Anti-reclame en knulligheden

De toekomst van de 26 waterschappen staat serieus op het spel. De Kamer was gisteren erg kritisch. „Ze hebben een gigantisch legitimiteitsprobleem.”

Een teleurstellend lage opkomst van 24 procent bij de verkiezingen van november 2008. Tien procent ongeldige stemmen en een mogelijke schending van het stemgeheim. En talloze klachten van boeren en inwoners over de fors gestegen tarieven afgelopen jaar.

De problemen hebben de 26 Nederlandse waterschappen er niet populairder op gemaakt bij de Kamerleden, bleek gisteravond in een debat over het waterschapsbestel. „Anti-reclame”, stelde VVD-Kamerlid Helma Neppérus. „Talloze knulligheden”, aldus Ad Koppejan (CDA).

Dat slechte imago komt de waterschappen slecht uit, nu ze onder grote druk staan. Het kabinet moet 35 miljard bezuinigen en daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de inrichting van het openbaar bestuur. Een Kamermeerderheid van PvdA, SP, GroenLinks, PVV, Partij voor de Dieren en TON (samen 77 zetels), wil de waterschappen schrappen. De taken – onder meer dijken en waterzuivering – zouden ondergebracht kunnen worden bij provincies. „Waterschappen hebben een gigantisch legitimiteitsprobleem”, zei Kees Vendrik (GroenLinks).

Formeel ging het debat gisteren over de lage opkomst bij de verkiezingen van 2008 en hoe de democratische legitimiteit kan worden versterkt. De opkomst bij verkiezingen is traditioneel laag. Staatssecretaris Tineke Huizinga (Verkeer en Waterstaat, CU) onderzoekt daarom een aantal alternatieven, zoals indirecte verkiezingen via de gemeenteraad of provincie, of het combineren van de waterschapsverkiezingen met gemeenteraadsverkiezingen. Voor de zomer van 2010 komt ze met een voorstel.

Huizinga wil, ongeacht de uitkomst van de kabinetsdiscussie over de waterschappen, snel maatregelen nemen. „We gaan niet alles een jaartje on hold zetten”. Als wordt besloten de waterschappen af te schaffen, is daar een grondwetswijziging voor nodig.

Huizinga: „Dat kan heel lang duren.” Ze wil alles op alles zetten om de volgende verkiezingen in 2012 probleemloos te laten verlopen. Huizinga zei gisteren opheldering te vragen bij de Unie van Waterschappen (UvW) over mogelijke schending van het stemgeheim bij de laatste verkiezingen. Volgens de stichting Wijvertrouwenstemcomputersniet.nl is de kluis waarin de computer ‘veilig’ was opgeborgen tijdens de verkiezingen geopend, omdat de computer crashte.

Boven het debat hing vooral de onzekere toekomst van de waterschappen. De UvW presenteerde begin november – in een poging de discussie een andere wending te geven – een plan om haar takenpakket juist fors uit te breiden, en tegelijkertijd honderden miljoenen te besparen. In dat plan worden watertaken van gemeenten en provincies overgeheveld naar de waterschappen. Zo blijven er twee waterbeheerders over: het Rijk en de waterschappen. Ook zouden waterschappen groter moeten worden om efficiënter te kunnen werken. Het aantal is de afgelopen decennia teruggelopen van 2.500 (in 1950), via 230 (1980) tot 26 nu.

Het plan van de UvW gaat echter ten koste van een andere bestuurlijke middenlaag, de provincie. Ook die vecht voor haar bestaansrecht. Begin dit jaar bleek uit een advies van de Raad voor de Financiële Verhoudingen (RFV) dat de financiële bijdrage van het Rijk aan provincies met bijna 600 miljoen euro omlaag kan, zo’n 10 procent van het bedrag dat provincies jaarlijks gezamenlijk uitgeven. Pikant detail: de RFV staat onder voorzitterschap van de Delflandse dijkgraaf Michiel van Haersma Buma. De reserves van provincies zijn het afgelopen decennium gestegen tot 4,77 miljard in 2007. Daarnaast verdienen diverse provincies fors aan de verkoop van grote nutsbedrijven.

VVD, CDA en CU staan vooralsnog achter de waterschappen, maar ze willen de bezuinigingsdiscussie afwachten voordat ze definitieve conclusies trekken. Alleen de SGP stelde zich onverkort op achter de waterschappen. „Ze moeten aan het werk kunnen zonder dat het zwaard van Damocles boven hun hoofd hangt”, aldus Kamerlid Bas van der Vlies. „Hun bestaan wordt gerechtvaardigd door de vele inspanningen die op watergebied nodig zijn. De sector verdient deze onrust niet.”