Bernhard wilde staatsgreep

Jort Kelder en Harry Veenendaal lazen de bronnen die Cees Fasseur ook las.

Maar ze oordelen heel anders. Hoe kan dat? Hoe reconstrueer je het verleden?

Wilde prins Bernhard in 1950 nu een staatsgreep plegen in Indonesië, of niet? In het deze week gepresenteerde boek ZKH. Hoog spel aan het hof van Zijne Koninklijke Hoogheid beweren journalist Jort Kelder en historicus Harry Veenendaal van wel. Historicus Cees Fasseur kwam vorig jaar in Juliana en Bernhard. Het verhaal van een huwelijk tot de tegenovergestelde conclusie. Beide boeken maken gebruik van nagenoeg hetzelfde bronnenmateriaal: de dagboeken van secretaris van de hofhouding Gerrie van Maasdijk en rapporten van de marechaussee, die onderzoek deed naar de geruchten over een coup. Kelder en Veenendaal stellen dat Fasseur zaken „onder een dik paleistapijt” heeft geveegd. Fasseur op zijn beurt vindt dat het duo „geen enkel nieuw bewijs” heeft geleverd. Wie heeft er nu gelijk?

De vraag naar ‘de waarheid’ in dit dossier raakt aan het wezen van de geschiedschrijving. Hoe reconstrueer je aan de hand van de beschikbare bronnen ‘de werkelijkheid’ over het verleden?

Volgens geschiedfilosoof Frank Ankersmit uit Groningen is de beste historische theorie „de theorie die aan de meest uiteenlopende feiten de meeste samenhang kan geven”. Een goede theorie verklaart dus niet alleen de loop van een stukje geschiedenis, maar kan ook verbanden leggen met zaken die er aanvankelijk los van leken te staan. Ankersmit maakt wel een kanttekening: „Er zijn mensen die erin slagen heel veel samenhang te zien tussen zaken die absoluut niets met elkaar te maken hebben: die zijn paranoïde. Interpretaties van de geschiedenis die lijken op complottheorieën zijn meestal niet de beste interpretaties.”

Veenendaal vindt niet dat hij een complottheorie heeft ontvouwd. „De rapporten van de marechaussee die wij openbaar maken, laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Bernhard had iets te maken met de coup die kapitein Raymond Westerling voorbereidde. Dat er geen briefje is overgeleverd waarop de prins schrijft dat hij akkoord is met de staatsgreep en graag onderkoning wil worden, is onvoldoende reden hem vrij te pleiten. Het bewijs eromheen is overtuigend genoeg. Willem Holleeder kan toch ook veroordeeld worden voor het opdracht geven tot een liquidatie zonder dat er een gesprek is afgetapt waarin hij dat zegt?”

Fasseur blijft bij de conclusie die hij vorig jaar trok. „Ik heb alles nog eens bezien en vind dat er geen bewijs is voor de betrokkenheid van de prins.” Veenendaal: „Een ridicule conclusie. Fasseur functioneert als de advocaat van Bernhard.”

En wat is nu de waarheid? Veenendaal: „Er moet nog meer onderzoek gedaan worden. Maar op dit moment verklaart onze interpretatie de meeste feiten.”

    • Bart Funnekotter