Een korte geschiedenis van het hijgen

Hijgers heb je in alle soorten. Voorop natuurlijk de vieze mannen die door de telefoon seksueel opgewonden raken van de stem van bijvoorbeeld een buurvrouw, en als zij iets zeg, hijgt hij terug. ‘Vr. hijgster’ heeft Van Dale volledigheidshalve nog achter het lemma laten afdrukken. Die zijn er dus blijkbaar ook. Door zo eentje zou ik voor de aardigheid wel eens gebeld willen worden. Zouden vieze mannen als zodanig nog vaak voorkomen? Of kan hij zijn hobby’s allemaal kwijt op de pornosectie van internet? Dat zou dan wéér iets zijn dat we aan het moderne leven zijn kwijtgeraakt.

Een andere soort is de omroephijger. Dan bedoel ik niet zozeer een presentator die kort en hoorbaar ademhaalt, zoals we van Martin Ros gewend waren en zoals Marga van Praag het voor de zender Het Gesprek nog een poosje wil blijven dóórdoen – ik heb mensen op het oog die met alles wat ze in zich voelen, hun ziel, hun zaligheid, hun lijf en hun leden, liefst vierentwintig uur per etmaal onafgebroken zichtbaar willen zijn op 98-cm-flatscreen-tv’s in iets te kleine huiskamers.

Dan praten we over zulke uiteenlopende types als Maarten van Rossem, Antoine Bodar, Viola Holt, Willibrord Frequin, Nelleke Noordervliet, Martin Simek en de Rijdende Rechter. Sommigen van hen hebben zich expres helemaal tot professional laten omscholen om hun ideaal zo dicht mogelijk te benaderen. Anderen zijn meer amateurs, zij het met dezelfde belustheid. Het verschil met overige hijgers zit ‘m in het feit dat je ze niet herkent aan de ademhaling, maar aan hun blik. Het zijn blikhijgers. Het prototype van de blikhijger heb ik altijd Jort Kelder gevonden, aan wie je het ook meteen kunt zien. Als Jort Kelder op televisie met iemand praat zie je zijn linkeroog (soms ook z’n rechter) van de gesprekspartner wegzwemmen naar een verte waarvan u en ik de afstand en de omvang alleen maar kunnen vermoeden; ik denk dat hij daar miljoenen, zo niet miljarden bewonderaars opeengepakt ziet staan.

Interessant is natuurlijk ook de journalistieke hijger. Van de week zag ik op de voorpagina van de Volkskrant een stuk staan onder de kop ‘Bernhard genoemd als onderkoning Indonesië’, dus je begrijpt: daar gaat het hart van de abonnee sneller van kloppen, wat ook het oogmerk van de hijger (Remco Meijer) moet zijn geweest. Maar al in de tweede alinea van zijn primeur gaf hij toe dat het allemaal oud nieuws was, al veel eerder als een gerucht gebracht door grote geleerden als Fasseur (over Juul en Benno), Hans Daalder (over Drees) en Wim Weenink (over Wim Beyen)., zonder dat er ooit een spoor van bewijs was gevonden. Waarom schrijft NRC Handelsblad er dan gisteravond – ook op de voorpagina – kwasi-deftig toch ook nog weer over? Hijgen is besmettelijk.

Het nieuwe ‘onthullende’ boek over de prins die behalve stadhouder van Nederland, in 1950 ook nog onderkoning van Indië had willen worden, werd half geschreven door de luie historicus Harry Veenendaal (41), die bijna acht jaar de geheime dagboeken van kamerheer Gerrie Maasdijk op z’n nachtkastje had liggen, en ze nog steeds niet uit had. Godzijdank kwam hij Jort Kelder tegen (van die blik) en die wist er journalistiek weg mee: ZKH ligt in de winkel.

Zouden we Matthijs van Nieuwkerk de grootste hijger van allemaal mogen noemen? Van mij wel. Hij nodigde Harry en Jort aan zijn tafel – het oog van Jort zocht boven de studio weer alle verten af, en Matthijs (gesecondeerd door Yvon Jaspers (is zij de enige hijgster van Nederland?) kwam wéér een keer niet bij van z’n emotionele incontinentie.

Zo hijgt Nederland kalmpjes van het een na het ander,

(PS. Nou vergat ik verdorie bijna Gerard Aalders – onze wetenschappelijke hijger!)

Jan Blokker