Wel of geen coup, de lezer mag kiezen

Prins Bernhard steunde volgens een nieuw boek een coup in Indonesië. Maar niet iedereen is het daarmee eens. Het debat daarover raakt aan het wezen van de geschiedschrijving.

Wilde prins Bernhard in 1950 nu een staatsgreep plegen in Indonesië, of niet? In het gisteren gepresenteerde boek ZKH. Hoog spel aan het hof van Zijne Koninklijke Hoogheid beweren journalist Jort Kelder en historicus Harry Veenendaal van wel. Historicus Cees Fasseur kwam vorig jaar in Juliana en Bernhard. Het verhaal van een huwelijk tot de tegenovergestelde conclusie. Beide boeken maken gebruik van nagenoeg hetzelfde bronnenmateriaal: de dagboeken van secretaris van de hofhouding Gerrie van Maasdijk en rapporten van de marechaussee, die onderzoek deed naar de geruchten over een coup. Kelder en Veenendaal stellen dat Fasseur zaken „onder een dik paleistapijt” heeft geveegd. Fasseur op zijn beurt vindt dat het duo „geen enkel nieuw bewijs” heeft geleverd. De lezer van beide boeken mag kennelijk kiezen. Wie heeft er nu gelijk?

De vraag naar ‘de waarheid’ in dit dossier raakt aan het wezen van de geschiedschrijving. Hoe reconstrueer je aan de hand van de beschikbare bronnen ‘de werkelijkheid’ over het verleden?

Volgens geschiedfilosoof Frank Ankersmit uit Groningen is de beste historische theorie „de theorie die aan de meest uiteenlopende feiten de meeste samenhang kan geven”. Een goede theorie verklaart dus niet alleen de loop van een stukje geschiedenis, maar kan ook verbanden leggen met zaken die er aanvankelijk los van leken te staan. Ankersmit maakt wel een kanttekening: „Er zijn mensen die erin slagen heel veel samenhang te zien tussen zaken die absoluut niets met elkaar te maken hebben: die zijn paranoïde. Interpretaties van de geschiedenis die lijken op complottheorieën zijn meestal niet de beste interpretaties.”

Harry Veendendaal vindt niet dat hij en Kelder een complottheorie hebben ontvouwd. „De rapporten van de marechaussee die wij openbaar maken, laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Bernhard had iets te maken met de coup die kapitein Raymond Westerling voorbereidde. Dat er geen briefje is overgeleverd waarop de prins schrijft dat hij akkoord is met de staatsgreep en graag onderkoning wil worden, is onvoldoende reden hem vrij te pleiten. Het bewijs eromheen is overtuigend genoeg. Willem Holleeder kan toch ook veroordeeld worden voor het opdracht geven tot een liquidatie zonder dat er een gesprek is afgetapt waarin hij dat zegt?”

Fasseur blijft desgevraagd bij de conclusie die hij vorig jaar trok. „Ik heb alles nog eens bezien en vind dat er geen bewijs is voor de betrokkenheid van de prins.” Veenendaal: „Een ridicule conclusie. Fasseur functioneert als de advocaat van Bernhard.” En hijzelf? „Ik heb de feiten gepresenteerd als in een dagvaarding.”

En wat is nu de waarheid? Veenendaal: „Er moet nog meer onderzoek gedaan worden. Maar op dit moment verklaart onze interpretatie de meeste feiten.”

    • Bart Funnekotter