Brieven over Radio 4

Er is maar één Radio 4, afblijven dus!

1Op de opiniepagina van 23 november breekt Bas van Putten – met treffende illustratie van Cyprian Koscielniak – een lans voor de mooiste uitvoeringen van klassieke muziek gepresenteerd door mensen die er iets van afweten op Radio 4. Tegen de terreur van populistische deejays, laagdrempelige insteken en de ons-kent-ons plakstem van Maartje van Weegen. Ik ben het heel erg met hem eens.

Marion de Koning

Amsterdam

Volgens het artikel van Bas van Putten vinden de regelaars in Hilversum dat op Radio 4 wat lichtere programma’s moeten komen. Dat kan niet waar zijn. Geen enkele luisteraar van deze zender zit daar op te wachten. Sterker nog, de luisteraars zullen moeten uitwijken naar Klara of BBC3 om verschoond te blijven van gebabbel en nieuwsfeitjes. Elke dag opnieuw begint mijn dag met Vroeg op 4 en ik wil dat graag zo houden. Er is maar één Radio 4, dus afblijven.

Willemien den Hollander-Tuk

Huizen (NH)

Het pleidooi van Bas van Putten tegen het populariseren van de klassieke Radio 4 is mij uit het hart gegrepen. Bij het ruime aanbod van populaire en luidruchtige radiozenders is Radio 4 een plezierig rustpunt. Mogelijk met een klein marktaandeel, maar wel met een belangrijk aantal trouwe luisteraars. Maar zoals altijd zijn er krachten die hebben vastgesteld dat de zender doelgroepverbredend en drempelverlagend moet zijn. Lichtere muziek moet jong volk trekken, waarbij de hulp wordt ingeroepen van Annette van Trigt, die nooit blijk heeft gegeven van een voorkeur voor klassieke muziek. Wat is dat toch tegenwoordig, die neiging tot afbraak van zaken die goed gaan. Laat alstublieft Radio 4 met rust, de vijand van het goede is het betere.

Joop Visscher

Leeuwarden

De verontwaardiging van Bas van Putten is mij uit het hart gegrepen. Radio 4 biedt mijns inziens het enig behoorlijke wat – behalve cd’s – autorijden draaglijk en rustig maakt.

F.D. Wirtz

Zeist

De culturele elite is voor iedereen toegankelijk

De kern van het artikel van Bas van Putten onderschrijf ik van harte. Waar hij schrijft dat Radio 4 er is voor „de hoogopgeleide autochtone muziekliefhebbers” moet ik echter bezwaar maken: het mooie van de culturele elite is juist dat die voor iedereen toegankelijk is, ongeacht financiële of maatschappelijke positie, afkomst of diploma’s. Het zou jammer zijn wanneer Van Puttens artikel vanwege deze misser op tegenstand zou stuiten die het verder niet verdient, zijn woede is mij uit het hart gegrepen.

JanWillem van der Ham

Zaandam

Bas van Putten en zijn naïeve boosheid

Bas van Puttens opiniestuk is een tragisch voorbeeld van het wij-zij-denken in onze cultuur. Dat wij mensen dat klaarblijkelijk aantrekkelijk vinden, tot daaraan toe. Maar begrippen als ‘toptokkies’ afzetten tegen ‘gestudeerde mensen’ is nergens voor nodig. In eerste instantie dacht ik: wat een aardig vormgegeven journalistiek stuk dat de toon van de (populaire) media overneemt om een punt te maken, zoals ‘drempelverlagers’, ‘doelgroepverbreders’, ‘de populistentrein’ of ‘elitetokkies’. Maar even daarna gaat deze toon over in zinsnedes als ‘hoogopgeleide autochtone muziekliefhebbers’ (HAM’s) en heimwee naar de tijd waarin je „de amateur een doodschop [kon] geven”. Deze schrijver, in zijn naïeve boosheid, spreekt een sentiment aan waar ik, als deel van de genoemde (doel)groep van HAM’s, niet in mee wens te gaan. Wel begrijp ik Van Puttens lobby voor een kwaliteitszender voor klassieke muziek; een programmering waar niet zomaar Bach of Beethoven wordt gedraaid, maar juist een zorgvuldig uitkozen en soms zelfs aangeprezen uitvoering. Daar sta ik helemaal achter. Maar zelfs voor HAM’s zou het advies in het luisteren moeten zijn: niet minder, maar meer. En vooral gevarieerder en diverser.

Henkjan Honing

Universiteit van Amsterdam, Auteur van Iedereen is muzikaal

Wat een gezamenlijk chagrijn over Radio 4

Over de programmering en de presentatie van Radio 4 tekent zich al enige tijd een gezamenlijk chagrijn af bij bepaalde auteurs. In weerwil van wat ze beweren is het aantal luisteraars de laatste jaren juist toegenomen. Wat er op Radio 4 te horen valt, zou minder de moeite waard zijn, maar als trouw luisteraar ben ik dat niet met ze eens. Wie de programmering ook doorneemt, kan weinig anders concluderen dan dat de inhoud, als het om de uitgezonden muziek gaat, niet tot nauwelijks is aangepast. Veranderingen zijn er vooral in de wijze waarop de inhoud wordt aangeboden. De auteurs hebben ook veel kritiek op de presentatie en met name op de presentatoren die niet uit de eigen kring van muziekdeskundigen komen, zoals de onvolprezen Maartje van Weegen, die dagelijks succesvol de brug slaat tussen repertoire en luisteraar. Alsof je musicoloog of uitvoerend musicus moet zijn om op de zender het woord te mogen voeren. Moeten een interviewer als Paul Witteman en een romancier als Maarten ’t Hart straks ook hun mond houden over Bach?

De kritiek op de komst van een nieuwe presentator als Annette van Trigt, zonder dat zij nog maar één woord op de zender heeft gesproken, heeft iets geborneerds: weer een vreemdeling in het Jeruzalem van onze muziek. Zijn nieuwe luisteraars straks ook niet meer gewenst?

T. van Brussel

Baarn