Omdat ik mijn carrière zo strak in eigen hand had. Ik heb altijd met veel plezier gezwommen – vooral omdat de Spelen me zo sterk bezighielden – maar ik kon gelukkig zelf het moment bepalen waarop ik stopte. Pas na mijn afscheid ben ik gaan nadenken hoe het verder moest met mijn leven. Ik heb een prachtige tijd gehad, maar mis het zwemmen niet.”

Van den Hoogenband zou geschikt zijn als sportbestuurder, werd ruim voor zijn afscheid geopperd. En hij sprak die woorden nooit tegen. Maar tot op heden bezet hij alleen het pluche van de Swim Cup, waarbij hij afgelopen weekeinde als toernooidirecteur debuteerde. Hoe staat het met zijn ambities? Wil hij nog steeds een sportorganisatie dienen, zoals een internationale sportbond, NOC*NSF of zelfs het Internationaal Olympisch Comité, waar derden hem weleens mee in verband brachten? Je zou Van den Hoogenbands aspiraties een sluimerend verlangen kunnen noemen. „Ik merk dat mijn naam vaak wordt genoemd als het gaat om sporters die internationaal tot de verbeelding spreken. Ik ben ook bereid sportbestuurder te worden, maar dan met de juiste mensen om me heen, die me adviseren en opleiden. Wie? Van het IOC bijvoorbeeld Hein Verbruggen. Of kroonprins Willem-Alexander.”